ECLI:NL:RBROT:2026:14734

ECLI:NL:RBROT:2026:14734

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-10-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer C/10/714010 / FA RK 26-736
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag en ontzegging omgang voor de duur van een jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/714010 / FA RK 26-736

Beschikking van 23 oktober 2026 over het ouderlijk gezag/de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van:

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [plaats 1] ,

advocaat mr. A. Apistola te Zwijndrecht,

t e g e n

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [plaats 2] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 28 januari 2026.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op

14 september 2026. Daarbij zijn verschenen:

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .

De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.

De minderjarigen zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. De minderjarigen hebben hier gebruik van gemaakt door beiden een brief te schrijven aan de kinderrechter.

2. De vaststaande feiten

Het huwelijk van partijen is op 19 februari 2020 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 7 februari 2020 in de registers van de burgerlijke stand.

Partijen zijn de ouders van de minderjarigen:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2013 te [geboorteplaats 1] ;

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2018 te [geboorteplaats 2] .

Het ouderlijk gezag over de minderjarigen wordt door de ouders gezamenlijk uitgeoefend.

Bij beschikking van 6 juni 2023 is beslist dat:

het gezamenlijk ouderlijk gezag behouden blijft;

de contactmomenten tussen de man en de minderjarigen door partijen in onderling overleg mogelijk worden gemaakt en rekening houdend met de behoefte van de minderjarigen aan duidelijkheid.

3. De beoordeling

Gezag

De vrouw verzoekt te bepalen dat het gezag over de minderjarigen alleen aan haar toekomt.

De man voert geen verweer.

Het gezamenlijk gezag kan op grond van artikel 1:253n BW worden beëindigd bij gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Indien één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Van toepassing is het in artikel 1:251a BW genoemde criterium dat er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt.

Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. Zij moeten hiervoor belangrijke beslissingen over hun kinderen samen kunnen nemen of in ieder geval in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen. Het kind mag in beginsel niet klem of verloren raken tussen de ouders indien de ouders dat niet kunnen. Het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders brengt niet zonder meer met zich dat er geen gezamenlijk gezag kan worden toegekend of dat gezamenlijk gezag niet in stand kan blijven.

De rechtbank is gebleken dat sprake is van gewijzigde omstandigheden. De na de gegeven beschikking van 6 juni 2023 door de vrouw gedane pogingen om met de man in contact te komen zijn niet gelukt. Vanaf augustus 2023 is er tussen partijen in het geheel geen contact meer over de kinderen geweest.

Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of er reden is voor het beëindigen van het gezamenlijk ouderlijk gezag. De rechtbank is van oordeel dat deze reden aanwezig is. De man is niet betrokken in het leven van de minderjarigen. De eerdere pogingen om samen een beslissing over de minderjarigen te nemen, leverde veel stress op. Dit speelde onder meer toen bij één van de minderjarigen een spoedoperatie nodig was. De man heeft hiermee niet direct ingestemd, zodat een paar dagen later pas de spoedoperatie kon plaatsvinden. Verder laat de man niet blijken van interesse in de minderjarigen. Zo liet hij na de operatie niets van zich horen om te polsen hoe het met de minderjarige ging of hoe de operatie was verlopen. De man toont zich niet betrokken als ouder en is onbereikbaar voor de vrouw. Door het stilvallen van het contact tussen partijen, het niet meer informeren naar de minderjarigen en het gebrek aan contact tussen de man en de minderjarigen, weet hij niet meer wat er speelt in het leven van de minderjarigen en kan hij hierdoor ook niet aansluiten bij de levens van zijn dochters en hun behoeften. Dit is geen basis voor het blijven uitoefenen van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Er bestaat een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarigen klem of verloren raken tussen de ouders en niet valt te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd nog voldoende verbetering zal komen. De rechtbank zal daarom het gezamenlijk gezag beëindigen en het ouderlijk gezag aan de vrouw alleen toewijzen. Het is immers de vrouw die de minderjarigen alleen verzorgt en opvoedt. Het verzoek zal dus worden toegewezen.

Omgangsregeling

De rechtbank spreekt hieronder verder over een omgangsregeling omdat wordt beslist dat de vrouw voortaan alleen het ouderlijk gezag toekomt. In dat geval wordt gesproken over een omgangsregeling.

De vrouw verzoekt de rechtbank geen omgang meer tussen de man en de minderjarigen te bepalen dan wel de omgang te ontzeggen voor onbepaalde tijd dan wel een door de rechtbank te bepalen duur.

De man heeft geen verweer gevoerd.

Uitgangspunt van artikel 1:377a BW is dat een kind recht heeft op omgang met zijn ouders en dat de niet met het gezag belaste ouder het recht heeft op en de verplichting heeft tot omgang met zijn kind. Op grond van artikel 1:377a lid 3 BW wordt het recht op omgang slechts ontzegd als:

omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of

de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of

het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of

omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

De rechtbank benadrukt dat het voor de (identiteits)ontwikkeling van minderjarigen van belang is dat er regelmatig contact is met beide ouders. Gebleken is echter dat er al lange tijd geen contact meer is tussen de man en de minderjarigen. In het verleden heeft het contact steeds met grote tussenpozen plaatsgevonden, tot het in het geheel stil viel. Voor minderjarigen is het belangrijk dat contact met regelmaat kan plaatsvinden en dat ouders betrouwbaar zijn in hun afspraken. Dit voorkomt teleurstellingen bij de minderjarigen en geeft hen duidelijkheid, waardoor zij kunnen merken dat zij op een ouder kunnen bouwen. Gebeurt dit niet, dan is dat schadelijk voor de ontwikkeling van minderjarigen. De man heeft het in die zin laten afweten. Dat maakt dat de rechtbank omgang voor nu anderszins in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarigen acht en de omgang zal ontzeggen. Daarmee moet voorkomen worden dat de man ineens na jaren weer opduikt en omgang wil afdwingen. Dat zou voor de minderjarigen immers naar verwachting zeer verwarrend en stressvol zijn. Het ontzeggen van de omgang houdt niet in dat er nooit meer omgang zal kunnen plaatsvinden. De omgang wordt niet, zoals de vrouw verzoekt, voor onbepaalde tijd ontzegt, maar voor de duur van een jaar. De omgangsregeling uit het verleden herleeft dan niet vanzelf. Het is aan de man om zich na dat jaar tot de vrouw te wenden om strikte afspraken te maken als hij dan structureel omgang wenst met de minderjarigen. Dit kan overigens niet zonder het inschakelen van hulpverlening. Die hulpverlening is nodig om op een verantwoorde wijze te kijken wat er aan contacten (stapje voor stapje) tussen de man en de minderjarigen mogelijk is. Partijen kunnen zich alsdan met hun hulpvraag wenden tot het Wijkteam.

Proceskosten

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De rechtbank:

beëindigt het gezamenlijk gezag en bepaalt dat het gezag over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2013 te [geboorteplaats 1] , en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2018 te [geboorteplaats 2] , voortaan alleen aan de vrouw toekomt;

bepaalt dat van deze beslissing aantekening wordt gemaakt in het in artikel 1:244 BW genoemde openbare gezagsregister;

wijzigt de beschikking van 6 juni 2023 ten aanzien van de omgangsregeling en ontzegt de man het recht op omgang met de minderjarigen voor een periode van een jaar;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. K. Bakker, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.J. Vrolijk-Kronbichler, griffier, op 23 oktober 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J. Vrolijk-Kronbichler

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand