Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/090276-23
Datum uitspraak: 16 september 2026
Datum zitting: 16 september 2026
Verstek
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2002 in [geboorteplaats 1] (Polen),
niet-ingezetene,
ingeschreven op het Poolse adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte, mr. J.E.F.K. Liauw, is niet gemachtigd ter zitting op te treden
Officier van justitie: mr. S. Katib
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van het plegen van (een poging tot zware) mishandeling (feit 1). De verdachte wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een busje pepperspray (feit 2) en bedreiging met een mes (feit 3). Aan hem wordt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 13 dagen, met aftrek van voorarrest.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – zich schuldig heeft gemaakt aan (een poging tot zware) mishandeling, het voorhanden hebben van een busje pepperspray en bedreiging met een mes.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.
hij op of omstreeks 1 april 2023 te Rotterdam
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan [slachtoffer]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
meermalen, althans éénmaal pepperspray, althans een stof, die een irriterende
en/of prikkelende en/of brandende, in ieder geval een schadelijke, uitwerking heeft
op de slijmvliezen en/of de ogen en/of de mond en/of de huid en/of de
ademhaling, in de ogen en/of het gezicht en/of in de richting van die [slachtoffer]
heeft gespoten, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of heeft pijn ondervonden;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 1 april 2023 te Rotterdam
[slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen, althans éénmaal pepperspray,
althans een stof, die een irriterende en/of prikkelende en/of brandende, in ieder
geval een schadelijke, uitwerking heeft op de slijmvliezen en/of de ogen en/of de
mond en/of de huid en/of de ademhaling, in de ogen en/of het gezicht en/of in de
richting van die [slachtoffer] te spuiten, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of
pijn heeft ondervonden;
2.
hij op of omstreeks 1 april 2023 te Rotterdam
een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te
weten een gasbusje pepperspray,
zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige,
verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen
voorhanden heeft gehad;
3.
hij op of omstreeks 1 april 2023 te Rotterdam
[slachtoffer] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/of te roepen
"Ik ga je neersteken" en/of woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
2. Bewijs / Vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Wel is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 subsidiair ten laste gelegde mishandeling, het onder 2 ten laste gelegde voorhanden hebben van een busje pepperspray en de onder 3 ten laste gelegde bedreiging met een mes.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak (feit 1 – (poging tot zware) mishandeling)
Voor een veroordeling ter zake van mishandeling is vereist dat opzettelijk lichamelijk letsel of pijn is toegebracht. Het dossier bevat geen verklaring van het slachtoffer dat hij pijn en/of letsel heeft bekomen doordat er met pepperspray in zijn gezicht is gespoten. Dat een verbalisant in een proces-verbaal van bevindingen heeft beschreven dat hij klachten ondervond nadat hij het bij de verdachte inbeslaggenomen busje pepperspray testte, maakt dit niet anders. De verdachte wordt vrijgesproken van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling en de subsidiair ten laste gelegde mishandeling.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte een busje pepperspray voorhanden heeft gehad en het slachtoffer heeft bedreigd met een mes. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.2.3.
De bewezenverklaring van de feiten 2 en 3 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.
1. Proces-verbaal van de politieOp 1 april 2023 te 11:00 uur zijn bij [verdachte] goederen inbeslaggenomen. Na onderzoek van deze goederen is het volgende naar voren gekomen:
Wapenomschrijving:
Goednummer: [beslagnummer]
Categorie omschrijving: wapens/munitie/springstof
Object: Pepperspray
Kleur: zwart
Het is een gasbusje van het type 'bearspray'. Ik voelde en hoorde, door het busje te schudden, dat het busje was gevuld met een vloeistof. Op het busje waren geen opschriften vermeld. Het gasbusje is een voorwerp dat bestemd is voor het treffen van personen met een giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende of soortgelijke stof.
Het voorwerp is geen medisch hulpmiddel. Het voorwerp is niet een vuurwapen in de
vorm van een geweer, een pistool of een revolver, bestemd voor het afschieten van
munitie met weerloosmakende of traanverwekkende stof. Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin van artikel 2, lid 1 categorie II onder 6 van de Wet wapens en munitie. Het voorhanden hebben van dit wapen is strafbaar gesteld in artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie, gelet op artikel 55, lid 3a van de Wet Wapens en Munitie.
2. Proces-verbaal van de politieOp 1 april 2023 heb ik een onderzoek ingesteld naar het incident aan de Heymansstraat. De camera van cameratoezicht staat op de kruising Heymansstraat met de Anthony Tijkenstraat. Ik zie dat de beelden beginnen om 09:30 uur.
Ik zie dat de persoon er als volgt uitziet:- man,
- blanke huidskleur,
- breed postuur,
- donkerkleurig haar met een scheiding aan de linkerkant van het hoofd,
- baardje,
- zwart t-shirt met oranje opdruk en een wit doodskop,
- zwartkleurige spijkerbroek met lichtere plekken, verfspetters en gaten.
- zwartkleurige schoenen.
Na het zien van de camerabeelden en het zien en vergelijken met de ID-staat herken ik deze persoon als zijnde verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2002.
Ik zie dat [verdachte] in zijn linkerhand een grote zwarte bus pepperspray vast heeft. Ik zie dat [verdachte] in zijn rechterhand een mes vast heeft.
3. Proces-verbaal van de politie
Op 1 april 2023 vroeg ik het slachtoffer nogmaals waar de ruzie nou precies om ging. Ik hoorde dat hij het volgende zei: ‘Ik ben bedreigd met messen.' Het slachtoffer bleek mij te zijn genaamd: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1990 te [geboorteplaats 2] te Polen.
4. Proces-verbaal van de politieOp 2 april 2023 vroeg ik aan [slachtoffer] of hij aangifte wilde doen van de situatie die gister, 1 april, had plaatsgevonden. Ik vroeg aan [slachtoffer] wat de mannen bij hem hadden gedaan. [voornaam verdachte] heeft de spray tegen mij gebruikt, dit heeft hij buiten gedaan toen had hij ook een mes vast.
5. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [naam getuige]Ik zag dat de groep jongens, waar jullie zojuist mee bezig zijn geweest, dat zij ruzie hadden, hier voor het portiek van de Heymansstraat 14. Ik zag dat er een man met een mes en met pepperspray stond. Ik zag dat deze man een zwart T-shirt aanhad en een zwart/grijze broek. Ik hoorde dat de man met de pepperspray ook zei dat hij die andere persoon neer zou gaan steken.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
2.
hij op 1 april 2023 te Rotterdam
een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te
weten een gasbusje pepperspray,
zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige,
verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen
voorhanden heeft gehad;
3.
hij op 1 april 2023 te Rotterdam
[slachtoffer] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht,
door een mes, te tonen en te roepen
"Ik ga je neersteken".
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 2
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, met uitzondering van onderdeel 2º of onderdeel 7º;
Feit 3
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 dagen met aftrek van voorarrest.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een busje pepperspray. Het is een zeer onwenselijke situatie dat verboden wapens door burgers worden gedragen op de openbare weg. Op diezelfde dag heeft de verdachte het slachtoffer bedreigd met een mes. De verdachte heeft hiermee gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt bij het slachtoffer.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 1 april 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna drieënhalf jaar verstreken.
Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn fors is geschonden. Dit heeft gevolgen voor de op te leggen straf.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Vanwege het tijdsverloop zal de rechtbank de gevangenisstraf beperken tot de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 1. Gelet op duur dat de verdachte in voorarrest heeft gezeten, legt de rechtbank - in het licht van de bedoeling van de officier een straf gelijk aan het voorarrest te eisen -, aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 13 dagen met aftrek van voorarrest.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 2 en 3, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 13 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter,
en mrs. M.I. Blagrove en F. Tosun, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Tanzarella, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 september 2026.
Mrs. M.I. Blagrove en F. Tosun zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.