Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/090265-23
Datum uitspraak: 16 september 2026
Datum zitting: 16 september 2026
Verstek
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2002 in [geboorteplaats 1] (Polen),
niet-ingezetene,
vertrokken onbekend waarheen.
Advocaat van de verdachte, mr. E.P.N. Pieterse, is niet gemachtigd ter zitting op te treden
Officier van justitie: mr. S. Katib
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling (feit 3). De verdachte wordt veroordeeld voor bedreiging met een mes en een vuurwapen (feit 1) en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie (feit 2). Aan hem wordt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 103 dagen, met aftrek van voorarrest.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met een mes en een vuurwapen (feit 1), het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie (feit 2) en mishandeling (feit 3).
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.
hij op of omstreeks 1 april 2023 te Rotterdam
[slachtoffer] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door
- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp op de keel van die [slachtoffer]
te zetten en/of te houden en/of daarbij de dreigende woorden toe te voegen: "Ik ga
je doden", althans woorden van gelijke dreigende strekking of aard en/of
- een vuurwapen, althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen;
2.
hij op of omstreeks 1 april 2023 te Rotterdam
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te
weten een revolver, van het merk Zoraki, model Streamer R1-C 3, kaliber 6mm
flobert zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of
- munitie in de zin van artikel 1, onder 4, gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de
Wet wapens en munitie, te weten 166, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen
van het kaliber 6mm flobert
voorhanden heeft gehad;
3.
hij op of omstreeks 1 april 2023 te Rotterdam
[slachtoffer] heeft mishandeld door meerdere malen, althans eenmaal, op/tegen
het hoofd, althans op/tegen het lichaam, te schoppen en/of te slaan.
2. Bewijs / Vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de ten laste gelegde feiten.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak (feit 3 – mishandeling)
Het feit waarvan de verdachte wordt beschuldigd is niet bewezen. [slachtoffer] heeft verklaard dat de medeverdachte de eerste klap heeft uitgedeeld en dat de verdachte hem op zijn lichaam en zijn gezicht heeft geschopt. Het dossier bevat geen andere bewijsmiddelen die de verklaring van [slachtoffer] ten aanzien van de mishandeling jegens hem gepleegd in voldoende mate ondersteunen. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende duidelijk wie welke handeling heeft verricht. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met een mes en een vuurwapen (feit 1) en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie (feit 2). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.2.3.
De bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.
1. Proces-verbaal van de rechter-commissaris, verklaring van de verdachteIk heb het wapen gepakt en in de container gegooid.
Wij pakten toen wat er in de keuken lag, dat waren messen. Wij wilden hem daarmee bang maken.
2. Proces-verbaal van de politieOp 1 april 2023, was ik eerder betrokken geweest bij het incident aan de Heymansstraat ter hoogte van nummer 14 in Rotterdam. Ik hoorde dat het slachtoffer het volgende zei, in de Engelse taal: ‘Ik ben bedreigd met messen en met een vuurwapen.' Het slachtoffer bleek mij te zijn genaamd: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1990 te [geboorteplaats 2] te Polen.
3. Proces-verbaal van de politie
Op 2 april 2023 kwam slachtoffer [slachtoffer] zich melden aan de balie van politiebureau Zuidplein om twee doosjes met munitie af te geven.
Ik vroeg aan [slachtoffer] bij wie hij het vuurwapen had gezien. Ik hoorde dat [slachtoffer] aan mij het volgende verklaarde: " [verdachte] ." Ik vroeg aan [slachtoffer] waar hij de munitie had gevonden. Ik hoorde dat [slachtoffer] aan mij het volgende verklaarde: "Ik heb die kogels op de boiler gevonden, in dezelfde ruimte als waar de kachel staat. Allebei de mannen die vastzitten hebben toegang tot deze ruimte." Ik hoorde dat [slachtoffer] aan mij het volgende verklaarde: " [voornaam verdachte] heeft het mes op mijn keel gezet en gezegd dat hij mij ging doden. [voornaam verdachte] heeft mij met het vuurwapen bedreigd."
4. Proces-verbaal van de politie
Op 1 april 2023, omstreeks 09.39 uur, hoorde ik van het operationeel centrum
van de politie Rotterdam dat er in de Heymanstraat te Rotterdam ter hoogte van de
Poolse supermarkt een vechtpartij was. Ter plaatse verklaarde [persoon A] mij: "Ik werd gebeld door een vriend van [voornaam slachtoffer] . Hij vertelde mij dat [voornaam slachtoffer] ruzie had met enkele bekenden en dat [voornaam slachtoffer] bedreigd werd met messen. Vervolgens kwam ik aan de
Heymanstraat en zag [voornaam slachtoffer] met 2 man staan. Er ontstond een woordenwisseling. Ik zag dat de man zijn jas opende en ik zag dat hij een op een vuurwapen gelijkend wapen hand aan de voorzijde van zijn broeksband."
5. Proces-verbaal van de politie
Op 1 april 2023 omstreeks 10.30 uur kwamen wij ter plaatse aan de Heymansstraat. Wij verbalisanten zochten in de omgeving en troffen in een blauwe karton container een zwartkleurig vuurwapen aan. Goednummer: [beslagnummer 1] .
6. Proces-verbaal van de politie
Wapenomschrijving 1:
Goednummer: [beslagnummer 1]
Object: Vuurwapen (Revolver)
Merk/type: Zoraki Streamer Rl-C 3
Kleur: Zwart
Kaliber: 6 mm flobert
Het inbeslaggenomen voorwerp is een revolver geschikt om projectielen door een loop
af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige reactie. Derhalve is deze revolver een vuurwapen in de zin van artikel l, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie. Het vuurwapen valt niet onder categorie II, sub 2, 3 of 6 van de WWM. Met het in beslag genomen vuurwapen zijn proefschoten gemaakt waarvan de hulzen zijn opgeslagen bij de Forensische Opsporing eenheid Rotterdam. Tijdens het afvuren van proefschoten functioneerde de revolver goed.
Wapenomschrijving 3:
Goednummer: [beslagnummer 2]
Object: Munitie (Kogelpatroon)
Aantal/eenheid: 9 stuks
Merk/type: Sellier & Bellot Kogelpatroon
Kaliber: 6mm flobert
Bijzonderheden: uit cilinder revolver
Het betreft kogelpatronen van het kaliber 6mm flobert. Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM. Deze munitie is geschikt om te worden afgevuurd met de aangetroffen en in beslag genomen revolver Zoraki.
Wapenomschrijving 9:
Goednummer: [beslagnummer 3]
Object: Munitie (Kogelpatroon)Aantal/eenheid: 157 stuks
Merk/type: Sellier & Bellot Kogelpatroon
Kaliber: 6 mm flobert
Inhoud/specificatie: gesloten sealbag overgenomen [nummer]
Bijzonderheden: 2 doosjes met kogelpatronen
Het betreft kogelpatronen van het kaliber 6 mm flobert. Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM. Deze munitie is geschikt om te worden afgevuurd met de aangetroffen en in beslag genomen revolver Zoraki.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1.
hij op 1 april 2023 te Rotterdam
[slachtoffer] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht,
door
- een mes, op de keel van die [slachtoffer] te zetten en te houden
en daarbij de dreigende woorden toe te voegen: "Ik ga je doden",
en
- een vuurwapen te tonen;
2.
hij op 1 april 2023 te Rotterdam
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te
weten een revolver, van het merk Zoraki, model Streamer R1-C 3, kaliber 6mm
flobert zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en
- munitie in de zin van artikel 1, onder 4, gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de
Wet wapens en munitie, te weten 166, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen
van het kaliber 6mm flobert voorhanden heeft gehad.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
Feit 2
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 103 dagen met aftrek van voorarrest.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende munitie. Het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. Tegen onbevoegd vuurwapenbezit dient krachtig te worden opgetreden. De verdachte heeft het slachtoffer met dit vuurwapen en een mes bedreigd. Met zijn handelen heeft de verdachte het slachtoffer angst aangejaagd en inbreuk gemaakt op zijn gevoelens van veiligheid.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 1 april 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna drieënhalf jaar verstreken.
Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn fors is geschonden. Dit heeft gevolgen voor de op te leggen straf.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Vanwege het tijdsverloop zal de rechtbank de gevangenisstraf beperken tot de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van 103 dagen met aftrek van voorarrest opgelegd.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 3 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 103 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter,
en mrs. M.I. Blagrove en F. Tosun, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Tanzarella, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 september 2026.
Mrs. M.I. Blagrove en F. Tosun zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.