ECLI:NL:RBZWB:2026:8327

ECLI:NL:RBZWB:2026:8327

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 30-07-2026
Datum publicatie 30-08-2026
Zaaknummer C/02/450759 / JE RK 26-1345
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verzoek wijziging zorgregeling. Minderjarige uit huis geplaatst bij vader met gezag. Verzoek GI inperken en begeleiden contact tussen moeder en minderjarige. Raad juist in recent onderzoek geadviseerd om zorgregeling vast te stellen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/450759 / JE RK 26-1345

Datum uitspraak: 30 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. R.W. de Gruijl te Rotterdam,

ter zitting waargenomen door kantoorgenoot mr. L.H.E.M. Berendse.

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. A. van Tol-Macharoblishvili te Tilburg.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 juli 2026;

de brief met bijlage van mr. Van Tol-Macharoblishvili van 27 juli 2026;

het op 28 juli 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen van de zijde van de moeder.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar waarnemend advocaat (de advocaat is aangesloten via een digitale beeldverbinding);

de vader met zijn advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI.

Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, locatie Breda (hierna: de Raad), om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 28 juli 2025 heeft de rechtbank, voor zover in deze (nog) van belang, de volgende voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorg- en contactregeling) vastgesteld:

Met ingang van 18 augustus 2025:

In de periode dat [minderjarige] nog niet naar de basisschool gaat:

in de even weken van donderdag om 12.15 uur tot zondag om 18.30 uur, waarbij de man [minderjarige] op donderdag bij de peuterspeelzaal ophaalt en de vrouw [minderjarige] op zondag ophaalt bij de man;

in de oneven weken van donderdag om 12.15 uur tot vrijdag 18.30 uur (na het avondeten), waarbij de man [minderjarige] op donderdag bij de peuterspeelzaal ophaalt en hij [minderjarige] op vrijdag terugbrengt naar de vrouw (uiterlijk om 19.00 uur is [minderjarige] dan terug bij de vrouw);

In de periode dat [minderjarige] naar de basisschool gaat:

in de even weken van donderdag na school tot maandagochtend naar school, waarbij de man [minderjarige] ophaalt bij en terugbrengt naar de basisschool, (behalve als er geen school is, dan haalt de man [minderjarige] op donderdag om 10.00 uur op bij de vrouw en haalt de vrouw [minderjarige] op maandag om 10.00 uur op bij de man);

in de oneven weken van woensdag na school tot donderdagochtend naar school waarbij de man [minderjarige] ophaalt bij en terugbrengt naar de basisschool, (behalve als er geen school is, dan haalt de man [minderjarige] op woensdag om 12.00 uur op bij de vrouw en haalt de vrouw [minderjarige] op donderdag om 10.00 uur op bij de man);

De rechtbank gaat er verder van uit dat partijen de verdeling van de vakanties voortzetten, zoals zij tot op heden hebben gedaan.

De rechtbank veroordeelt de vrouw om aan de man een dwangsom te betalen van € 75,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet meewerkt aan de hiervoor vastgestelde voorlopige verdeling van de zorg- en ouderschapstaken, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt.

Bij beschikking van 15 december 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 19 december 2025 tot 19 december 2026.

Bij beschikking van 20 juli 2026 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de andere gezagdragende ouder, te weten de vader, met ingang van 20 juli 2026 tot 19 december 2026.

Op grond van die machtiging verblijft [minderjarige] bij de vader. [minderjarige] is op dit moment ingeschreven op het adres van de moeder.

3. De verzoeken

De GI verzoekt:

de door de kinderrechter op 28 juli 2025 vastgestelde zorg- en contactregeling voor de duur van de ondertoezichtstelling te wijzigen, aldus dat de moeder recht heeft op begeleid contact met [minderjarige] eenmaal per twee weken. De duur van het begeleide contactmoment zal anderhalf tot twee uur zijn, maar zal ook afhankelijk zijn van [minderjarige] en zijn belastbaarheid. In de vakantieperiode zal de GI de begeleiding op zich nemen en dit zal daarna overgenomen worden door [zorgcoach] . De GI heeft de regie om de contactmomenten aan te passen en uit te breiden in vorm, duur en frequentie;

de beschikking onverwijld af te geven zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden;

de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De kinderrechter begrijpt dat het verzoek onder 2. moet worden gelezen als een verzoek tot het versneld plannen van de zaak op zitting.

De moeder is het niet eens met het verzoek van de GI en verzoekt dit verzoek, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, af te wijzen.

4. De standpunten en het advies van de Raad

In het verzoekschrift is het verzoek en het standpunt van de GI toegelicht. Tijdens de zitting is namens de GI (in aanvulling daarop), samengevat, het volgende verklaard. [minderjarige] woont inmiddels bij de vader. Hij verbleef al bij de vader in het kader van de vakantieregeling. Anders dan de moeder stelt kan de begeleiding vanuit [zorgcoach] niet pas in november 2026 starten. De intake staat gepland op 25 augustus 2026. De GI vindt wel dat er contact moet zijn tussen de moeder en [minderjarige] en is bereid om voorafgaand aan de start van [zorgcoach] dit contact te begeleiden. Zus [zus] kan bij het contact aansluiten. Naast de contactbegeleiding zal [zorgcoach] met de ouders werken aan een passende zorg- en contactregeling voor [minderjarige] en een nieuw ouderschapsplan opstellen. Er zijn zorgen over de situatie bij de moeder. Hier is geen zicht op. De moeder is verhuisd maar heeft de GI daarover niet bericht. De moeder stelt dat het goed ging met [minderjarige] bij haar volgens de Gezinsmanager. Dit was echter de situatie in 2023. Er is inmiddels veel veranderd. [minderjarige] kan zijn emoties niet uiten. Niet duidelijk is of de moeder in staat is de strijd en haar emoties bij [minderjarige] weg te houden. Het advies van de Raad wijzigt het standpunt van de Raad niet. Ondanks de vele rechtszaken die inmiddels hebben gespeeld en spelen, vaart de moeder duidelijk haar eigen koers. Zo benadert zij de vader zelf om contact met [minderjarige] te verzoeken. In het verleden zijn politiemeldingen gedaan waarover de moeder geen openheid geeft. [minderjarige] moet rust en tijd gegund worden om te wennen aan de gewijzigde situatie en om een veilig contact met de moeder en [zus] op te bouwen. De begeleiding van het contact hoeft niet altijd, maar er moet zicht verkregen worden, waarna met [zorgcoach] een passende zorg- en contactregeling kan worden opgesteld.

Door en namens de vader is samengevat het volgende aangevoerd.

De vader ziet het verzoek van de GI als logisch gevolg nu [minderjarige] bij hem woont. Hij kan zich vinden in het standpunt van de GI. De moeder verwijst in haar verweer naar een passage uit een eerder raadsrapport, waarin de Raad aangaf dat bij de moeder sprake is van een stabiele opvoedsituatie en van ‘Goed Genoeg Ouderschap’. Daarmee wekt de moeder de indruk dat de Raad geen zorgen heeft. Een enkele passage is echter niet de werkelijkheid. De Raad heeft zorgen over de voortgang van de strijd tussen de ouders en loyaliteitsproblematiek bij [minderjarige] . De moeder is wederom verhuisd zonder dit te melden en de reden voor de verhuizing kenbaar te maken. Dit terwijl zij weet welke verplichtingen hieraan verbonden zijn, nu zich twee jaar geleden dezelfde situatie heeft voorgedaan. Er wordt geen rekening met de vader en [minderjarige] gehouden. Dat de GI wil kijken naar een zorg- en contactregeling die bij [minderjarige] past en in zijn belang is, onderschrijft de vader dan ook. Ook is rust voor [minderjarige] nodig. Hij is bij de vader komen wonen maar tegelijkertijd met de moeder aan het verhuizen. Volgens de vader is de situatie complex en veel voor de [minderjarige] . Er speelt veel in zijn hoofd. Hij durft niets meer te zeggen, zelfs niet tegen opa en oma, en wijst videobelcontact met de moeder af. De vader wil dat de procedures stoppen. De verzochte zorg- en contactregeling is beperkt maar moet nu goed worden aangepakt zodat deze bestendig is voor de toekomst. De vader heeft er geen bezwaar tegen als er vaker contact is tussen de moeder en [minderjarige] , mits dit begeleid wordt en tot nadere afspraken wordt gekomen. Hij betwist dat hij concrete stappen heeft gezet voor een andere school voor [minderjarige] .

In het verweerschrift is het verweer en het standpunt van de moeder toegelicht. Tijdens de zitting is namens en door de moeder (in aanvulling daarop), samengevat, het volgende verklaard.

Sinds de uithuisplaatsing van [minderjarige] is er geen enkel contact of informatie vanuit de GI en

de vader gekomen. [minderjarige] was al bij de vader in het kader van vakantie en leeft in die veronderstelling. Het is dan ook niet gek dat [minderjarige] geen contact met de moeder wil. De moeder vindt de verzochte zorg- en contactregeling te beperkt. De GI spreekt ook niet over het evalueren van die regeling. Vanuit [zorgcoach] is bij de moeder aangegeven dat er na de intake nog twee maanden wachttijd is, zodat de start van [zorgcoach] in november 2026 is. Nog niet helder is of [minderjarige] bij de vader gaat blijven. De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen voormelde beschikking van 20 juli 2026. De zitting hierin is bepaald op 13 augustus 2026. De moeder voelt zich volledig buiten spel gezet. Het doel van een uithuisplaatsing is terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder. De moeder heeft de vader verzocht om contact met [minderjarige] te hebben maar de vader reageert niet op dat verzoek. Ook zou [minderjarige] mogelijk naar een andere school gaan. De moeder lijkt nu verdwenen voor [minderjarige] . De wens van de moeder is dat de vastgestelde vakantieregeling doorgaat, zodat de moeder ook vakantie met [minderjarige] kan hebben. Wanneer de kinderrechter daarin niet wil meegaan dan verzoekt de moeder een voorlopige zorg- en contactregeling vast te stellen, waarbij de moeder en [minderjarige] bijvoorbeeld drie keer per week een uur contact met elkaar hebben. Daarbij komt dat [minderjarige] nu geen enkel contact het met zijn zus [zus] heeft. Over haar verhuizing merkt de moeder op dat zij altijd in [geboorteplaats] gewoond heeft en daar al lang stond ingeschreven voor een woning. Na de zitting over de uithuisplaatsing van juli 2026 heeft zij bericht gekregen dat zij naar een woning mocht gaan kijken. Zij heeft de woning geaccepteerd zodat zij een stabiele woning heeft voor zichzelf en de kinderen. Haar partner blijft in [plaats] wonen. De school en zwemles van [minderjarige] hoeft niet te wijzigen. De moeder verhuist terug naar [geboorteplaats] , waar haar familie woont. Ook woont zij dan dichter bij de vader zodat de zorg- en contactregeling makkelijker kan worden uitgevoerd. De moeder erkent dat zij anders had moeten handelen rondom haar verhuizing. Zij gaat juist dichter bij de vader wonen en heeft hem de gelegenheid geboden om naar haar woning te komen kijken. De moeder sluit zich aan bij het advies van de Raad.

Van de zijde van de Raad is samengevat het volgende naar voren gebracht.

Recent heeft de Raad een nieuw onderzoek gedaan, gevolgd door een rapport van eind juni 2026. De Raad komt daarin tot de conclusie dat het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de vader moet zijn. Verder adviseert de Raad daarin om een zorg- en contactregeling tussen de moeder en [minderjarige] vast te stellen waarbij [minderjarige] eenmaal per veertien dagen en de helft van de vakanties bij de moeder verblijft. De Raad concludeert in dat rapport niet dat het contact begeleid moet zijn en evenmin dat er zicht moet ontstaan op de opvoedingssituatie bij de moeder. De Raad heeft geen redenen gehoord om van het advies in dat rapport af te wijken. Er gaat voor [minderjarige] hoe dan ook veel veranderen. Er lijkt bij [minderjarige] sprake van loyaliteitsproblematiek. Wat doet het met [minderjarige] als het contact met de moeder zo ingeperkt gaat worden? Het maakt de situatie niet normaler voor hem. Om deze redenen handhaaft de Raad het standpunt in het recente rapport. Dat de moeder gaat verhuizen is een verandering in de situatie en dat kan consequenties hebben. Hoe de toekomst gaat zijn moet nog blijken. De Raad heeft echter bezwaar tegen het inperken van het contact tussen de moeder en [minderjarige] en het niet doorlopen van de vakantieregeling. De GI had al zicht kunnen krijgen op de situatie van de moeder, maar er was geen regievoerder. Dat de regie nu voortvarend is opgepakt is belangrijk. De Raad heeft echter uitgebreid onderzoek gedaan.

5. De beoordeling

In artikel 1:265g van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, kort gezegd, dat de kinderrechter de hiervoor genoemde zorg- en contactregeling kan wijzigen, als de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting staat naar het oordeel van de kinderrechter voldoende vast dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Sinds voormelde beschikking van 28 juli 2025, waarin de huidige zorg- en contactregeling is vastgesteld, hebben zich veel ontwikkelingen voorgedaan. Meer recent is [minderjarige] in het kader van een daartoe door de kinderrechter verleende machtiging uithuisplaatsing bij de vader geplaatst. Daarnaast speelt in deze mee dat de moeder is verhuisd dan wel bezig is te verhuizen.

Aan de beoordeling van de kinderrechter ligt vervolgens voor of er reden is voor een wijziging van de zorg- en contactregeling.

Bij voormelde beschikking van 20 juli 2026 is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader, gelet op de zorgen over de thuissituatie bij de moeder. Er zijn kort samengevat zorgen over de mate van stabiliteit, ruimte voor contact met de vader en emotionele veiligheid die de moeder [minderjarige] kan bieden. Daarbij rijst de vraag of deze zorgen maken dat het contact tussen de moeder en [minderjarige] beperkt en begeleid moet worden, op de wijze zoals door de GI verzocht. Hoewel de zorgen nog niet zijn weggenomen en de huidige situatie nog niet is opgelost, zijn deze, doordat [minderjarige] nu uit huis is geplaatst bij de vader, niet langer overheersend. Een uithuisplaatsing brengt automatisch met zich mee dat het contact tussen de ouder bij wie het kind woonde en het kind anders wordt dan dit was. Het contact tussen de moeder en [minderjarige] hoeft naar het oordeel van de kinderrechter echter niet zodanig te worden ingeperkt dat dit moet worden begeleid. Het advies van de Raad in deze om een zorg- en contactregeling tussen de moeder en [minderjarige] vast te stellen waarbij [minderjarige] eenmaal per veertien dagen en de helft van de vakanties bij de moeder verblijft acht de kinderrechter passend. Daarbij benadrukt de kinderrechter nog eens dat de zorgen over de thuissituatie bij de moeder nog niet weggenomen zijn. [zorgcoach] kan in deze nog steeds een goede rol hebben. Zo kan [zorgcoach] gedurende de weekendregeling het contact tussen de moeder en [minderjarige] bijvoorbeeld op vrijdagmiddag begeleiden. [zorgcoach] kan de moeder hulpverlening bieden en kijken wat nodig is. Daarmee kunnen de zorgen die er bestaan tot een aanvaardbaar niveau worden teruggebracht en kan het leven van [minderjarige] voor zoveel mogelijk worden genormaliseerd. Er zijn heel veel dingen gebeurd. Een verhuizing van de moeder naar [geboorteplaats] is uiteindelijk mogelijk een positieve ontwikkeling voor [minderjarige] maar dit brengt wel weer een verandering voor hem mee. Dat komt zijn gevoel van stabiliteit niet ten goede. Een verhuizing van de moeder naar [geboorteplaats] betekent niet automatisch dat een co-ouderschapsregeling in de toekomst weer mogelijk kan zijn, gelet op alles wat er gebeurd is. Het belang van [minderjarige] staat voorop. Met het inperken van het contact op de wijze zoals door de GI wordt [minderjarige] ook belast. Dit is voor [minderjarige] lastig te dragen, waardoor hij mogelijk de ‘schuld’ van het inperken van het contact naar zich toetrekt en zich afvraagt wat hij fout gedaan heeft. Het is dan ook in het belang van [minderjarige] dat het contact met de moeder op een zo normaal mogelijke manier plaatsvindt zodat hij zo min mogelijk merkt van de situatie. Het is aan de ouders om zich voor [minderjarige] in te zetten en te werken aan het normaliseren van hun onderlinge verstandhouding zodat zij er als ouders voor hem kunnen zijn. De kinderrechter gunt het [minderjarige] en de ouders dat er niet langer rechterlijke procedures nodig zijn, dat er rust voor hen komt en dat de ouders hun energie kunnen verplaatsen naar [minderjarige] . [minderjarige] krijgt ongetwijfeld veel mee van de procedures en wordt daarmee belast. Dat is niet in zijn belang.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter aansluiten bij het advies van de Raad en bepalen dat de moeder en [minderjarige] gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar eenmaal per veertien dagen van vrijdag uit school tot zondag 17.00 uur. De vakantieregeling die voordien is afgesproken zal daarmee doorgaan. Dit betekent voor nu dat [minderjarige] op 3 augustus 2026 naar de moeder zal gaan. Het advies van de Raad is wel dat er gekeken gaat worden naar een passende regeling voor [minderjarige] in de veranderde situatie. De GI geeft dat eveneens aan. Daarnaast zal ook een nieuw ouderschapsplan moeten worden opgesteld. De kinderrechter hoopt dat de ouders in samenspraak met de GI komen tot afspraken over de school van [minderjarige] en daarmee een nieuwe gerechtelijke procedure kunnen voorkomen. Het ligt daarbij voor de hand dat een school wordt gekozen in de buurt van de woonplaatsen van de ouders, daarbij uitgaand van een verhuizing van de moeder naar [geboorteplaats] zoals zij aangaf. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij op enig moment bij een geschikte leeftijd zelf naar school kan fietsen en bijvoorbeeld samen met vriendjes kan sporten. Wanneer ook hierover duidelijkheid ontstaat kan er ook op dit vlak rust komen.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zoals opgenomen in voornoemde beschikking van 28 juli 2025 en bepaalt deze als volgt:

de moeder en [minderjarige] hebben in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken recht op contact met elkaar eenmaal per veertien dagen van vrijdag uit school tot zondag 17.00 uur en de helft van de (school)vakanties, met inachtneming van hetgeen in 5.5. (en voor wat betreft de betrokkenheid van [zorgcoach] in 5.4.) is overwogen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 door mr. Tempel, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers als griffier, en op schrift gesteld op 7 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand