RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/450621 FA RK 26-3805
datum uitspraak: 23 juli 2026
beschikking betreffende verwijzing
in de zaak van
1. [verzoeker 1] , en
1. Het procesverloop
2. [verzoeker 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de verzoekers,
advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze,
en
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] , aan [adres] ,
hierna te noemen de moeder.
Dit blijkt uit het op 20 juli 2026 ingekomen verzoekschrift met bijlagen.
2. Het verzoek
De grootouders van de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015, verzoeken de rechtbank, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
te bepalen dat de minderjarige en haar grootouders gerechtigd zijn tot omgang c.q. contact met elkaar op de wijze zoals omschreven onder randnummer 29 van het verzoekschrift;
subsidiair
een in goede justitie door de rechtbank te bepalen contactregeling vast te stellen.
3. De beoordeling
Het is de rechtbank gebleken dat de verzoekster sub 2 (familie)banden heeft met een medewerker van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De rechtbank acht het om die reden aangewezen dat de zaak wordt verwezen naar een andere rechtbank, dit ter voorkoming van enige schijn van partijdigheid. Gelet op het zaaksverdelingsreglement van de rechtbank Zeeland-West-Brabant zal de zaak worden verwezen naar de rechtbank Oost-Brabant met het verzoek om de behandeling ervan over te nemen.
4. De beslissing
De rechtbank
verklaart zich onbevoegd om het verzoek te behandelen;
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Oost-Brabant;
bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking en het procesdossier toezendt aan de rechtbank Oost-Brabant.