ECLI:NL:RBZWB:2026:9474

ECLI:NL:RBZWB:2026:9474

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer BRE 26/1664
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Aanvraag voor een WW-uitkering is afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de referte-eis. Gegrond beroep. Het ontbreken van een BRP-inschrijving staat toekenning van een WW-uitkering niet in de weg.

Uitspraak

4. Het onderzoek op de terechtziting

Ter zitting verklaart het UWV dat niet langer in geschil is of eiser voldoet aan de wekeneis. Voorafgaand aan de zitting bleek de polisadministrate bijgewerkt te zijn en op basis van de huidige gegevens blijkt dat eiser van de 36 weken voorafgaand aan zijn laatste werkloosheidsdag, in 32 weken heeft gewerkt.

Ook de inschrijving in de BRP is door het UWV voorafgaand aan de zitting gecontroleerd. Eiser staat nog steeds niet ingeschreven. Het UWV verklaart dat de BRP-inschrijving niet het enige is dat nog moet gebeuren om de uitkering toe te kennen. Er moet nog worden onderzocht of eiser de volledige periode in Nederland heeft gewoond en of eiser verwijtbaar werkloos is geraakt.

5. Is de hoorplicht geschonden in de bezwaarfase?

Het bestuursorgaan dient belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord, alvorens een beslissing op bezwaar te nemen. Dit is een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftenprocedure. Slechts in de gevallen genoemd in artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan hiervan worden afgezien. Als een bestuursorgaan ten onrechte heeft afgezien van het horen, dan levert dat een gebrek op in de bezwaarprocedure.

De rechtbank oordeelt dat de beslissing op bezwaar is genomen in strijd met artikel 7:2, eerste lid, van de Awb, aangezien, zoals het UWV in deze procedure heeft erkend, ten onrechte is afgezien van een hoorzitting. De rechtbank volstaat met een constatering van dit gebrek, omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad aangezien hij in beroep alsnog zijn standpunt mondeling heeft kunnen toelichten en bovendien de in bezwaar nog ontbrekende stukken heeft kunnen overleggen.

Deze broepsgrond slaagt.

6. De wekeneis

Aan de hand van hetgeen ter zitting is besproken, concludeert de rechtbank dat aan de wekeneis is voldaan. De polisadministratie komt (inmiddels) overeen met de loonstroken die door eiser zijn aangeleverd.

Deze beroepsgrond slaagt.

7. Moet eiser ingeschreven staan in de BRP?

Het UWV heeft ten slotte opgemerkt dat eiser niet in aanmerking komt voor een uitkering, omdat hij niet ingeschreven staat in de BRP. In beroep heeft het UWV daarbij verwezen naar artikel 30a WW. De rechtbank volgt het UWV daarin echter niet, omdat die bepaling geen toekenningsvereiste(n) bevat. Het niet ingeschreven staan in de BRP staat de toekenning van een WW uitkering dus niet in de weg; het kan hooguit leiden tot opschorting van de betaling.

Deze beroepsgrond slaagt.

8. Hoe nu verder?

Op de zitting is besproken welke vervolgstappen moeten worden genomen. Door het UWV moet nog nader onderzoek worden verricht. Hiervoor dient eiser stukken aan te leveren.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen, omdat het UWV nog nader onderzoek dient te verrichten om tot een nieuw besluit te komen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het UWV hiervoor tien weken.

Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 23 januari 2026;

- draagt het UWV op binnen 10 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 54,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.S.S. Obispo, rechter, in aanwezigheid van H.D. Sebel, griffier, op 29 september 2026 en openbaar bekend gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 7:2

Voordat een bestuursorgaan op het bezwaar beslist, stelt het belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.

Het bestuursorgaan stelt daarvan in ieder geval de indiener van het bezwaarschrift op de hoogte alsmede de belanghebbenden die bij de voorbereiding van het besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht.

Artikel 7:3

Van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien:

het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is,

het bezwaar kennelijk ongegrond is,

de belanghebbende heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord,

e belanghebbende niet binnen een door het bestuursorgaan gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord, of

aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.

Werkloosheidswet

Artikel 17

Recht op uitkering ontstaat voor de werknemer indien hij in 36 kalenderweken onmiddellijk voorafgaand aan de eerste dag van werkloosheid in ten minste 26 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft.

Indien artikel 19, derde of vierde lid, toepassing heeft gevonden, ontstaat in afwijking van het eerste lid het recht op uitkering indien de werknemer in 36 kalenderweken onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop het arbeidsurenverlies is ingetreden in ten minste 26 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft.

Artikel 30a

Is van de aanvrager of ontvanger van een uitkering bij het UWV een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het UWV hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het UWV de betaling van de uitkering aan de persoon, die recht heeft op de uitkering, op.

De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het UWV de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

Beleidsregels UWV gebruik polisgegevens 2018

Artikel 2

1. Behoudens het bepaalde in artikel 3, gebruikt UWV voor besluiten over de vaststelling van het dagloon, het gemiddeld aantal arbeidsuren, het arbeidsverleden, de wekeneis, het verrekenen van inkomsten, het maatmaninkomen, voor besluiten over de toetsing aan de inkomenseis, alsmede voor de vaststelling of iemand werknemer is voor de werknemersverzekeringen, de gegevens die aanwezig zijn in de polisadministratie.

(..)

Artikel 3

Indien UWV vaststelt dat de gegevens in de polisadministratie niet kunnen worden gebruikt, gebruikt UWV gegevens uit een andere bron.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand