ECLI:NL:RBZWB:2025:7947

ECLI:NL:RBZWB:2025:7947, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-11-2025, BRE 25/4896

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-11-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer BRE 25/4896
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, griffierecht niet betaald, betalingsonmacht niet aangetoond

Uitspraak

[verzoekster] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar verzoek tot inschrijving in de Basisregistratie personen (Brp) op een briefadres in [plaats] .

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-.

3. Omdat verzoekster haar verblijfsadres geheim wil houden, en haar verzoek voor een briefadres is afgewezen, is door de rechtbank met verzoekster steeds per e-mail gecommuniceerd. De nota’s voor het griffierecht zijn ook per e-mail aan verzoekster toegestuurd, en uit de reacties daarop kan ook worden afgeleid dat zij deze heeft ontvangen.

4. Verzoekster stelt dat zij niet in staat is om het griffierecht te betalen.

5. De verplichting om griffierecht te betalen geldt voor iedereen. Iemand kan worden vrijgesteld van die verplichting als hij of zij het griffierecht niet kan betalen, maar daarvoor gelden strenge criteria. De griffier heeft die criteria aan verzoekster meegedeeld, namelijk:

 het netto-inkomen is lager dan 95% van een maximale bijstandsuitkering van een alleenstaande én

 er is geen vermogen waaruit het griffierecht kan worden betaald.

6. De griffier heeft verzoekster in de gelegenheid gesteld om te onderbouwen dat zij aan die strenge criteria voldoet. Verzoekster heeft haar situatie per e-mail toegelicht.

7. De griffier heeft verzoekster per e-mail van 21 oktober 2025 erop gewezen dat zij weliswaar heeft aangegeven dat er veel geld van haar is gestolen en dat zij veel schade heeft geleden, maar dat concrete gegevens over haar inkomen en vermogen ontbreken. Daarbij is benadrukt dat zonder concrete gegevens over het huidige inkomen en vermogen, én een onderbouwing daarvan (met objectieve bewijsstukken, zoals bankafschriften), haar verzoek om vrijstelling van het griffierecht niet kan worden gehonoreerd.

8. Verzoekster heeft uitvoerige e-mails gestuurd waarin zij een toelichting geeft op haar situatie. Zij heeft bijvoorbeeld toegelicht dat zij in een aantoonbaar bedreigende situatie zit en dat zij haar geld nodig heeft voor overleving. Concrete bewijsstukken heeft zij echter niet geleverd.

9. De voorzieningenrechter heeft verzoekster op 30 oktober 2025 bericht dat haar verzoek om vrijstelling van de betalingsverplichting van het griffierecht is afgewezen. Vervolgens is op 7 november 2025 een nieuwe nota griffierecht aan verzoekster gestuurd. 13 november 2025 was de laatste dag waarop zij het griffierecht kon betalen. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster niet heeft betaald.

10. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster niet heeft aangetoond dat zij een goede reden heeft voor het niet betalen van het griffierecht. De griffier heeft haar meerdere malen duidelijk gemaakt dat zij met concrete (objectieve) bewijsstukken moet komen van haar betalingsonmacht. Een zelfgeschreven toelichting op de situatie is daarvoor niet voldoende, want die is niet concreet en vooral niet objectief. Verzoekster heeft enkele stukken van anderen ingediend (een brief van een gerechtsdeurwaarder van 4 juli 2023, een e-mail van een gemeenteraadslid van 21 oktober 2020 en een schermafdruk van een deel van een uitspraak van een kantonrechter van 17 december 2020), maar deze stukken zijn niet actueel en zeggen bovendien niets over haar betalingsonmacht.

Conclusie en gevolgen

11. Omdat verzoekster het griffierecht niet heeft betaald, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, op 17 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand