ECLI:NL:RVS:2026:5940

ECLI:NL:RVS:2026:5940

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer 202505425/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 29 augustus 2025 van de rechtbank Noord­-Nederland waarbij het beroep van [appellante] tegen het besluit van 8 augustus 2024 ongegrond is verklaard. De Dienst Toeslagen heeft voor het jaar 2022 verschillende voorschotbeschikkingen voor zorgtoeslag voor [appellante] genomen. Uiteindelijk is de zorgtoeslag vanwege een hoger gezamenlijk toetsingsinkomen definitief vastgesteld op € 111. Van de terug te betalen € 1.032 is € 585 opgenomen in een minnelijke schuldenregeling en kwijtgescholden. De resterende € 447 is op oninbaar gesteld. Feitelijk hoeft [appellante] dus niets actief terug te betalen, maar kan het resterende bedrag van € 447 wel worden verrekend.

Uitspraak

202505425/1/A2.

Datum uitspraak: 2 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 29 augustus 2025 in zaak nr. 24/3848 in het geding tussen:

[appellante]

en

Dienst Toeslagen.

Openbare zitting gehouden op 2 oktober 2026 om 13:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer

griffier: mr. C. Kouidar

Verschenen:

Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden]

====================================

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 29 augustus 2025 van de rechtbank Noord-­Nederland waarbij het beroep van [appellante] tegen het besluit van 8 augustus 2024 ongegrond is verklaard.

Beslissing:

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Motivering:

1. De Dienst Toeslagen heeft voor het jaar 2022 verschillende voorschotbeschikkingen voor zorgtoeslag voor [appellante] genomen. Uiteindelijk is de zorgtoeslag vanwege een hoger gezamenlijk toetsingsinkomen definitief vastgesteld op € 111. Van de terug te betalen € 1.032 is € 585 opgenomen in een minnelijke schuldenregeling en kwijtgescholden. De resterende € 447 is op oninbaar gesteld. Feitelijk hoeft [appellante] dus niets actief terug te betalen, maar kan het resterende bedrag van € 447 wel worden verrekend.

2. Uit wat [appellante] in hoger beroep naar voren heeft gebracht, is niet gebleken dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. [appellante] gaat bij het begrip oninbaar uit van een andere uitleg dan daaraan wordt gegeven door de Dienst Toeslagen. Die uitleg volgt in dit geval uit artikel 79.9 van de Leidraad Invordering 2008. Daarin staat dat de Dienst Toeslagen geen invorderingsmaatregelen zal nemen, wat betekent dat het niet actief zal overgaan tot het ophalen van het geld bij [appellante]. Wel mag de Dienst Toeslagen, en dat staat er ook in, het oninbare bedrag gedurende 3 jaar te rekenen vanaf de datum van de mededeling dat het bedrag op oninbaar wordt gesteld, verrekenen met eventuele toeslagen en teruggaven inkomstenbelasting. Het betoog slaagt niet.

3. Het hoger beroep is ongegrond.

4. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kouidar

griffier

1120

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand