RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/725374 / KG ZA 26-902
Vonnis in kort geding van 23 oktober 2026
in de zaak van
1. COMPUTACENTER B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
hierna te noemen: Computacenter2. BECHTLE B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
hierna te noemen: Bechtle,3. ACES DIRECT B.V.,
gevestigd te Tilburg,
hierna te noemen: Aces,4. PRO WAREHOUSE B.V., gevestigd te Amsterdamhierna te noemen: Pro Warehouse,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: Computacenter c.s.,
advocaat: mr. D. Britsemmer,
tegen
GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelende te Rotterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. M. van Rijn.
1. De zaak in het kort
De gemeente heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de gunning van een opdracht tot levering van werkplek hardware en een opdracht tot levering van mobiele hardware. Computacenter c.s. hebben inschrijvingen ingediend. De gemeente heeft het voornemen geuit om de opdrachten aan twee andere partijen te gunnen. Computacenter c.s. kunnen zich hier niet in vinden. Volgens hen is de aanbesteding om verschillende redenen fundamenteel gebrekkig. Computacenter c.s. vorderen daarom - kort gezegd - dat de aanbesteding wordt gestaakt, eventueel met heraanbesteding. Twee van de drie door Computacenter c.s. aangevoerde gronden slagen. Aan de aanbestedingsprocedure kleven fundamentele gebreken. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Computacenter c.s. toe.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 augustus 2026, met producties- de conclusie van antwoord van de gemeente, met producties- de mondelinge behandeling van 9 oktober 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van Computacenter c.s.- de pleitnota van de gemeente.
3. 3. De feiten
Computacenter, Bechtle, Aces en Pro Warehouse zijn commerciële partijen die hardware voor werkplekken en/of mobiele hardware leveren. Ze kopen die hardware in bij fabrikanten/distributeurs en zijn zogenaamde resellers. Aces en Pro Warehouse zijn zusterondernemingen.
De gemeente heeft op 19 maart 2026 de Europese aanbestedingsprocedure “werkplek en mobiele hardware” in de markt gezet (hierna: de Aanbesteding).
Het Beschrijvend Document van de Aanbesteding luidt, voorzover voor deze zaak van belang, als volgt:
“BegripsbepalingKernassortiment
Aanbestedende Dienst heeft een kernassortiment van standaard middelen die vaak worden besteld. Dit bestaat nu uit desktops, thin clients, laptops, beeldschermen, dockingstations, smartphones en bijbehorende accessoires. Het kernassortiment wordt bijgewerkt naar behoefte van Aanbestedende Dienst en wanneer een model end of life raakt.
(…)
2 Wat wordt er aanbesteed?
Omschrijving van de Opdracht
De Opdracht met kenmerk 1-L-0017611-25 die is beschreven in dit Beschrijvend Document gaat over het op afroep en naar behoefte van de Aanbestedende Dienst leveren van ICT (mobiele en werkplek) hardware en het leveren van accessoires inclusief support op de geleverde apparatuur. De Aanbestedende Dienst onderscheidt in deze Opdracht twee percelen; werkplek hardware en mobiele hardware.
(…)
Scope van de Opdracht
De onderhavige Opdracht is onderverdeeld in twee percelen. De Aanbestedende Dienst acht deze opdeling passend, omdat de betreffende functies en/of diensten niet noodzakelijkerwijs bij één en dezelfde partij kunnen of hoeven te worden ingekocht.
Onder ICT-hardware wordt verstaan het leveren van:
Perceel 1: Werkplek hardware
Onder werkplek hardware wordt alle apparatuur verstaan die je aan een medewerker afgeeft, dan wel nodig is voor een werkplek op kantoor of thuis.
Hier worden onder meer (maar niet uitsluitend) de volgende artikelen onder verstaan:
1. Desktops;
2. Thin clients;
3. Laptops en convertibles (laptop/tablet in één apparaat);
4. Beeldschermen tot maximaal 32 inch;
5. Docking stations;
6. Accessoires waaronder minimaal laptoptassen, toetsenborden, muizen, trackpads, stylus pennen, kabels, screen protectors, hoesjes, opladers, koptelefoons, privacy screens etc.
7. Opladers, beveiligde externe harde schijven, beveiligde USB-sticks
8. Vervangende onderdelen voor reeds in gebruik zijnde apparatuur;
9. Aangepaste apparatuur op advies van ARBO-deskundige (die plug en play moeten zijn) zoals ergonomische toetsenborden en muizen, polssteunen en monitoren voor visueel beperkten.
10. Levering van desktopprinters inclusief bijbehorende accessoires, zoals inktcartridges.
(…)
Perceel 2: Mobiele hardware
Onder mobiele hardware wordt alle apparatuur, inclusief accessoires, verstaan die je aan een medewerker afgeeft, die nodig is voor het bereikbaar zijn/ of mobiel te kunnen werken op locatie.
Hier worden de volgende artikelen onder meer (maar niet uitsluitend) verstaan:
1. Het leveren van smartphones, inclusief accessoires op o.a. de besturingssystemen Android en IOS;
2. Het leveren van mobiele telefoons;
3. Het leveren van tablets inclusief accessoires op o.a. de besturingssystemen Android en IOS.
(…)
Optionele dienstverleningBij de levering van zowel werkplek als mobiele hardware kan de volgende optionele dienstverlening worden gevraagd:
Perceel 1 Werkplek hardware:
1. Het plaatsen, vervangen en installeren van de hardware apparatuur op de werkplek. Dit alleen op verzoek van de Aanbestedende Dienst.
2. Het leveren van de werkplek hardware apparatuur bij thuisadressen van medewerkers van de Aanbestedende Dienst. Dit alleen op verzoek van de Aanbestedende Dienst.
3. Het leveren en installeren van het gewenste besturingssysteem op de desktops, thin clients en laptops, of de op het moment van aanschaf geldende logische opvolgers Gemeente Rotterdam 13
4. Op verzoek de aangeschafte middelen voorzien van een label en het opleveren van een registratieformulier van de aangeschafte middelen.
5. Op aanvraag worden de laptops geleverd met een zogenaamde schone image, dus zonder niet noodzakelijke/Original Equipment Manufacturer software van een leverancier.
6. Onderzoek naar mogelijkheden voor reparatie (buiten garantie), en de reparatie zelf.
7. Het op duurzame en veilige wijze afvoeren en verwerken van afgeschreven, defecte of anderzijds afgedankte apparatuur. De Inschrijver zal op het moment van afvoeren aan de Aanbestedende Dienst een opgave doen van de restwaarde en dit d.m.v. een creditnota te verrekenen met de Aanbestedende Dienst.
Perceel 2 Mobiele hardware:
1. Het leveren van de mobiele hardware apparatuur bij thuisadressen van medewerkers van de Aanbestedende Dienst. Dit alleen op verzoek van de Aanbestedende Dienst.
2. Op verzoek de aangeschafte middelen voorzien van een label en het opleveren van een registratieformulier van de aangeschafte middelen.
3. Het uit-, in- en herverpakken van mobiele telefoons.
4. Onderzoek naar mogelijkheden voor reparatie (buiten garantie), en de reparatie zelf.
5. Het op duurzame en veilige wijze afvoeren en verwerken van afgeschreven, defecte of anderzijds afgedankte apparatuur. De Inschrijver zal op het moment van afvoeren aan de Aanbestedende Dienst een opgave doen van de restwaarde en dit d.m.v. een creditnota te verrekenen met de Aanbestedende Dienst.
(…)
Doel van de Opdracht
De onderhavige Opdracht heeft betrekking op het op afroep en naar behoefte van de Aanbestedende Dienst leveren van ICT-hardware.
De Aanbestedende Dienst beoogt met deze Overeenkomst partijen te contracteren die merkonafhankelijk ICT-hardware artikelen kunnen leveren, gevraagd en ongevraagd advies geven en service verlenen over nieuw aan te schaffen ICT-hardware. De Aanbestedende Dienst wordt via de uiteindelijke Opdrachtnemer(s) op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen op het gebied van ICT-hardware.
De Aanbestedende Dienst beoogt derhalve met deze Overeenkomst de volgende doelstelling te realiseren:
1. Een betrouwbare leverancier te contracteren die de Aanbestedende Dienst zo efficiënt mogelijk ondersteunt en bedient in het zo snel mogelijk leveren van ICT-middelen en het verzorgen van de gevraagde dienstverlening tegen de gestelde kwaliteit voor een zo laag mogelijke prijs;
2. Een zo toekomstbestendig mogelijke leverancier te contracteren. Onder toekomstbestendig verstaat de Aanbestedende Dienst een contractspartner die proactief meebeweegt met landelijke ontwikkelingen in het domein van ICT- middelen, ontwikkelingen in de gemeentelijke organisaties en technologische (innovatieve) mogelijkheden in de markt signaleert en proactief merkonafhankelijk adviseert met betrekking tot deze mogelijkheden;
3. Een concrete bijdrage leveren aan de realisatie van de beleidsdoelstellingen van de Aanbestedende Dienst op het gebied van Duurzaamheid.
(…)
Perceelindeling
De aanbesteding is verdeeld in twee (2) percelen. Perceel 1: Werkplek hardware. Perceel 2: Mobiele hardware
Omvang van de OpdrachtDe totale geschatte opdrachtwaarde voor perceel 1 bedraagt naar verwachting € 19.000.000,- en maximaal € 21.000.000,- exclusief BTW voor de periode van vier (4) jaar.
De totale geschatte opdrachtwaarde voor perceel 2 bedraagt naar verwachting € 13.000.000,- en maximaal € 15.000.000,- exclusief BTW voor de periode van drie (3) jaar en zes (6) maanden.
(…)
Nadere opdrachten onder de Overeenkomst
Nadere opdrachten worden op twee manieren in opdracht gegeven:
1.Punchout
Een webshop waarin o.a. het afgesproken kernassortiment staat beschreven. Uit dit kernassortiment worden wekelijks onderdelen/apparaten besteld. Deze artikelen zijn direct te selecteren in de punchout en na goedkeuring worden deze bestellingen omgezet naar een formele bestelopdracht voor de leverancier.
2. Slim scherm
Bedoeld voor o.a. offertes die niet direct in de webshop zijn te vinden of buiten het kernassortiment vallen. De offerte wordt via het slimme scherm ingevoerd en na goedkeuring omgezet naar een formele bestelopdracht.(…)
4 Hoe schrijft u in?
(…)
Algemene inschrijvingseisen
Voorwaarden
(…)
Door in te schrijven gaat de Inschrijver onvoorwaardelijk akkoord met de Overeenkomst en de daarvan deel uitmakende bijlagen.
(…)
6 Waar wordt uw Inschrijving op beoordeeld?
(…)6.2 Gunningscriterium
De Inschrijvingen worden door de Aanbestedende Dienst beoordeeld op basis van het gunningscriterium ‘laagste prijs’. Hierbij wordt bij de beoordeling van de Inschrijvingen enkel onderscheid gemaakt tussen financiële aspecten.
Beschrijving van de financiële aspecten
U dient uw prijs en/of tarieven aan te bieden door middel van het invullen van het Prijzenformulier.
(…)
Werkzaamheden in opslag percentage:
Perceel 1 werkplek hardware:
Het opslagpercentage bevat alle in paragraaf 2.1.4 van dit Beschrijvend Document en Programma van Eisen genoemde werkzaamheden ten behoeve van de werkplek hardware.
Perceel 2 mobiele hardware:
Het opslagpercentage bevat alle in paragraaf 2.1.4 van dit Beschrijvend Document en Programma van Eisen genoemde werkzaamheden ten behoeve van de mobiele hardware.(…)
De Aanbestedende Dienst behoudt zich verder het recht voor om Inschrijvingen waarbij prijzen en/of tarieven worden ingediend die niet marktconform of abnormaal laag zijn, zoals bedoeld in artikel 2.116 Aanbestedingswet 2012, af te wijzen. Een afwijzing zal echter niet eerder plaatsvinden dan nadat de Inschrijver in de gelegenheid is gesteld om aan te tonen dat de betreffende prijzen en/of tarieven wel marktconform c.q. niet abnormaal laag zijn. Indien wel het geval, dan zal de Aanbestedende Dienst een dergelijke afwijzing altijd deugdelijk motiveren en onderbouwen.(…)6.5 Rangschikking
Op basis van de (…)gunningscriteria, (…) bepaalt de Aanbestedende Dienst welke Inschrijver de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan. In het geval dat twee (2) of meer Inschrijvingen gelijk als hoogste eindigen, bepaalt de Aanbestedende Dienst de Inschrijver die voor gunning in aanmerking komt aan de hand van loting welke Inschrijver voor gunning in aanmerking komt.”
Bij het Beschrijvend Document (zie 3.3) horen verschillende bijlagen, onder meer:
- bijlage 1 Programma van Eisen (hierna: PVE)
- bijlage 7 Prijzenformulier (hierna: het Prijzenformulier)- bijlage 8a Overeenkomst Perceel 1 Werkplek hardware (hierna: Raamovereenkomst
Perceel 1)
- bijlage 8b Overeenkomst Perceel 2 Mobiele hardware (hierna: Raamovereenkomst perceel
2)
- bijlage 16 Specificaties Werkplek hardware
- bijlage 17 Specificaties Mobiele hardware
Het Programma van Eisen (Bijlage 1 bij het Beschrijvend Document) luidt, voor zover van belang, als volgt:
“1. Algemene eisen(…)10. Opdrachtgever is gerechtigd om gedurende de looptijd van de overeenkomst steekproefsgewijs te toetsen of de door Opdrachtnemer gehanteerde prijzen marktconform zijn, uitgaande van de marktconformiteit zoals deze gold op het moment van uitbrengen van de betreffende offerte. Indien uit een dergelijke steekproef blijkt dat de door Opdrachtnemer gehanteerde prijs meer dan 5 procent afwijkt van hetgeen op het moment van de offerte als marktconform kon worden aangemerkt, is Opdrachtnemer verplicht het volledige verschil tussen de gefactureerde prijs en de marktconforme prijs aan Opdrachtgever te vergoeden door middel van een creditnota.
(…)
4. Punch Out catalogus(…)28. Opdrachtnemer levert de bestellingen vanuit nader te bepalen categorieën;
(…)
- Buiten* kernassortiment, zonder dienstverlening, tot 200 stuks: 15 werkdagen. - Buiten* kernassortiment, met dienstverlening, tot 200 stuks: 20 werkdagen.
* Wordt nooit meer dan 200 stuks besteld, anders wordt het Kernassortiment.(…)52. Opdrachtnemer wijzigt het kernassortiment uitsluitend na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Aanbestedende Dienst. Mutaties (toevoegen/verwijderen van artikelen of wijzigingen in specificaties/prijzen) worden minimaal 30 kalenderdagen vooraf schriftelijk gemeld, inclusief onderbouwing.
53. Opdrachtgever geeft wijzigingen ten behoeve van het kernassortiment schriftelijk door aan de Opdrachtnemer(...).
(…)5. Administratie en facturatie(…)
82. De Opdrachtnemer dient op aanvraag inkoopprijzen te kunnen overleggen. Dit is door de Opdrachtnemer daadwerkelijk betaalde inkoopprijs in de keten, exclusief btw, aantoonbaar met inkoopfactuur. Indien de inkoopfactuur nog niet beschikbaar is volstaat een orderbevestiging. Opdrachtnemer levert de bijbehorende inkoopfactuur alsnog aan binnen 10 werkdagen nadat deze beschikbaar is geworden, voor de door Opdrachtgever geselecteerde steekproef.(…)
84. Op verzoek van de Opdrachtgever, levert de Opdrachtnemer meerdere offertes van verschillende fabrikanten voor dezelfde aanvraag. De Opdrachtnemer kiest op dat moment welke van de offertes leidt tot een daadwerkelijke bestelling.(…)
11. Leveringseisen Werkplek en Mobiele hardware
(…)
144. Op aanvraag van de Opdrachtgever zal de Opdrachtnemer binnen tien (10) werkdagen twee nieuwe demomodellen kosteloos beschikbaar stellen. De Opdrachtnemer zal op verzoek van de Opdrachtgever na aankondiging van nieuwe hardware twee nieuwe demomodellen kosteloos beschikbaar stellen. In de definitieve DAP zal na gunning hierover nadere afspraken gemaakt worden.
De Aanbestedende Dienst kan over de hoeveelheid demomodellen geen inschatting maken. De vraag naar demomodellen wordt bepaald door ontwikkelingen in de markt en wensen vanuit de organisatie.(…).15. Algemene ICT-eisen mobiele hardware
(…)
157. De markt van apparatuur voor mobiele communicatie is voortdurend in beweging en het
assortiment te leveren toestellen verandert snel. De Opdrachtgever wil gedurende de looptijd van de Overeenkomst continu de actueel gangbare toestellen/accessoires geleverd hebben. De Opdrachtnemer verplicht zich dan ook om periodiek het assortiment toestellen en accessoires hierop aan te passen.”
In 93-112 van het PVE zijn duurzaamheidseisen opgenomen.
Het Prijzenformulier voor perceel 1 (werkplek hardware) luidt als volgt:
Op dit prijzenformulier stond aanvankelijk naast de regel waar het uurtarief voor plaatsing en installatie moet worden ingevuld (nummer 12):
“Hier moet het wettelijke minumumloon in opgenomen worden als ondergrens, nog te bepalen van welke leeftijd het minumumloon geldt.”
Het Prijzenformulier (in de stukken ook wel aangeduid als “het prijzenblad”) voor perceel 2 (mobiele hardware) luidt als volgt:
De toevoeging “Let op: op straffe van uitsluiting is het niet toegestaan een opslagpercentage van < 2,5% in te dienen!” is ingevoegd na de eerste Nota van Inlichtingen (zie hierna in 3.12).
De apparatuur die is opgenomen in het Prijzenformulier, vormde ten tijde van het uitschrijven van de aanbesteding het kernassortiment van de gemeente voor werkplek hardware en mobiele hardware. De in het Prijzenformulier opgenomen inkoopprijzen, zijn de prijzen die de gemeente onder de thans lopende raamovereenkomst betaalt.
In bijlage 16 (Specificaties Werkplek hardware) en bijlage 17 (Specificaties Mobiele Hardware) heeft de gemeente de specificaties van de modellen uit het Prijzenformulier vertaald naar minimale technische specificaties.
Raamovereenkomst perceel 1 en Raamovereenkomst perceel 2 (bijlagen 8a en 8b bij het Beschrijvend document) luiden, voor zover van belang, als volgt:
“Artikel 7 Totstandkoming Nadere Opdrachten
De opdracht tot het leveren van de ICT Prestatie geschiedt telkens door middel van het verstrekken van een Nadere Opdracht door Opdrachtgever, welke Nadere Opdracht hierdoor reeds door Opdrachtnemer wordt aanvaard.(…)”
In de eerste nota van inlichtingen van 20 april 2026 (hierna: NVI 1) zijn, voor zover hier van belang, de volgende vragen gesteld door potentiële inschrijvers respectievelijke de volgende antwoorden gegeven door de gemeente:
Vraag 4:U heeft gekozen voor gunning op laagste prijs. De aanbestedingswet staat dit in beginsel niet toe, mits deugdelijk gemotiveerd. In de ogen van inschrijver ontbreekt een dergelijke motivatie in het beschrijvend document. Wij zijn van mening dat uw onderbouwing ontbreekt en verzoeken u daarom ook om het gekozen criterium te onderbouwen.
Antwoord
Het ontbreken van de onderbouwing waarom de Aanbestedende Dienst kiest voor gunning op laagste prijs betreft een onmissie. De Opdrachtgever heeft voor het gunningcriterium Laagste prijs gekozen, omdat voor deze Opdracht geen duidelijk onderscheidende, voor hem meerwaarde vertegenwoordigende, EMVI criteria zijn te bepalen. De specificaties van de Opdracht zijn dusdanig vastgelegd dat het gunningcriterium ‘laagste prijs’ naar de mening van de Aanbestedende Dienst het meest passend is.
Vraag 7:U vraagt om een opslagpercentage op onze inkoopprijzen. Hieraan stelt u geen randvoorwaarden. Het toevoegen van een opslagpercentage is bedoeld om de prijzen voor verschillende diensten en producten gedurende de looptijd van de overeenkomst te borgen. Een zeer laag opslagpercentage is niet voldoende om dit te waarborgen. Dit kan namelijk leiden tot prijsinstabiliteit, omdat leveranciers geen IT-producten inclusief diensten kunnen leveren tegen dergelijke lage marges. Wij verzoeken u dan ook een marktconform minimum opslagpercentage van 3% toe te voegen om de prijsstabiliteit en kwaliteit van de dienstverlening van inschrijvers te waarborgen. Bent u bereid om dit minimale opslagpercentage toe te voegen?
Antwoord:Aanbestedende Dienst is bereid een minimum opslagpercentage toe te voegen. Het minimale opslagpercentage voor beide percelen wordt op straffe van uitsluiting 2,5%. De Aanbestedende Dienst acht inschrijvingen onder het genoemde percentage als abnormaal laag. Zie het aangepaste prijzenblad bijlage 7 Prijzenblad - HERZIEN. Opdrachtnemer dient deze versie bij zijn Inschrijving te gebruiken. De vorige versie van het prijzenblad komt hier mee te vervallen.
Vraag 8:
In paragraaf 6.3 geeft u het volgende aan: De Aanbestedende Dienst behoudt zich verder het recht voor om Inschrijvingen waarbij prijzen en/of tarieven worden ingediend die niet marktconform of abnormaal laag zijn, zoals bedoeld in artikel 2.116 Aanbestedingswet 2012, af te wijzen. Wat verstaat AD onder marktconform?
Antwoord:Marktconform betekent dat de prijzen en/of tarieven in lijn zijn met de gangbare prijzen en/of tarieven in de betreffende markt voor vergelijkbare diensten. Abnormaal lage inschrijvingen worden behandeld en vastgesteld conform het wettelijk kader (2.116 Aw). Of een inschrijving abnormaal laag is, zal worden vastgesteld op basis van de omstandigheden van het geval. Wij kunnen niet op voorhand aangeven wat een abnormaal lage inschrijving is.
Vraag 65:Bijlage 7 Prijzenblad
Inschrijvers dienen stuksprijzen voor optionele dienstverlening in te vullen. Om op voorhand te verduidelijken wanneer deze prijzen als irreëel worden beschouwd, vriendelijk verzoek om hier minimum tarieven aan te koppelen?
Antwoord:
Nee, de Aanbestedende Dienst stelt geen bandbreedte of minimumtarief vast voor de optionele dienstentarieven. Het is aan Inschrijver om op basis van zijn kennis en expertise een passende reële prijs op te geven per optioneel aspect. Met betrekking tot wat de Aanbestedende Dienst marktconform of abnormaal laag vindt, verwijst de Aanbestedende Dienst naar het antwoord op vraag 8.
Vraag 200:
In uw Bijlage 7 Prijzenblad dienen Inschrijvers per product(groep) een opslagpercentage in te vullen. U geeft hierbij geen richtlijnen noch een bandbreedte aan, waardoor Inschrijvers kunnen inschrijven met een negatief, 0 of symbolisch 0,01% percentage. (…). Bent u bereid om Inschrijvers de gelegenheid te bieden om een eerlijk opslagpercentage in te vullen en nog steeds kans te maken op gunning van deze aanbesteding door voor de producten een opslagpercentage bandbreedte te introduceren van bijv. 3% - 7%? (…)
Antwoord:Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 232:Kunt u toelichten hoe het kernassortiment tot stand komt, bijvoorbeeld welke rol zowel de Aanbestedende Dienst als de Opdrachtnemer hierin hebben, en op basis van welke criteria producten en fabrikanten worden geconsulteerd, toegevoegd of verwijderd (zoals o.a. beschreven in Eis 52 en 53)?
Antwoord:Het kernassortiment bestaat uit standaard middelen die veelvuldig worden besteld en wordt bijgewerkt naar behoefte van de Aanbestedende Dienst en/of wanneer een model 'end of life' raakt.
Vraag 233:Wordt het kernassortiment periodiek geëvalueerd en geactualiseerd, en zo ja, hoe ziet dit proces eruit: op welke momenten vindt dit plaats, hoe wordt de mededinging dan geborgd en de markt betrokken/benaderd, en hoe dienen wij in dit kader “aankondiging van nieuwe hardware” te lezen (eis 144)?
Antwoord
Een expliciet proces voor het waarborgen van mededinging bij de periodieke actualisatie van het kernassortiment, buiten de context van de aanbestedingsprocedure, is niet beschreven. Het kernassortiment kan periodiek geëvalueerd worden tijdens structurele overleggen tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer.
Onder 'aankondiging van nieuwe hardware' (Eis 144) wordt een aankondiging van nieuwe producten door fabrikanten of de markt verstaan.
De Opdrachtgever zal dan een demo bestellen met de intentie om het assortiment te actualiseren.
De mededinging wordt geborgd doordat wij functioneel specificaties hebben opgesteld en dat Opdrachtnemer op basis van deze specificaties merkonafhankelijk moet leveren. Aanbestedende Dienst wil jaarlijks een herijking van Opdrachtnemer op het kernassortiment om te kijken of de producten uit het kernassortiment nog steeds de meest voordeligste zijn voor ons.
Naar aanleiding van vraag 7 in NVI 1 (zie 3.11) is het Prijzenformulier aangepast. Aan het Prijzenformulier is toegevoegd:
“Let op: op straffe van uitsluiting is het niet toegestaan een opslagpercentage van < 2,5% in te dienen!” (zie 3.6)
In de tweede nota van inlichtingen van 21 mei 2026 (hierna NVI 2) zijn de volgende vragen gesteld door belanghebbende en de volgende antwoorden gegeven door de gemeente:
Vraag 283Hoevaak komt installatie op locatie voor? Op het prijsblad is een fictief aantal van 100 uur opgenomen. Is die 100 uur realistisch voor de contractperiode, dit om tot een goede tariefstelling te komen.
Antwoord
Het betreft optionele dienstverlening waar de afgelopen contractperiode geen gebruik van is gemaakt en momenteel ook geen gebruik van wordt gemaakt. Wij verwachten dit alleen nodig te hebben bij organisatorische veranderingen of onvoorziene omstandigheden waardoor we het niet meer in eigen beheer kunnen doen.
Vraag 290:
U geeft aan dat nul-bedragen niet zijn toegestaan. Kunt u bevestigen dat bedragen van 0,01 euro wel zijn toegestaan (mits inschrijver de toepassing van zo'n tarief kan verantwoorden)?
Antwoord
Dat kan de Aanbestedende Dienst bevestigen.
Vraag 291:Dank voor het vaststellen van een redelijke ondergrens voor de opslagpercentages, zodat het voor inschrijvers op voorhand duidelijk is wat u niet als abnormaal laag beschouwt. Wilt u hetzelfde doen voor de dienstentarieven en uurtarieven alstublieft?
Antwoord
Nee, de Aanbestedende Dienst stelt geen bandbreedte of minimumtarief vast voor de dienstentarieven en uurtarieven. Het is aan Inschrijver om op basis van zijn kennis en expertise een passende reële prijs op te geven per optioneel aspect. De Aanbestedende Dienst behoudt zich het recht voor om inschrijvingen met abnormaal lage prijzen af te wijzen conform artikel 2.116 van de Aanbestedingswet 2012. Zie hiervoor ook de antwoorden op vraag 131, 201 en 202.
Vraag 294:Om discussie te voorkomen verzoeken wij u vriendelijk om te bevestigen dat u het wettelijk minimumloon als ondergrens voor uurtarieven aanhoudt?
Antwoord
Aanbestedende Dienst gaat niet akkoord. Inschrijver dient aan wet- en regelgeving te voldoen. Zo ook bij de Inschrijving. En daarmee ook aan het minimum uurloon.
Vraag 334:
In vraag 4 van de eerste nota van inlichtingen stelt u dat u kiest voor het gunningscriterium laagste prijs, omdat voor de opdracht geen duidelijk onderscheidende, meerwaarde vertegenwoordigende EMVI-criteria zijn te bepalen. De specificaties zouden dusdanig zijn vastgelegd dat het gunningscriterium ‘laagste prijs’ het meest passend zou zijn.
Wij wijzen u erop dat het uitgangspunt in artikel 2.114 Aanbestedingswet 2012 is dat de aanbestedende dienst kiest voor gunning op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Slechts in uitzonderlijke gevallen mag een aanbestedende dienst kiezen voor gunning op basis van de laagste prijs, maar hij dient die keuze dan wel gedegen te motiveren. (…)
(…) Er zijn tal van aspecten binnen de scope van deze aanbesteding waarop inschrijvers zich zouden kunnen onderscheiden, waaronder bijvoorbeeld:
• Het bieden van merkonafhankelijk advies over benodigde hardware voor de huidige situaties en toekomstige ontwikkelingen;
• Het ontzorgen van de Aanbestedende Dienst t.a.v. de levering en het onderhoud van hardware en het bieden van betrouwbare (optionele) dienstverlening gedurende de duur van de Overeenkomst;
• Het verrichten van garantieafhandeling van huidige en nieuwe middelen;
• Het op afroep en naar behoefte van de Aanbestedende Dienst voorzien in training ten behoeve van het gebruik van de genoemde hardware;
• Het leveren van testapparatuur en het ondersteunen bij het uitvoeren van tests en implementatietrajecten van nieuwe apparatuur binnen de bestaande ICT infrastructuur.
Wij verzoeken u om de gunningssystematiek te wijzigen naar gunning op basis van beste prijs-kwaliteitverhouding.
Antwoord
Nee, de Aanbestedende Dienst handhaaft het gunningscriterium 'laagste prijs'. De specificaties van deze Opdracht zijn dusdanig in de aanbestedingsdocumenten vastgelegd dat het gunningscriterium 'laagste prijs' het meest passend is. Daarnaast zijn er door de dusdanige vastgelegde specificaties waaronder in het Programma van Eisen geen duidelijke onderscheidende kwalitatieve aspecten te bepalen. In het Programma van Eisen zijn de eisen voor de Aanbestedende Dienst op zo’n manier
vastgelegd dat wij geen meerwaarde zien in partijen die dit beter/sneller/hoger kunnen. Aanbestedende Dienst is van mening dat nader onderscheid voor haar geen meerwaarde biedt. Zolang de winnende partij voldoet aan ons eisenpakket is nadere onderscheiding niet noodzakelijk. Daarnaast dient de Aanbestedende Dienst ook rekening te houden met de administratieve lasten voor de Inschrijvers, deze dienen proportioneel te zijn. Met bovenstaande overweging meegenomen is het de mening van Aanbestedende Dienst dat door middel van gunnen op 'laagste prijs' deze administratieve lasten zo laag mogelijk blijven.
Vraag 335:De huidige gunningssystematiek is fundamenteel gebrekkig. U heeft in de eerste nota van inlichtingen bepaald dat inschrijvers een minimaal inschrijfpercentage moeten opgeven van 2,5%.
Met enige marktkennis valt vooraf vast te stellen dat vrijwel elke inschrijver zal inschrijven met
dat minimale percentage.
Daardoor zal gunning ofwel plaatsvinden puur op basis van de optionele dienstverlening, die optioneel is en bovendien maar een zeer klein deel van de opdrachtwaarde vertegenwoordigt, ofwel op basis van loting.
Dit voorzienbare gevolg kan niet worden genegeerd (vgl. Rechtbank Den Haag (vzr.) 3 september 2015 ECLI:NL:RBDHA:2015:10438). Dat gevolg is problematisch omdat de gunningssystematiek daardoor (1) in strijd is met de verplichting (ex artikel 1.4 lid 2 Aanbestedingswet 2012) zorg te dragen voor zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen en (2) niet leidt tot selectie van de daadwerkelijk economisch meest voordelige inschrijving.
Wij verzoeken u de gunningssystematiek aan te passen.
Antwoord
De Aanbestedende Dienst gaat niet akkoord met voorstel van Opdrachtnemer, de gunningsmethodiek wordt niet aangepast. De Aanbestedende Dienst gaat niet mee in de redenatie dat vrijwel elke inschrijver zal inschrijven met het minimale percentage. Het opslagpercentage van de vorige aanbesteding is substantieel hoger dan het minimale opslagpercentage van 2,5%. Met dien verstande dat de Opdracht zo is gespecificeerd dat gunning geschied op laagste prijs wordt in de ogen van de Aanbestedende Dienst juist wel zoveel mogelijke maatschappelijke waarde voor publieke middelen gerealiseerd en leidt dat juist wel tot de daadwerkelijke economische meest voordelige inschrijving.
In de derde nota van inlichtingen gepubliceerd op verschillende data tussen 2 juni en 17 juli 2026 (hierna: NVI 3) heeft de gemeente het volgende opgenomen:
Onder nummer 353:“Nadere duiding marktconformiteit.
De Aanbestedende Dienst heeft in het kader van deze Europese aanbestedingsprocedure een klacht ontvangen welke is afgehandeld door het meldpunt klachtafhandeling van de Aanbestedende Dienst. De klacht ziet op de gehanteerde gunningssystematiek, de motivering van het gehanteerde gunningscriterium en op het begrip "marktconformiteit". Met deze Nota van Inlichtingen wil de Aanbestedende Dienst tegemoet komen aan de gegrond verklaarde klacht ten aanzien van het begrip marktconformiteit.
De Aanbestedende Dienst verduidelijkt het begrip marktconformiteit van de (inkoop)prijzen en het toetsen van deze marktconformiteit zoals bedoeld in eis 10 van het Programma van Eisen als volgt. De Aanbestedende Dienst verstaat onder marktconform prijzen en/of tarieven die na toetsing door de Aanbestedende Dienst in lijn blijken te zijn met de gangbare prijzen en/of tarieven in de betreffende markt voor vergelijkbare diensten en/of producten. De Aanbestedende Dienst toetst de (inkoop)prijzen gedurende de looptijd van de Overeenkomst steekproefsgewijs bij bestellingen groter dan €250.000 minimaal één keer per jaar per productgroep op marktconformiteit en overige contractuele voorwaarden. Bij bestellingen met een lager bedrag voert de Aanbestedende Dienst de steekproef minimaal twee keer per jaar uit. Met contractuele voorwaarden bedoeld de Aanbestedende Dienst voorwaarden zoals het juist toepassen van het opslagpercentage waarmee is ingeschreven
en in voorkomend geval de prijzen van de optionele dienstverlening. De toetsing van de marktconformiteit van de inkoopprijzen van de werkplek, dan wel mobiele hardware vindt plaats op basis van de door Opdrachtnemer verstrekte offerte. Op basis van de gevraagde aantallen, het door Opdrachtnemer aangeboden merk en type en de leveringstermijn vraagt de Aanbestedende Dienst meerdere offertes aan bij de betreffende fabrikant en bij dienstverleners die in staat zijn de gevraagde aantallen, merk en type te leveren. Dit met eenzelfde leveringstermijn. De toets vindt plaatst binnen de geldigheidstermijn van de betreffende offerte van Opdrachtnemer, zodat toetsing binnen gelijke marktomstandigheden plaatsvindt. De gemiddelde inkoopprijs die volgt uit de steekproef wordt op dat moment als marktconform beschouwd door de Aanbestedende Dienst. Indien de door Opdrachtnemer gehanteerde inkoopprijs, dus exclusief het opslagpercentage, meer dan 5 procent afwijkt dan gelden de bepalingen uit eis 10 van het Programma van Eisen. Bij twijfel aan de door Opdrachtnemer gehanteerde prijzen behoud de Aanbestedende Dienst zich het recht voor om de toetsing op de (inkoop)prijzen vaker uit te voeren.
Onder nummer 357:
“Voorwaarden voor het verstrekken van Nadere Opdrachten
De voorwaarden voor het verstrekken van Nadere Opdrachten onder de Overeenkomst zijn, naast alle in de aanbestedingsstukken opgenomen overige bepalingen, als volgt. De Opdrachtnemer is verplicht om bij een Nadere Opdracht onder de Overeenkomst het artikel met de laagste inkoopprijs uit zijn assortiment aan te bieden wat voldoet aan de minimale functionele specificaties uit bijlagen 16 en 17. Zo is het bijvoorbeeld niet toegestaan dat een Opdrachtnemer met een i7 processor aanbiedt terwijl de Aanbestedende Dienst met i5 processor functioneel heeft gespecificeerd. Tenzij in het uitzonderlijke geval vanuit de fabrikant(en) deze niet meer beschikbaar wordt gesteld en deze
dus niet meer leverbaar is, dan mag na onderlinge afstemming met de Aanbestedende Dienst hiervan afgeweken worden.”
Onder nummer 358:“In aanvulling op eisen 84 en 85 uit het Programma van Eisen bepaalt de Aanbestedende Dienst in voorkomend geval haar keuze op de prijs. De offerte met de laagste prijs wordt gekozen tenzij bij uitzonderlijke marktomstandigheden er significante verschillen zitten in levertijden tussen verschillende fabrikanten, dan kan in het kader van de continuïteit gekozen worden voor de offerte met de minst lange levertijd. Dit is van toepassing wanneer de levertijden met meer dan 50% in het nadeel van de Aanbestedende Dienst afwijken van de in eis 28 van het Programma van Eisen opgenomen tijden. Hierbij geldt tevens de voorwaarde dat de geoffreerde prijzen marktconform moeten zijn. In beginsel en onder de normaal te verwachten omstandigheden beoordeelt de Aanbestedende Dienst de verschillende offertes dus op basis van laagste prijs.”
Computacenter en Bechtle hebben ingeschreven op zowel perceel 1 als perceel 2 van de Aanbesteding. Aces heeft ingeschreven op perceel 1 en Pro Warehouse op perceel 2.
Bij brieven van 5 augustus 2026 heeft de gemeente aan Computacenter c.s. bericht dat zij voornemens is de opdracht voor perceel 1 (werkplek hardware) te gunnen aan Dustin en de opdracht voor perceel 2 (mobiele hardware) te gunnen aan Protinus IT B.V. De gunning in perceel 2 is het gevolg van loting tussen meerdere gelijk geëindigde inschrijvers.
Bechtle heeft op 7 augustus 2026 bezwaar gemaakt tegen de voornemens tot gunning van de gemeente (zie 3.16). Die bezwaren zagen, kort gezegd, op het voornemen tot gunning aan partijen die hebben ingeschreven op de optionele dienstverlening met een uurtarief/stuksprijs van € 0,01 omdat deze niet voldoen aan de eisen en randvoorwaarden van de Aanbesteding. De gemeente heeft dit bezwaar bij brief van 13 augustus van de hand gewezen.
Computacenter heeft bij brief van 14 augustus 2026 bezwaar gemaakt tegen de voornemens tot gunning van de gemeente bedoeld in 3.16. Haar bezwaren zagen erop dat de gekozen prijssystematiek niet reflecteert wat daadwerkelijk wordt aanbesteed en dat de voorwaarden voor gunning van nadere opdrachten onvoldoende zijn bepaald. De gemeente heeft deze bezwaren bij brief van 19 augustus 2026 verworpen.
4. Het geschil
Computacenter c.s. vorderen bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:I. de gemeente te verbieden verdere uitvoering te geven aan de gunningsbeslissingen van 5 augustus 2026 voor perceel 1 (werkplek hardware) en perceel 2 (mobiele hardware) en de gemeente te gebieden de gunningsbeslissingen in te trekken;
II. de gemeente te gebieden om de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te gunnen, over te gaan tot een heraanbesteding;
III. de gemeente jegens Computacenter c.s. te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.
De gemeente voert verweer. De gemeente concludeert tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van Computacenter c.s. bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in de kosten van het geding, vermeerderd met de wettelijke rente.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5. De beoordeling
Het spoedeisend belang is niet betwist en volgt uit de aard van het gevorderde.
Computacenter c.s. voeren drie gronden aan die volgens hen maken dat de aanbestedingsprocedure fundamenteel gebrekkig is, te weten:1. de gekozen prijssystematiek reflecteert niet wat daadwerkelijk wordt aanbesteed en leidt niet tot de economisch meest voordelige inschrijving;
2 . de voorwaarden voor gunning van nadere opdrachten zijn onvoldoende bepaald;
3. de voorwaarden van de Aanbesteding zijn niet duidelijk, precies en ondubbelzinnig.
Deze gronden zullen hierna worden besproken en beoordeeld. Allereerst zal kort worden weergegeven hoe de aanbestedingssystematiek zoals die volgt uit de aanbestedingsstukken en de toelichting daarop van de gemeente werkt, althans dient te werken.
Met de Aanbesteding wil de gemeente één partij contracteren voor werkplek hardware (perceel 1) en één partij voor mobiele hardware (perceel 2). In de aanbesteding wordt niet geconcurreerd op de inkoopprijzen die inschrijvers aan fabrikanten of distributeurs betalen. Inschrijvers schrijven in met het opslagpercentage dat zij aan de gemeente in rekening brengen bovenop die inkoopprijzen, en daarnaast met een stuksprijs of uurtarief voor (optionele) dienstverlening. In het Prijzenformulier heeft de gemeente een fictieve opdracht opgenomen, gebaseerd op de modellen hardware die haar huidige kernassortiment vormen. Dat huidige kernassortiment heeft de gemeente vertaald naar minimale specificaties voor de te leveren hardware. Het daadwerkelijk inkopen van de werkplek- en mobiele hardware gebeurt niet bij het sluiten van de overeenkomst met de winnende inschrijver, maar pas bij het plaatsen van nadere opdrachten onder die overeenkomst. Met de winnende inschrijver wordt dus een raamovereenkomst gesloten. Nadere opdrachten kunnen volgens het Beschrijvend Document op twee manieren worden gegund: via het Punchout-systeem of via het Slim scherm-systeem.
Het Punchout-systeem is een webshop waarin het kernassortiment wordt aangeboden en waaruit de gemeente hardware zal gaan bestellen. Het Slim scherm-systeem is volgens het Beschrijvend document “bedoeld voor o.a. offertes die niet direct in het webshopsysteem zijn te vinden of buiten het kernassortiment vallen” (zie 2.4.1 Beschrijvend document in 3.3 van dit vonnis). Na een klacht bij het Meldpunt, heeft de Gemeente in NVI 3 verwoordt dat hiermee arbomiddelen en printers worden bedoeld en dat hiervan voor maximaal € 75.000 aan producten per jaar zal worden afgenomen.
Het nieuwe, via het Punchout-systeem te bestellen kernassortiment komt tot stand op basis van de eerste uitvragen van de gemeente voor een bepaalde productcategorie (bijvoorbeeld een laptop, telefoon, monitor ect.). Bij een dergelijke eerste uitvraag moet de opdrachtnemer op grond van eis 84 PVE meerdere merkonafhankelijke offertes uitvragen van verschillende fabrikanten voor producten die voldoen aan de gestelde functionele eisen. Daarbij zal de opdrachtnemer het goedkoopste product moeten aanbieden uit zijn assortiment dat nog voldoet aan de minimale technische specificaties. De gemeente beoordeelt de aangevraagde offertes op basis van laagste prijs. Het aldus gekozen product wordt onderdeel van het kernassortiment. Het kernassortiment wordt volgens de aanbestedingsstukken bijgewerkt naar behoefte van de aanbestedende dienst en/of wanneer een model 'end of life' raakt. De eisen uit het PVE geven de gemeente de bevoegdheid om de opdrachtnemer periodiek te verzoeken om meerdere offertes van verschillende fabrikanten te overleggen om een nieuw model op te nemen in het kernassortiment.
Om te controleren of de gemeente een marktconforme prijs betaalt aan de opdrachtnemer, heeft de gemeente een aantal contractuele controlemechanismes opgenomen. Ten eerste is dat het door de opdrachtnemer laten opvragen van meerdere offertes bij een uitvraag. Ten tweede heeft de gemeente een marktconformiteitstoets uitgewerkt. Ten derde zal benchmarking plaatsvinden. Ten slotte heeft de gemeente de mogelijkheid om inzage in de inkoopprijzen van de opdrachtnemer te verlangen.
Prijssystematiek reflecteert niet wat wordt aanbesteed en leidt niet tot economisch meest voordelige inschrijving
Volgens Computacenter c.s. moeten de door een aanbestedende dienst gehanteerde gunningscriteria leiden tot gunning aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. De aanbestedende dienst dient daartoe een beoordelingsmethode te kiezen die hem in staat stelt na te gaan welke inschrijving de economisch meest voordelige inschrijving biedt, aldus Computacenter c.s.
Dat heeft de gemeente volgens Computacenter c.s. in dit geval niet gedaan. Door het vaststellen van opslagpercentage voor de levering van hardware van minimaal 2,5%, heeft de gemeente bewerkstelligd dat geen concurrentie plaatsvindt op de daadwerkelijke kosten van de hardware, terwijl die hardware juist de kern van de opdracht is. Omdat er geen kwalitatieve gunningscriteria zijn om zich op te onderscheiden, was het volgens Computacenter c.s. voor alle inschrijvers duidelijk dat de enige wijze om redelijkerwijs voor gunning in aanmerking te komen, zou zijn om in te schrijven met het minimale opslagpercentage van 2,5% (zie vr. 335 in de NVI). Daar is de gemeente ook op gewezen. De concurrentie heeft daardoor alleen plaatsgevonden op de prijzen voor de optionele dienstverlening.
Volgens Computacenter c.s. handelt de gemeente hiermee in strijd met artikel 2.114 Aanbestedingswet (hierna: AW) dat de aanbestedende dienst verplicht de opdracht te gunnen aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving, en met artikel 1.4 lid 2 AW, dat de aanbestedende dienst verplicht ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen wordt geleverd.
De gemeente betwist dat de prijssystematiek niet tot gunning aan de economisch meest voordelige inschrijving leidt. De gemeente voert aan dat de markt voor hardware volatiel en steeds in ontwikkeling is en dat de prijzen op die markt door actuele ontwikkelingen hoog zijn. Daarnaast is volgens de gemeente de markt voor resellers, zoals de inschijvers wel worden genoemd, niet transparant. Dat maakt dat de gemeente heeft gekozen voor een systeem met een vast opslagpercentage op de daadwerkelijke inkoopprijzen. Volgens de gemeente zijn er in werkelijkheid geen wezenlijke verschillen in de inkoopprijzen die resellers van leveranciers en fabrikanten voor de hardware betalen. Resellers doen feitelijk ook niet veel meer dan het doorverkopen van hardware. Concurrentie op de opslag is dus passend. De gemeente wijst er verder op dat zij meerdere contractuele mechanismes heeft om ervoor te zorgen dat zij in ieder geval een markconforme prijs betaalt voor de hardware. Volgens de gemeente was niet voorzienbaar dat meerdere of alle inschrijvers met een opslagpercentage van 2,5% zouden inschrijven. Het waren immers juist de inschrijvers die de gemeente hebben verzocht een minimum opslagpercentage vast te stellen, waarbij bovendien door verschillende inschrijvers om verschillende percentages, ook hoger dan 2,5%, is verzocht.
Deze grond kan de vordering van Computacenter naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dragen. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
Artikel 1.4 lid 2 AW 2012 draagt de aanbestedende dienst op te zorgen voor het leveren van zoveel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen. Dit artikel strekt ertoe dat aanbestedende diensten streven naar een zo goed mogelijke c.q. de beste prijs-kwaliteitverhouding binnen het beschikbare (en veelal beperkte overheids-) budget.
Artikel 1.4 lid 2 AW correspondeert in zoverre met artikel 2.114 AW. In artikel 2.114 AW is vastgelegd dat de aanbestedende dienst een overheidsopdracht gunt op grond van de naar het oordeel van de aanbestedende dienst economisch meest voordelige inschrijving. Het begrip economisch meest voordelige inschrijving is geen zelfstandig gunningscriterium, maar een overkoepelende term voor de drie in artikel 2.114 lid 2 AW genoemde gunningscriteria: a de beste prijs-kwaliteitverhouding, b de laagste kosten berekend op basis van kosteneffectiviteit en c de laagste prijs. Er komt aan de aanbestedende dienst een ruime vrijheid toe bij de vaststelling van de gunningscriteria die zij hanteert om tot gunning aan de economisch meest voordeling inschrijving te komen. Dat geldt ook als de aanbestedende dienst kiest voor de laagste prijs. Daarbij past een terughoudende toetsing door de rechter.
In dit geval heeft de gemeente gekozen voor de laagste prijs. Binnen de discretionaire vrijheid die de gemeente in dit kader heeft, was het haar toegestaan om te gunnen op basis van de laagste prijs en geen kwaliteitsaspecten in de gunningscriteria op te nemen. De gemeente heeft in het PVE, in samenhang met het prijzenformulier en de minimumspecificaties, uitgebreide eisen opgenomen waaraan de inschrijvers moeten voldoen. De gemeente heeft in de aanbestedingsstukken aangegeven geen meerwaarde te zien in partijen die het “beter/sneller/hoger” kunnen dan de eisen in het PVE. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de gemeente de keuze voor de laagste prijs als gunningscriterium voldoende gemotiveerd in de NVI’s (zie het antwoord op vraag 4 en vraag 334). Voldoende gebleken is dat de eisen die de gemeente in de PVE stelt al een duidelijk kwaliteitsniveau op uiteenlopende aspecten garanderen, zodat inschrijvingen die daaraan voldoen in zoverre kwalitatief gelijkwaardig zijn. Betere kwaliteit heeft voor de gemeente geen meerwaarde en behoeft dus niet mee te wegen. Van belang daarbij is dat het hier, zoals de gemeente heeft aangevoerd en ook niet wordt betwist,, met name om het inkopen en weer doorverkopen van gestandaardiseerde hardware-producten gaat.
De omstandigheid dat er redenen zijn aan te wijzen om te kiezen voor de beste prijs-kwaliteitsverhouding is, gelet op het voorgaande, onvoldoende om de keus voor het gunningscriterium laagste prijs als zodanig onacceptabel te achten.
De gemeente heeft een neutrale technische omschrijving van een aantal producten gegeven die meebrengt dat concurrentie op prijs voor die producten, waarvan de levering inderdaad de kern van de opdracht vormt, mogelijk is. Daarbij heeft zij het, onder meer vanwege de huidige markt voor de hier bedoelde hardware, wenselijk geacht om inschrijvingen niet te beoordelen op inkoopprijs maar op een opslagpercentage dat de inschrijver over de inkoopprijs rekent. De gemeente heeft aangenomen dat van wezenlijke verschillen tussen de inkoopprijzen die de diverse spelers op de reseller markt bij de fabrikanten en distributeurs kunnen bedingen, geen sprake is. Ook dat is op zichzelf een toelaatbare keuze die mededinging mogelijk maakt.
Na verzoeken daartoe van inschrijvers, heeft de gemeente een minimum opslagpercentage voorgeschreven van 2,5%, dat zij redelijk kon achten om onrealistisch lage inschrijvingen te voorkomen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk dat het de gemeente op voorhand redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat alle of veel inschrijvers zouden inschrijven met het minimumpercentage. Daarbij is meegewogen dat door inschrijvers in NVI 1 uiteenlopende minimum opslagpercentage zijn voorgesteld. Dat betekent voorts dat het voor de gemeente niet voorzienbaar was dat het tarief c.q. de stukprijs waarop voor de (optionele) diensten werd ingeschreven doorslaggevend zou zijn en/of dat een loting zou moeten plaatsvinden (voor perceel 2). De gemeente heeft dus op zichzelf een aanbestedingssystematiek opgezet die concurrentie mogelijk maakte.
Op zichzelf is juist, zoals Computacenter c.s. aanvoeren, dat het door de gemeente gehanteerde systeem niet garandeert dat de gemeente daadwerkelijk aan de inschrijver met de laagste prijs gunt. Dat maakt het systeem echter niet onacceptabel. Het gaat hier niet om favoritisme; de gemeente is hoogstens uitgegaan van een imperfect beeld van de resellers markt, waar zij heeft aangenomen dat de inkoopprijzen voor de inschrijvers weinig uiteen zouden lopen. De gemeente heeft ook onderbouwd waarom zij aanneemt dat van wezenlijke verschillen tussen de inkoopprijzen die de diverse spelers op de reseller markt bij de fabrikanten en distributeurs kunnen bedingen, geen sprake is. Dat komt door hoe die markt werkt, met “Deal Registrations”, “Special Bids” en ranking en tiers. Computacenter c.s. hebben dat niet gemotiveerd betwist.
Voor wat het prijsniveau als zodanig heeft de gemeente verschillende manieren ingebouwd om na te gaan of de door haar betaalde prijzen marktconform zijn en om maatregelen te nemen als dat niet zo blijkt te zijn.
In zoverre is dus geen sprake van een onrechtmatige aanbestedingssystematiek of van een fundamenteel gebrek.
De voorwaarden voor gunning van nadere opdrachten zijn onvoldoende bepaald
Volgens Computacenter c.s. dienen in een geval als dit waarin de aanbestedende dienst een raamovereenkomst sluit met één opdrachtnemer, de voorwaarden voor gunning van nadere opdrachten duidelijk te zijn vastgelegd. Daarvan is in de visie van Computacenter c.s. geen sprake. Noch de verschillende typen/configuraties van de hardware binnen de vaststaande productcategorieën noch de daadwerkelijke inkoopprijzen staan vast. Deze worden pas bij de uitvraag van nadere opdrachten bepaald. Daarnaast kan er volgens de aanbestedingsstukken buiten het kernassortiment om worden besteld en zal het kernassortiment periodiek worden geëvalueerd en aangepast. Dat is volgens Computacenter c.s. in strijd met het aanbestedingsrecht.
De gemeente stelt zich op het standpunt dat de voorwaarden voor de nadere opdrachten onder de raamovereenkomst voldoende bepaald zijn. Volgens de gemeente is niet vereist dat een raamovereenkomst met een enkele opdrachtnemer alle voorwaarden voor de nadere opdrachten bevat. Dat past ook niet bij de ratio van een raamovereenkomst, die juist bedoeld is om de aanbestedende dienst flexibiliteit te bieden. Aan die flexibiliteit heeft de gemeente juist bij deze producten, vanwege de voortdurende ontwikkeling, grote behoefte. De alternatieven (een DAS of een raamovereenkomst met meer opdrachtnemers) bieden die flexibiliteit weliswaar ook, maar zijn veel bewerkelijker en daarmee kostbaarder. De gemeente wijst erop dat de Aanbestedingswet de aanbestedende dienst de ruimte geeft om de opdrachtnemer schriftelijk te raadplegen en zijn inschrijving zo nodig aan te vullen. De enige begrenzing die daaraan wordt gesteld, is dat de voorwaarden van de raamovereenkomst bij de plaatsing van een nadere opdracht niet wezenlijk mogen worden gewijzigd. Daarvan is volgens de gemeente geen sprake. De gemeente verwijst naar een Explanatory Note van de Europese Commissie over raamovereenkomsten, waaruit volgens haar volgt dat haar visie juist is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de manier waarop in deze Aanbesteding invulling wordt gegeven aan het verstrekken van nadere opdrachten onder de raamovereenkomsten niet is toegestaan. Daarmee kleeft aan de Aanbesteding een fundamenteel gebrek. Hieronder legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dat oordeel komt.
In Afdeling 2.4.1 van de AW zijn de voorschriften opgenomen voor het plaatsen van raamovereenkomsten. In artikel 2.142 AW zijn de voorschriften opgenomen voor raamovereenkomsten met één ondernemer, zoals hier aan de orde. Artikel 2.142 AW is een implementatie van artikel 33 lid 2 van Richtlijn 2014/24/EU. Artikel 2.142 lid 1 AW bepaalt dat bij raamovereenkomsten met een enkele ondernemer, de op die raamovereenkomst gebaseerde overheidsopdrachten worden gegund volgens de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden. Artikel 2.142 lid 2 AW voegt toe dat overheidsopdrachten op basis van raamovereenkomsten met een enkele ondernemer kunnen worden gegund door die ondernemer schriftelijk te raadplegen en hem indien nodig te verzoeken zijn inschrijvingen aan te vullen. In dat laatste geval wordt de grens gevormd door de wezenlijke wijziging.
Gunning moet dus plaatsvinden op basis van de voorwaarden uit de raamovereenkomst. Dat impliceert dat een raamovereenkomst met één ondernemer alleen kan worden aangegaan als in de raamovereenkomst alle voorwaarden voor de overheidsopdrachten zijn bepaald. Voor zover dat niet het geval is, mag het slechts gaan om voorwaarden die de opdracht niet wezenlijk wijzigen. Dat volgt ook uit de door de gemeente aangehaalde Explanatory Note van de Europese Commissie bij de oude Aanbestedingsrichtlijn (klassieke sectoren, 2004/18/EG). De raamovereenkomst dient de voorwaarden verregaand vast te leggen en mag er niet toe leiden dat bij het gunnen van nadere opdrachten aan de betreffende ondernemer in feite nieuwe overheidsopdrachten worden aanbesteed waarvoor ook andere inschrijvers belangstelling zouden hebben gehad, die nu dus niet kunnen meedingen. (Zie onder meer Conclusie AG Europese Hof van Justitie van 3 oktober 2018, ECLI:EU:C:2018:797 en Commissie van Aanbestedingsexperts advies 790).
In deze aanbesteding bestaat een reëel risico dat de opdracht wel wezenlijk wordt gewijzigd als nadere bestellingen onder de raamovereenkomst worden gedaan. De aanbestedingssystematiek laat te veel ruimte voor het nader invullen en aanpassen van de producten die de gemeente kan afnemen. Het kernassortiment staat immers niet vast. Er is weliswaar een uitgangsassortiment (hetgeen de gemeente thans gebruikt), maar het kernassortiment onder de te sluiten raamovereenkomst wordt gaandeweg vastgesteld aan de hand van offertes die de opdrachtnemer opvraagt bij fabrikanten/leveranciers. Verder worden producten die uit de markt worden gehaald wegens end of life in het kernassortiment vervangen door andere, tevoren niet voldoende omschreven producten. Die kunnen in voorkomend geval sterk afwijken van hu voorgangers. Dat er wel specificaties zijn opgegeven waaraan het kernassortiment moet voldoen, verandert het voorgaande niet.
Computacenter c.s. hebben ter zitting een tweetal voorbeelden gegeven van twee logische opvolgers van de producten die de gemeente nu in haar kernassortiment heeft en als zodanig zijn opgenomen in het Prijzenformulier, maar die niet voldoen aan de opgegeven specificaties. Het gaat om een monitor (HP Series Pro) waarover in de specificaties (bijlage 16 Functionele beschrijving werkplek hardware) is bepaald dat de refresh-rate 60 tot maximaal 100 Hz mag zijn, terwijl de huidige nieuwe modellen een refresh-rate van minimaal 120 Hz zullen hebben. Iets soortgelijks geldt voor de thans door de gemeente gebruikte “HP Zbook Fury G1i”. In bijlage 16 is daarover bepaald dat het nieuwe product minimaal twee USB-poorten type A en minimaal twee USB-poorten type C dient te bevatten. De logische opvolger van dit product heeft volgens de onbetwiste stelling van Computacenter c.s. evenwel maar één USB-poort type A en één USB-poort type C.
Ook overigens laten de Aanbestedingsstukken veel ruimte voor aanpassing van het kernassortiment, zie onder meer PVE 52, 53 en 144. Daarnaar gevraagd in het kader van de NVI’s heeft de gemeente aangegeven de standaardmiddelen uit het kernassortiment naar behoefte te willen bijwerken.
Daarbij komt dat de Aanbesteding ruimte laat voor bestellingen buiten het kernassortiment (te bestellen via het Slim Scherm). Hoewel het hier volgens de gemeente om kleine aantallen zou gaan, zijn dit per definitie voor de inschrijvers onbekende producten.
Al met al zijn de voorwaarden voor de nadere opdrachten onvoldoende bepaald in de raamovereenkomst.
De Aanbesteding voldoet dus niet aan de door de wet aan aanbestedingen leidend tot een raamovereenkomst met één partij gestelde eisen. Dat leidt in dit geval tot een schending van het transparantie- en gelijkheidsbeginsel. Er is dus sprake van een fundamenteel gebrek.
De voorwaarden zijn onvoldoende duidelijk, precies en ondubbelzinnig
Computacenter c.s. voeren aan dat uit de aanbestedingsstukken niet op duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze volgt of bij de opgave van het uurtarief voor de plaatsing en installatie van de werkplek hardware (perceel 1) wel of geen rekening diende te worden gehouden met het wettelijk minimumuurloon. Uit de inschrijvingen blijkt dat inschrijvers daarbij van verschillende uitgangspunten zijn uitgegaan, hetgeen rechtstreeks de rangschikking van de inschrijvingen heeft bepaald.
Daarnaast achten zij dit uurtarief abnormaal laag en konden zij, als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers, niet verwachten dat vage algemeenheden zouden volstaan als rechtvaardiging voor de marktconformiteit van dit tarief.
Volgens de gemeente moest het inschrijvers op basis van de aanbestedingsstukken duidelijk zijn dat een inschrijving met een uurtarief van € 0,01 was toegestaan, mits de inschrijver deugdelijk kon motiveren dat het marktconform en niet abnormaal laag is. De gemeente wijst in dat verband onder meer op hetgeen zij in NVI 2 als antwoord op vraag 290 heeft gegeven, namelijk dat inschrijven met een uurtarief van € 0,01 is toegestaan, mits dat verantwoord kan worden. Daarnaast wijst de gemeente erop dat de passage over het wettelijke minimumloon die aanvankelijk op het Prijzenformulier stond, op het herziene Prijzenformulier is verwijderd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het transparantiebeginsel is geschonden en dat de aanbesteding daarmee fundamenteel gebrekkig is. Hierna wordt uitgelegd hoe de voorzieningenrechter tot dat oordeel komt.
Volgens vaste rechtspraak moeten op basis van het transparantiebeginsel alle voorwaarden en modaliteiten van een aanbestedingsprocedure in de aanbestedingsstukken op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze worden geformuleerd, zodat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren. Dit betekent dat de aanbestedingsstukken moeten worden uitgelegd zoals elke behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver dat zou doen.
In dit geval zijn de aanbestedingsstukken niet duidelijk en eenduidig over het uurtarief waarmee rekening moet worden gehouden bij de inschrijving voor de optionele dienst plaatsing en installatie van werkplek hardware. Aanvankelijk was op het Prijzenformulier achter deze optionele dienst vermeld dat “het wettelijke minumumloon [hier] in [moet] opgenomen worden als ondergrens, nog te bepalen van welke leeftijd het minumumloon geldt”. In het herziene Prijzenformulier is dat verwijderd (zie 3.6 slot). Toen de gemeente gevraagd werd te bevestigen dat het wettelijke minimumloon de ondergrens is voor de uurtarieven, heeft de gemeente dat niet bevestigd. Daaraan heeft zij toegevoegd dat aan wet- en regelgeving dient te worden voldoen, ook bij inschrijving (zie vraag 294 van NVI 2, weergegeven in 3.13). Daarmee heeft de gemeente, zo heeft zij toegelicht, twee verschillende dingen willen aangeven,
Met het eerste heeft zij willen aangeven dat het wettelijke minimumloon niet de ondergrens is voor het uurtarief (niet voor plaatsing en installatie en ook niet voor andere optionele diensten). De gemeente wijst er in dat kader ook op dat bij vraag 290 expliciet is aangegeven dat nul-bedragen niet zijn toegestaan maar bedragen van € 0,01 wel. Met het tweede deel van haar antwoord op vraag 294 heeft zij duidelijk willen maken dat inschrijvers zich in het algemeen vanzelfsprekend aan wet- en regelgeving dienen te houden, en dus ook bij de salariëring van hun werknemers. Volgens de gemeente staat het tarief dat in rekening wordt gebracht bij de gemeente voor de optionele diensten, ook los van die salariëring. De gemeente heeft voorts navraag gedaan bij de inschrijvers die met 0,01 hebben ingeschreven en hun verklaringen, voldoende geacht.
Niet betwist is dat Computacenter, Bechtle en Aces in de veronderstelling verkeerden dat bij het uurtarief waarmee werd ingeschreven voor de dienst plaatsing in installatie rekening moest worden gehouden met het minimumuurloon en dat ook hebben gedaan. Zij hoefden niet te begrijpen dat men ook met een inschrijving met een uurtarief van € 0,01 kon “wegkomen”. Een inschrijver kon er immers van uitgaan dat het aan de gemeente in rekening te brengen uurtarief in elk geval enig verband zou houden met het door de inschrijver aan zijn personeel te betalen uurloon. De gemeente heeft niet duidelijk in de aanbestedingsstukken tot uitdrukking gebracht dat het uurtarief daarvan geheel los kon staan (mits dat kon worden toegelicht, waarover hierna). Dat sommige inschrijvers de tekst wel hebben opgevat zoals de gemeente die heeft bedoeld doet aan deze onduidelijkheid niet af.
Ook de manier waarop de gemeente heeft beoordeeld of het uurtarief waarmee de winnende inschrijver heeft ingeschreven - een tarief van € 0,01 - niet abnormaal laag is, was voor de inschrijvers niet kenbaar. Vooropgesteld wordt dat het evident is dat een inschrijving met een dergelijke lage prijs een toelichting behoefde. Het is, naar tussen partijen ook vast staat, objectief onmogelijk om voor dit bedrag de bedoelde diensten kostendekkend te leveren. De gemeente heeft ter zitting verklaard dat zij de winnende inschrijvers om een toelichting heeft gevraagd om te kunnen beoordelen of het tarief niet abnormaal laag is. De toelichting die werd gegeven kwam er volgens de gemeente op neer dat ofwel sprake is van diensten die zijn inbegrepen in de normale service en dienstverlening bij levering van hardware ofwel dat deze verdisconteerd zijn in het opslagpercentage.
Het was voor Computacenter c.s. niet voorzienbaar dat een dergelijke uitleg zou volstaan. Het bestaan van deze post veronderstelt immers dat het om extra werkzaamheden gaat, die normaliter tegen betaling worden aangeboden.
Ook deze grondslag kan de vorderingen van Computacenter c.s. dus dragen.
Geen rechtsverwerking
Het beroep van de gemeente op rechtsverwerking wordt gepasseerd. Nog daargelaten dat sommigen van Computacenter c.s. al voor de gunningsbeslissing hun bezwaren op diverse wijzen hadden kenbaar gemaakt, is sprake van meerdere fundamentele gebreken. De redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen de aanbestedende dienst en de inschrijver op grond van artikel 6:2 BW beheerst, brengen mee dat bij een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsstukken de aanbestedende dienst zich er niet tegen kan verzetten dat een inschrijver dit gebrek in de procedure bij de rechter aan de orde stelt
Conclusie
Aan de Aanbesteding kleven fundamentele gebreken. Op zichzelf is het een redelijke wens van de gemeente om, gezien de huidige marktomstandigheden en het regelmatig snelle end of life raken van producten, flexibel te zijn. Daartoe heeft zij ook best ruimte, maar die ruimte gaat niet zo ver dat de mededinging en de belangen van de inschrijvers om te weten waar ze aan toe zijn daar geheel voor moeten wijken. Bovendien zijn er andere manieren om daaraan tegemoet te komen, zoals door het sluiten van raamovereenkomsten met meerdere partijen. In dit geval heeft de gemeente de grenzen van die ruimte overschreden. Het zal de gemeente dan ook, zoals gevorderd, worden verboden verdere uitvoering te geven aan de gunningsbeslissingen van 5 augustus 2026 voor perceel 1 (werkplek hardware) en perceel 2 (mobiele hardware). De gemeente zal worden geboden de gunningsbeslissingen in te trekken, de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te gunnen, over te gaan tot een heraanbesteding.
De gemeente is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Computacenter c.s. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
128,65
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.766,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.818,65
De over de proceskosten gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen op de wijze als in de beslissing bepaald.
6. De beslissing
De voorzieningenrechter
verbiedt de gemeente verdere uitvoering te geven aan de gunningsbeslissingen van 5 augustus 2026 voor perceel 1 (werkplek hardware) en perceel 2 (mobiele hardware) en de gebiedt de gemeente de gunningsbeslissingen in te trekken;
gebiedt de gemeente om de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te gunnen, over te gaan tot een heraanbesteding;
veroordeelt de gemeente in de kosten van deze procedure van € 2.818,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt de gemeente tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2026.
1861/106