ECLI:NL:RBROT:2026:14550

ECLI:NL:RBROT:2026:14550

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 26-10-2026
Datum publicatie 23-10-2026
Zaaknummer 10-188718-26 en 10-149102-26 (ttz.gev.) en TUL: 10-243025-24 en 16-048848-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Medeplegen oplichting door middel van een babbeltruc veertien slachtoffers bewogen tot afgifte van pinpassen met bijbehorende pincodes, geld en/of sieraden en eenmaal een poging daartoe gedaan. In één geval is het wegnemen van de pinpas met geweld gepaard gegaan. Medeplegen van een reeks diefstallen van aanzienlijke geldbedragen van tien slachtoffers door met de verkregen pinpassen geld te pinnen en eenmaal een poging daartoe te doen. Mishandeling van een vrouw die bij hem in de auto zat. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. Daarnaast moet hij de gevorderde schade terugbetalen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10-188718-26 en 10-149102-26 (ttz.gev.)

Parketnummers vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-243025-24 en 16-048848-25

Datum uitspraak: 26 oktober 2026

Datum zitting: 12 oktober 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres: [adres] [postcode] [woonplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. Z. Badrane

Officier van justitie: mr. F.J. van der Putte

Benadeelde partijen: [slachtoffer 1] ; [slachtoffer 2] ; [slachtoffer 3]

[slachtoffer 4] ; [slachtoffer 5] ; [slachtoffer 6]

Gemachtigde van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 6] : mevrouw [persoon A] van Slachtofferhulp Nederland

1. Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan oplichting. Hij heeft door middel van een babbeltruc veertien slachtoffers bewogen tot afgifte van pinpassen met bijbehorende pincodes, geld en/of sieraden en eenmaal een poging daartoe gedaan. In één geval is het wegnemen van de pinpas met geweld gepaard gegaan. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een reeks diefstallen van aanzienlijke geldbedragen van tien slachtoffers door met de verkregen pinpassen geld te pinnen en eenmaal een poging daartoe te doen. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van een vrouw die bij hem in de auto zat. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. Daarnaast moet hij de gevorderde schade terug betalen.

2. Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging houdt in dat:

Dagvaarding 1 (10-188718-26):

1

hij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2025 tot en met 8 juni 2026 te Rotterdam, Sliedrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Den Haag, Barendrecht, Katwijk, Capelle aan den IJssel, Vlaardingen, Hoofddorp, Ridderkerk, Dordrecht, Delft en/of Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, hierna genoemde slachtoffers

- [slachtoffer 7] ,

- [slachtoffer 1] ,

- [slachtoffer 8] ,

- [slachtoffer 9] ,

- [slachtoffer 2] ,

- [slachtoffer 3] ,

- [slachtoffer 10] ,

- [slachtoffer 11] ,

- [slachtoffer 12] ,

- [slachtoffer 5] ,

- [slachtoffer 6] ,

- [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] ,

- [slachtoffer 16] , en/of

- [slachtoffer 17] ,

althans één of meerdere perso(o)n(en), heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten geld, sieraden, (een) telefoon(s), (een) betaalpas(sen) en/of (een) pincode(s), door

- te bellen naar voornoemde slachtoffers en/of zich daarbij voor te doen als politieagent en/of een bankmedewerker en/of een medewerker van PostNL en/of een medewerker van Bruna, en/of

- ( vervolgens) als zogenaamde politiemedewerker voornoemde slachtoffers vrees aan te jagen door te zeggen dat er één of meerdere inbraken en/of overvallen in de buurt waren gepleegd en/of als zogenaamde bankmedewerker voornoemde slachtoffers vrees aan te jagen door te zeggen dat er is gefraudeerd met hun bankrekening en/of als zogenaamde PostNL-medewerker te zeggen dat er een pakket zal worden bezorgd bij voornoemde slachtoffers en daarvoor dient te worden gepind voor ontvangst, en/of

- ( vervolgens) voornoemde slachtoffers te zeggen dat hij, verdachte, een andere politieagent en/of een bankmedewerker naar hun woning zou sturen om hun kostbaarheden veilig te stellen, en/of

- voornoemde slachtoffers een zogenaamde ophaalcode te geven die de andere politieagent en/of bankmedewerker, zijnde verdachte, ook kende, waardoor voornoemde slachtoffers de indruk kregen dat de verdachte een bonafide politieagent en/of bankmedewerker betrof, en/of

- in PostNL-kleding, met een doos in de hand (al dan niet met de naam van voornoemde slachtoffers erop vermeld) naar de woning van voornoemde slachtoffers te gaan en/of (aldaar) een pakket met bakmeel/thee, althans spullen die niet zijn besteld, te overhandigen, waarbij voornoemde slachtoffers hun pincode moesten intikken om zogenaamd een geldbedrag voor de levering te betalen, althans hun pincode moesten mededelen, waarbij zij hun pas overhandigden en/of waarbij verdachte de pas omwisselde met een pas van een andere persoon, en/of

- voornoemde slachtoffers op te dragen waardevolle spullen en/of passen en/of pincodes mee te geven aan verdachte, en/of

- in de woningen van voornoemde slachtoffers waardevolle spullen in een tas te doen en/of laten doen;

2

hij, op één of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 7 oktober 2025 tot en met 8 mei 2026 te Rotterdam, Den Haag, Katwijk, Capelle aan den IJssel, Vlaardingen, Hoofddorp, Papendrecht, Delft en/of Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een contant geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan hierna genoemde slachtoffers

- [slachtoffer 7] , gedupeerd ten bedrage van 1150 euro,

- [slachtoffer 8] , gedupeerd ten bedrage van 1100 euro,

- [slachtoffer 2] , gedupeerd ten bedrage van 4000 euro,

- [slachtoffer 3] , gedupeerd ten bedrage van 8500 euro,

- [slachtoffer 11] , gedupeerd ten bedrage van 1100 euro,

- [slachtoffer 12] , gedupeerd ten bedrage van 500 euro, en/of

- [slachtoffer 5] , gedupeerd ten bedrage van 250 euro,

- [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] , gezamenlijk gedupeerd ten bedrage van 100 euro,

- [slachtoffer 16] , gedupeerd ten bedrage van 763,78 euro, en/of

- [slachtoffer 17] , gedupeerd ten bedrage van 500 euro,

althans één of meerdere perso(o)n(en), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door door gebruik te maken van een of meer bankpas(sen) en/of pincode(s) van voornoemde perso(o)n(en) welke door middel van oplichting in het bezit van verdachte en/of zijn mededader(s) is/zijn gekomen, in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren;

3

hij op of omstreeks 7 oktober 2025 te Ridderkerk een pinpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- de pinpas uit de handen van die [slachtoffer 6] te trekken/rukken, en/of

- ( daarbij) die [slachtoffer 6] aan haar lichaam naar buiten te trekken, waardoor die [slachtoffer 6] ten val kwam en/of letsel heeft opgelopen;

4

hij op of omstreeks 26 januari 2026, te Zwolle, althans in Nederland, een (giraal) geldbedrag (1940,- euro), althans een of meer voorwerpen

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad,

terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;

5

hij op of omstreeks 27 maart 2026 te Sliedrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 18] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten (pin)passen en/of sieraden en/of andere waardevolle spullen,

- die [slachtoffer 18] heeft gebeld en/of zich daarbij voor heeft gedaan als medewerker van de politie, en/of

- tegen die [slachtoffer 18] heeft gezegd dat er inbraken zouden zijn gepleegd in de directe omgeving van die [slachtoffer 18] en dat de politie nog op zoek is naar voortvluchtige verdachten en/of dat daarvoor een medewerker van de politie bij de woning van die [slachtoffer 18] zou langsgaan om waardevolle spullen en/of sieraden op te halen, en/of

- bij die [slachtoffer 18] aan de deur is geweest en/of zich daarbij heeft voorgedaan als medewerker van de politie en/of in de kamers van de woning van die [slachtoffer 18] naar waardevolle spullen heeft gezocht en/of die [slachtoffer 18] heeft verzocht om haar waardevolle spullen af te geven aan hem, verdachte, en/of

- tegen die [slachtoffer 18] heeft gezegd dat hij, verdachte, de sieraden naar de auto zou meenemen om ze te bekijken voor de verzekering,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6

hij op of omstreeks 7 oktober 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om contant geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te

brengen door middel van een valse sleutel, met de pinpas van die [slachtoffer 6] heeft getracht geld op te nemen van de bankrekening van die [slachtoffer 6] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Dagvaarding 2 (parketnummer 10-149104-26):

hij op of omstreeks 25 mei 2026 te Rotterdam [slachtoffer 19] , heeft mishandeld, door die [slachtoffer 19]

-meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht te slaan en/of

-een kopstoot te geven in het gezicht, althans tegen het hoofd en/of -meermalen,

althans eenmaal, tegen het lichaam te stoten,

terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel

3. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat de verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 2 van dagvaarding 1 voor zover deze betrekking hebben op aangeefster [slachtoffer 17] uit Tilburg moet worden vrijgesproken

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van de feiten 1 en 2 van dagvaarding 1 voor zover deze betrekking hebben op aangeefster [slachtoffer 17] uit Tilburg en van enkele gedachtestreepjes in de feiten 1, 3 en 5 van dagvaarding 1. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte:

Parketnummer: 10-188718-26 (dagvaarding 1):

1

hij in de periode van 7 oktober 2025 tot en met 8 juni 2026 te Rotterdam, Sliedrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Den Haag, Barendrecht, Katwijk, Capelle aan den IJssel, Vlaardingen, Hoofddorp, Ridderkerk, Dordrecht en Delft, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, hierna genoemde slachtoffers

- [slachtoffer 7] ,

- [slachtoffer 1] ,

- [slachtoffer 8] ,

- [slachtoffer 9] ,

- [slachtoffer 2] ,

- [slachtoffer 3] ,

- [slachtoffer 10] ,

- [slachtoffer 11] ,

- [slachtoffer 12] ,

- [slachtoffer 5] ,

- [slachtoffer 6] ,

- [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] en

- [slachtoffer 16] , heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten geld, sieraden, een telefoon, betaalpassen en pincodes, door

- te bellen naar voornoemde slachtoffers en zich daarbij voor te doen als politieagent en/of een bankmedewerker en/of een medewerker van PostNL en/of een medewerker van Bruna, en

- ( vervolgens) als zogenaamde politiemedewerker voornoemde slachtoffers vrees aan te jagen door te zeggen dat er één of meerdere inbraken en/of overvallen in de buurt waren gepleegd en/of als zogenaamde bankmedewerker voornoemde slachtoffers vrees aan te jagen door te zeggen dat er is gefraudeerd met hun bankrekening en/of als zogenaamde PostNL-medewerker te zeggen dat er een pakket zal worden bezorgd bij voornoemde slachtoffers en daarvoor dient te worden gepind voor ontvangst, en

- ( vervolgens) voornoemde slachtoffers te zeggen dat hij, verdachte, een andere politieagent en/of een bankmedewerker naar hun woning zou sturen om hun kostbaarheden veilig te stellen, en

- voornoemde slachtoffers een zogenaamde ophaalcode te geven die de andere politieagent en/of bankmedewerker, zijnde verdachte, ook kende, waardoor voornoemde slachtoffers de indruk kregen dat de verdachte een bonafide politieagent en/of bankmedewerker betrof, en

- in PostNL-kleding, met een doos in de hand (al dan niet met de naam van voornoemde slachtoffers erop vermeld) naar de woning van voornoemde slachtoffers te gaan en/of (aldaar) een pakket met bakmeel/thee, althans spullen die niet zijn besteld, te overhandigen, waarbij voornoemde slachtoffers hun pincode moesten intikken om zogenaamd een geldbedrag voor de levering te betalen, althans hun pincode moesten mededelen, waarbij zij hun pas overhandigden en/of waarbij verdachte de pas omwisselde met een pas van een andere persoon, en

- voornoemde slachtoffers op te dragen waardevolle spullen en/of passen en/of pincodes mee te geven aan verdachte, en

- in de woningen van voornoemde slachtoffers waardevolle spullen in een tas te doen en/of laten doen;

2

hij, op één of meerdere tijdstippen, in de periode van 7 oktober 2025 tot en met 8 mei 2026 te Rotterdam, Den Haag, Katwijk, Capelle aan den IJssel, Vlaardingen, Hoofddorp, Papendrecht en Delft, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een contant geldbedrag, dat geheel aan hierna genoemde slachtoffers

- [slachtoffer 7] , gedupeerd ten bedrage van 1150 euro,

- [slachtoffer 8] , gedupeerd ten bedrage van 1100 euro,

- [slachtoffer 2] , gedupeerd ten bedrage van 4000 euro,

- [slachtoffer 3] , gedupeerd ten bedrage van 8500 euro,

- [slachtoffer 11] , gedupeerd ten bedrage van 1100 euro,

- [slachtoffer 12] , gedupeerd ten bedrage van 500 euro, en/of

- [slachtoffer 5] , gedupeerd ten bedrage van 250 euro,

- [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] , gezamenlijk gedupeerd ten bedrage van 100 euro,

- [slachtoffer 16] , gedupeerd ten bedrage van 763,78 euro, toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door gebruik te maken van bankpassen en pincodes van voornoemde personen welke door middel van oplichting in het bezit van verdachte en zijn mededader(s) zijn gekomen, in elk geval sleutels tot het gebruik waarvan hij, verdachte en zijn mededader(s) niet gerechtigd waren;

3

hij op 7 oktober 2025 te Ridderkerk een pinpas, die geheel aan [slachtoffer 6] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door

- de pinpas uit de handen van die [slachtoffer 6] te trekken/rukken, en

- ( daarbij) die [slachtoffer 6] aan haar lichaam naar buiten te trekken, waardoor die [slachtoffer 6] ten val kwam en letsel heeft opgelopen;

4

hij op 26 januari 2026, te Zwolle, een (giraal) geldbedrag (1940,- euro),

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad,

terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf;

5

hij op 27 maart 2026 te Sliedrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 18] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten (pin)passen en/of sieraden en/of andere waardevolle spullen,

- die [slachtoffer 18] heeft gebeld en zich daarbij voor heeft gedaan als medewerker van de politie, en

- tegen die [slachtoffer 18] heeft gezegd dat er inbraken zouden zijn gepleegd in de directe omgeving van die [slachtoffer 18] en dat de politie nog op zoek is naar voortvluchtige verdachten en dat daarvoor een medewerker van de politie bij de woning van die [slachtoffer 18] zou langsgaan om waardevolle spullen en/of sieraden op te halen, en

- bij die [slachtoffer 18] aan de deur is geweest en zich daarbij heeft voorgedaan als medewerker van de politie en in de kamers van de woning van die [slachtoffer 18] naar waardevolle spullen heeft gezocht en die [slachtoffer 18] heeft verzocht om haar waardevolle spullen af te geven aan hem, verdachte, en

- tegen die [slachtoffer 18] heeft gezegd dat hij, verdachte, de sieraden naar de auto zou meenemen om ze te bekijken voor de verzekering,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6

hij op 7 oktober 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om contant geld, dat aan [slachtoffer 6] toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat weg te nemen goed onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, met de pinpas van die [slachtoffer 6] heeft getracht geld op te nemen van de bankrekening van die [slachtoffer 6] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 10-149104-26 (dagvaarding 2):

hij op 25 mei 2026 te Rotterdam [slachtoffer 19] , heeft mishandeld, door die [slachtoffer 19]

-meermalen in het gezicht te slaan en

-een kopstoot te geven in het gezicht en

-meermalen tegen het lichaam te stoten.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de bewijsmiddelen voor deze feiten hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

Parketnummer: 10-188718-26 (dagvaarding 1)

1. Verklaring van de verdachte

2. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 7]

3. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 1]

4. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 8]

5. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 9]

6. Verklaring van de aangever [slachtoffer 2]

7. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 3]

8. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 10]

9. Verklaring van de aangever [slachtoffer 11]

10. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 5]

11. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 6]

12. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 15] namens [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14]

13. Verklaring van de aangever [slachtoffer 12]

14. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 16]

15. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 4]

16. Verklaring van de aangeefster [slachtoffer 18]

Parketnummer: 10-149104-26 (dagvaarding 2)

17. Verklaring van de verdachte

18. Proces-verbaal van de politie

Bewijsoverwegingen

Dagvaarding 1

Feiten 1 en 2 – aangeefster [slachtoffer 17]

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 17] in de zaak Tilburg niet bewezen kan worden dat de verdachte daarbij betrokken is geweest, zodat de verdachte zonder nadere motivering van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken.

Feiten 1 en 5 – bewuste en nauwe samenwerking

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte partieel vrijgesproken moet worden van de bij dagvaarding 1 onder feit 1 en feit 5 vermelde gedachtestreepjes die zien op het bellen naar de slachtoffers (1e streepje), de slachtoffers vrees aanjagen (2e streepje) en het sturen van een persoon naar de woning van de slachtoffers (3e streepje). Dat de verdachte deze handelingen heeft verricht of dat daarbij sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte(n) is volgens de verdediging niet gebleken.

Uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken volgt dat de verdachte een of meer handlangers had bij het uitvoeren van verschillende varianten van een zogenaamde ‘babbeltruc’. Wanneer deze truc mede inhoudt het bellen naar de slachtoffers, hen daarbij vrees aanjagen en zeggen dat er iemand naar hun woning komt om hun kostbaarheden veilig te stellen omvat, zal de rechtbank, als bewezen kan worden dat de verdachte één van deze handelingen heeft verricht of daaraan een wezenlijke bijdrage heeft geleverd (zodat hij als medepleger kan worden aangemerkt), hem ook verantwoordelijk houden voor de andere handelingen die horen bij de gehele babbeltruc. Immers, het handelen van de daders (en de door hen gevolgde modus operandi) stond in dienst van het vergaren van een zo groot mogelijke buit. Zowel het bellen naar de slachtoffers, hen vrees aanjagen en het ontfutselen van de pincode, als het in een valse hoedanigheid ophalen van de kostbaarheden en pinpassen van de slachtoffers en het vervolgens pinnen met deze gestolen pinpas door de verdachte, leiden tot dat doel en zijn daar een essentieel onderdeel van, waarbij ieder zijn eigen rol had.

Feit 3 - geweld

De raadsman heeft verzocht om de verdachte partieel vrij te spreken van het bij dagvaarding 1 onder feit 3 ten laste gelegde geweld.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte de pinpas die het slachtoffer [slachtoffer 6] vasthad uit haar handen heeft getrokken en dat [slachtoffer 6] zich daartegen heeft verweerd. De rechtbank is van oordeel dat het uit de hand trekken van de pinpas van [slachtoffer 6] en het losrukken van de verdachte om met de bankpas weg te vluchten, in samenhang, kunnen worden aangemerkt als geweldshandelingen. Als gevolg van dit geweld heeft het slachtoffer [slachtoffer 6] uiteindelijk letsel opgelopen. Dat [slachtoffer 6] zich daarbij heeft verweerd om te zorgen dat haar pinpas niet werd gestolen, is niet een handeling die haar tegengeworpen mag worden.

Dagvaarding 2

Mishandeling levensgezel

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de verdachte de mishandeling heeft begaan tegen zijn levensgezel, zodat de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat de bij dagvaarding 1 onder 1 tot en met 6 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen, met uitzondering van feit 1 en 2 ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 17] in de zaak Tilburg. Ook het bij dagvaarding 2 ten laste gelegde feit is wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het onderdeel dat het feit is begaan tegen zijn levensgezel.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer: 10-188718-26

Feit 1:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

Feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

Feit 3:

diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

Feit 4:

witwassen;

Feit 5:

medeplegen van poging tot oplichting;

Feit 6:

poging tot diefstal.

Parketnummer: 10-149102-26

mishandeling.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor deze feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 56 maanden, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen onder de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich gedurende een periode van 8 maanden, samen met anderen, door middel van een zogenaamde babbeltruc schuldig gemaakt aan (poging tot) oplichting, (poging tot) diefstal, witwassen en een diefstal met geweld. De medeverdachten belden een groot aantal slachtoffers op en deden zich daarbij voor als een politieagent, een bankmedewerker of een medewerker van PostNL of Bruna en slaagden erin om door middel van een verzonnen verhaal en het aanjagen van angst bij de slachtoffers hun gegevens en pincodes te ontfutselen, waarna de verdachte naar de woning van de slachtoffers ging. De verdachte heeft een grote hoeveelheid aan onder andere sieraden en pinpassen buitgemaakt en op het moment dat het wegnemen van een pinpas niet lukte, heeft de verdachte fysiek geweld gebruikt waardoor slachtoffer [slachtoffer 6] letsel heeft opgelopen. Met de gestolen pinpassen heeft de verdachte bij een geldautomaat geld van de rekeningen van de slachtoffers opgenomen. De verdachte stond gedurende de gehele tijd telefonisch in contact met de medeverdachten.

Dat het in het geval van het slachtoffer [slachtoffer 18] is gebleven bij een poging tot oplichting en bij het slachtoffer [slachtoffer 6] bij een poging tot diefstal van een geldbedrag van haar bankrekening, is enkel te danken aan het adequaat handelen van beide slachtoffers zelf.

Babbeltrucs zijn zeer kwalijke feiten, die grote gevolgen hebben voor de slachtoffers. Hulpvaardige mensen, vaak goed van vertrouwen en veelal op hogere leeftijd, zijn hierbij ernstig gedupeerd. De rechtbank acht het extra kwalijk dat kennelijk bewust oudere personen zijn uitgekozen als makkelijk slachtoffer vanwege hun grotere kwetsbaarheid en afhankelijkheid. De verdachte heeft de slachtoffers niet alleen beroofd van onder meer hun geld en sieraden (met bijzondere emotionele waarde), maar heeft ook op lafhartige wijze het vertrouwen van de slachtoffers in de medemens en hun gevoel van veiligheid geschaad. Uit de aangiftes van de slachtoffers en ook uit de schriftelijke verklaring van slachtoffer [slachtoffer 6] ter zitting blijkt dat het zelfvertrouwen en het gevoel van veiligheid in en rond de eigen woning hierdoor ernstig zijn beschadigd. De verdachte en medeverdachten hebben zich hiervan kennelijk geen rekenschap gegeven en daarvan doelbewust misbruik gemaakt, waarbij zij zich slechts hebben laten leiden door eigen belang en financieel gewin. De gemaakte inbreuk op het eigendomsrecht en de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers getuigt van een verregaand gebrek aan respect en moreel besef.

De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan mishandeling van het slachtoffer [slachtoffer 19] door haar meermalen in het gezicht en tegen het lichaam te slaan en door het geven van een kopstoot in het gezicht. Door zo te handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van het slachtoffer aangetast.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 3 september 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke vermogensfeiten. Wel volgt uit het strafblad dat de verdachte in twee proeftijden liep van voorwaardelijke veroordelingen voor geweldsdelicten. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Rapport van de reclassering

Uit het rapport van de reclassering van 29 september 2026 volgt dat in het leven van de verdachte sprake is van veel instabiliteit. Ook spelen er problemen op het gebied van middelengebruik en psychische problematiek. De verdachte stond in het kader van een voorwaardelijke veroordeling al onder toezicht van de reclassering en zowel door de reclassering als Fivoor en Humane zorg zijn al de nodige pogingen gedaan om enige stabiliteit te creëren, zonder resultaat. De reden hiervoor zoekt de reclassering in de zelfbepalende, bagatelliserende en externaliserende houding van de verdachte en een gebrek aan motivatie voor verandering. Het recidiverisico wordt door de reclassering als hoog ingeschat.

Geadviseerd wordt om aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf acht de rechtbank niet passend.

Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten.

Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden passend en geboden.

De rechtbank ziet daarbij geen aanleiding voor een voorwaardelijk strafdeel met daaraan te verbinden bijzondere voorwaarden. De verdachte heeft al eerder reclasseringscontact opgelegd gekregen en heeft daar niet aan meegewerkt. Daarnaast heeft de verdachte van zijn laatste veroordeling kennelijk niets geleerd, nu hij direct na zijn vrijlating uit de gevangenis deze strafbare feiten heeft gepleegd, waar pas door het ingrijpen van de politie een einde aan is gekomen.

De rechtbank komt uit op een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist nu aansluiting wordt gezocht bij straffen in soortgelijke zaken.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

6. In beslag genomen voorwerpen

Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf voor de feiten 1, 2, 3, 5 en 6 worden de in beslag genomen kaartlezer en mobiele telefoon verbeurd verklaard. Deze voorwerpen zijn ook vatbaar voor verbeurdverklaring omdat de strafbare feiten met behulp van deze voorwerpen gepleegd zijn.

7. Vordering van de benadeelde partijen

Vorderingen

[slachtoffer 1] heeft als benadeelde partij voor feit 1 € 460,- als vergoeding voor materiële schade en € 500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 3] heeft als benadeelde partij voor feiten 1 en 2 € 11.600,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 5] heeft als benadeelde partij voor feiten 1 en 2 € 254,50 als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 4] heeft als benadeelde partij voor feit 4 € 1.940,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 2] heeft als benadeelde partij voor feiten 1 en 2 € 4.000,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 6] heeft als benadeelde partij voor feiten 1, 3 en 6 € 31,47 als vergoeding voor materiële schade en € 1.450,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen voldoende onderbouwd zijn en moeten worden toegewezen. Ook vordert hij dat de verdachte wordt veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente en dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

Standpunt van de verdediging

Van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] moet de vergoeding voor materiële schade worden afgewezen, omdat niet daadwerkelijk vastgesteld kan worden dat die schade is geleden. Ook de vergoeding voor immateriële schade moet worden afgewezen wegens het ontbreken van een onderbouwing.

Van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] moet het deel van de gevraagde vergoeding voor materiële schade dat betrekking heeft op de sieraden en de telefoon worden afgewezen, omdat niet daadwerkelijk vastgesteld kan worden dat die schade is geleden. Ten aanzien van de vergoeding voor het gepinde bedrag zijn er geen opmerkingen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] moet worden afgewezen, omdat tot vrijspraak van het ten laste gelegde geweld is bepleit.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partijen rechtstreeks materiële schade hebben geleden als gevolg van de gepleegde strafbare feiten. De vorderingen worden toegewezen, omdat deze voldoende zijn onderbouwd en de verdediging de vorderingen niet heeft betwist of met onvoldoende argumenten heeft weersproken. De rechtbank merkt hierbij op dat zij ook tot vergoeding van de sieraden en de handtas van de benadeelde partij [slachtoffer 1] en de sieraden en de mobiele telefoon van de benadeelde partij [slachtoffer 3] zal overgaan ondanks het feit dat daarvan geen bonnetjes zijn overgelegd. Het gaat hier om sieraden van oudere mensen, bij uitstek goederen waarvan niet altijd een bon meer kan worden overgelegd en de gevraagde bedragen acht de rechtbank redelijk. Datzelfde geldt ook voor de lederen handtas van de benadeelde partij [slachtoffer 1] . Ten aanzien van de mobiele telefoon van de benadeelde [slachtoffer 3] merkt de rechtbank op dat dit uit de aangifte volgt.

Dit betekent dat de verdachte als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partijen moet betalen, een bedrag van:

[slachtoffer 1] € 460,-

[slachtoffer 3] € 11.600,-

[slachtoffer 5] € 254,50

[slachtoffer 4] € 1.940,-

[slachtoffer 2] € 4.000,-

[slachtoffer 6] € 31,47

Immateriële schade

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 6] hebben als gevolg van de strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade geleden. De relevante nadelige gevolgen voor de benadeelde liggen zo voor de hand, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank wijst er daarbij op dat het gaat om kwetsbare mensen die in hun eigen huis en in hun aanwezigheid zijn bestolen van hun (dierbare) goederen en waarbij de benadeelde partij [slachtoffer 6] zelfs letsel heeft opgelopen. De verdediging heeft de vordering tot vergoeding van immateriële schade met onvoldoende argumenten weersproken.

Dit betekent dat de verdachte als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partijen moet betalen, een bedrag van:

[slachtoffer 1] € 500,-

[slachtoffer 6] € 1.450,-

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf:

- 7 oktober 2025 voor [slachtoffer 6] ;

- 23 oktober 2025 voor [slachtoffer 5] ;

- 26 januari 2026 voor [slachtoffer 4] ;

- 27 maart 2026 voor [slachtoffer 1] ;

- 8 mei 2026 voor [slachtoffer 2] ;

- 14 mei 2026 voor [slachtoffer 3] .

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van de benadeelde partij worden toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de Staat moet betalen en de Staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen.

Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur zoals in het dictum staat vermeld. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8. Vorderingen tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting twee vorderingen ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen van respectievelijk zes dagen en zes maanden, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat beide vorderingen moeten worden afgewezen.

Oordeel van de rechtbank

De nu bewezen feiten zijn tijdens beide proeftijden gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan beide vonnissen verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

De rechtbank ziet, gelet op de duur van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf toch af van de tenuitvoerlegging. Beide vorderingen worden dus afgewezen.

9. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 300, 310, 311, 312, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 6 van dagvaarding 1 en het feit van dagvaarding 2, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

In beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd voor de feiten 1, 2, 3, 5 en 6:

Apple iPhone, goednummer [beslagnummer 1]

Sum up mobiel pinapparaat, goednummer [beslagnummer 2] ;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummers 10-243025-24 en 16-048848-25)

wijst af de gevorderde tenuitvoerleggingen van de in de vonnissen van 14 november 2024 en 2 april 2025 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen;

Vorderingen benadeelde partij

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1), te betalen een bedrag van € 960,-, bestaande uit € 460,- als vergoeding van materiële schade en € 500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 27 maart 2026 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 1 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] aan de Staat € 960,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 27 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 9 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft vergoed.

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] (feiten 1 en 2), te betalen een bedrag van € 11.600,-, als vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 14 mei 2026 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor de feiten 1 en 2 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] aan de Staat € 11.600,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 14 mei 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 83 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft vergoed.

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] (feiten 1 en 2), te betalen een bedrag van € 254,50, als vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 23 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor de feiten 1 en 2 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 5] aan de Staat € 254,50 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 2 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft vergoed.

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 4), te betalen een bedrag van € 1.940,-, als vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 26 januari 2026 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 4 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4] aan de Staat € 1.940,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 26 januari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 19 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft vergoed.

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feiten 1 en 2), te betalen een bedrag van € 4.000,-, als vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 8 mei 2026 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor de feiten 1 en 2 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] aan de Staat € 4.000,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 8 mei 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 40 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft vergoed.

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] (feiten 1, 3 en 6), te betalen een bedrag van € 1.481,47, bestaande uit € 31,47 als vergoeding van materiële schade en € 1.450,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor de feiten 1, 3 en 6 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 6] aan de Staat € 1.481,47 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 14 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft vergoed.

11. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.J. de Kraker, voorzitter,

en mrs. L. Feraaune en M.A. Oosterhoff, rechters,

in tegenwoordigheid van J. Spanner, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 26 oktober 2026.

Mr. Feraaune is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand