ECLI:NL:RBROT:2026:14441

ECLI:NL:RBROT:2026:14441

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 21-09-2026
Datum publicatie 22-10-2026
Zaaknummer C/10/720450 / FA RK 26-4269
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de meervoudige kamer over de gezagsbeëindiging. De minderjarige is direct na zijn geboorte uit huis geplaatst en bij de pleegouders geplaatst, vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie en veiligheid bij de ouders en over de persoonlijke problematiek van de ouders. In de afgelopen jaren waren de ouders onvoldoende bereikbaar en beschikbaar voor de GI en de pleegouders. Soms waren de ouders volledig uit beeld. Dat maakt het lastig om belangrijke zaken voor de minderjarige te regelen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/720450 / FA RK 26-4269

Datum uitspraak: 21 september 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over de gezagsbeëindiging

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen: de Raad, gevestigd in Rotterdam,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. J.S. Dijkstra, kantoorhoudende in Den Haag,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. S.C. van Paridon, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam pleegmoeder] en [naam pleegvader],

hierna te noemen: de pleegouders, wonende in [woonplaats 2] ,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen: de GI, gevestigd in Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 28 mei 2026, ontvangen op diezelfde datum;

de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 18 juli 2026;

de pleitnota van de advocaat van de moeder, ter zitting voorgedragen en overgelegd.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] ;

- de pleegouders.

De rechtbank heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon C] , stagiaire bij het kantoor van de advocaat van de moeder, en aan [persoon D] , stagiaire bij de GI.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] verblijft bij de pleegouders.

Bij beschikking van de kinderrechter van 5 juli 2022 is de toen nog ongeboren [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. De kinderrechter heeft bij die beschikking ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van zijn geboorte. Deze maatregelen zijn daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 18 juni 2026 tot 5 juli 2027.

De GI heeft zich bij brief van 28 mei 2026 bereid verklaard om de voogdij over [voornaam minderjarige] te aanvaarden.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt het gezag van de vader en de moeder te beëindigen, de GI tot voogd over [voornaam minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] is direct na zijn geboorte bij de pleegouders geplaatst en ontwikkelt zich daar goed. De pleegouders sluiten goed bij hem aan. [voornaam minderjarige] is sociaal, maar ook gevoelig. Hij vraagt regelmatig aan de pleegouders of hij bij hen mag blijven. Volgens de Raad is er geen perspectief meer op een thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij een van de ouders. Zijn opgroeiperspectief ligt in het pleeggezin.

Ten tijde van de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] waren er ernstige zorgen over de emotionele beschikbaarheid van de ouders vanwege hun persoonlijke problematiek en over de opvoedomgeving. Er was sprake van een zorgelijke situatie rondom [naam kind 1] , de broer van [voornaam minderjarige] , die als gevolg van incidenten in de thuissituatie ernstige hersenschade heeft opgelopen. Het vermoeden bestaat dat dit letsel bij [naam kind 1] is ontstaan door kindermishandeling door de ouders. Ook worden de ouders verdacht van kindermishandeling van [naam kind 2] , het zusje van [voornaam minderjarige] . Het strafonderzoek hiernaar loopt nog.

De ouders zijn hard aan het werk om hun leven weer op orde te krijgen, maar op momenten blijven zij onbereikbaar voor de GI en de pleegouders. Afspraken rondom (het bezoek van) [voornaam minderjarige] worden niet altijd nagekomen. Zo zegt de vader omgangsmomenten soms op het laatste moment af of komt hij zonder bericht niet opdagen. Later blijkt dan dat hij een nieuw telefoonnummer heeft of in detentie zat. De moeder is lange tijd uit beeld geweest. Sinds het raadsonderzoek zegt zij weer contact te willen met [voornaam minderjarige] . Omdat [voornaam minderjarige] nog niet zo lang bezig is met speltherapie en binnenkort gaat starten op de basisschool, wordt omgang met de moeder nog uitgesteld.

Dat de ouders niet altijd bereikbaar en beschikbaar zijn, is volgens de Raad problematisch, vooral wanneer er belangrijke beslissingen over [voornaam minderjarige] moeten worden genomen. Het is belangrijk dat altijd in het gezag wordt voorzien. Daarom moet het gezag van de ouders worden beëindigd en de voogdij bij de GI komen te liggen. De vader en de moeder blijven wel de ouders van [voornaam minderjarige] , en de GI moet aandacht houden voor het contact tussen [voornaam minderjarige] en zijn ouders. Ook de pleegouders vinden de ouders belangrijk voor [voornaam minderjarige] . Zij hebben bijvoorbeeld foto’s van hen in huis en staan open voor contact tussen [voornaam minderjarige] en de ouders.

4. De standpunten

De GI steunt ter zitting het verzoek van de Raad en deelt het volgende mee. Er is sprake van een jarenlang patroon waarin de ouders in meer of mindere mate niet beschikbaar zijn door verschillende omstandigheden. Beide ouders hebben verschillende keren in detentie verbleven. In 2023 heeft het KSCD onderzoek gedaan naar de ouders. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat de ouders op dat moment niet voor [voornaam minderjarige] konden zorgen. Het KSCD adviseerde de ouders om hulpverlening te zoeken gericht op hun persoonlijke problematiek. Er was vervolgens ouder-kindbegeleiding aangevraagd bij Timon. In oktober 2023 heeft een eerste afspraak plaatsgevonden, maar daarna lukte het niet om vervolgafspraken met de ouders te maken. De GI heeft vervolgens nog meerdere keren met de ouders besproken dat zij individuele hulpverlening nodig hebben. Voor zover bekend zijn de ouders tot op heden hiermee nog niet aan de slag gegaan.

Daarnaast zijn ouders onbetrouwbaar in de nakoming van de afspraken over de omgang met [voornaam minderjarige] . Zo zijn de laatste twee omgangsmomenten tussen [voornaam minderjarige] en de vader niet doorgegaan. De ene keer werd het de vader allemaal te veel en is hij zonder bericht niet komen opdagen. De andere keer had de vader naar eigen zeggen wel een taxi geregeld, maar was daarin iets misgegaan. Overigens weet de GI dat de vader nog acht maanden detentie boven het hoofd hangt vanwege een delict. Dat maakt dat de vader opnieuw een periode uit beeld zal zijn.

Met de moeder heeft de GI eens in de drie maanden een afspraak om te bespreken hoe het met haar gaat. De laatste afspraak is niet doorgegaan. Er is toen afgebeld door een vriendin van de moeder. Momenteel verblijft de moeder in een studio bij het Leger des Heils. De begeleider van het Leger des Heils is positief over de moeder als het gaat om praktische zaken. Dat is positief, maar er is veel meer nodig dan dat. Van groot belang is dat een gezaghebbende ouder daadwerkelijk beschikbaar is voor de kinderen.

Door en namens de vader wordt ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. Het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader komt volgens hem te vroeg. Daarom wordt verzocht om het verzoek aan te houden. [voornaam minderjarige] is nog een heel jong kind. De vader is betrokken en komt zo vaak mogelijk naar de omgangsmomenten met [voornaam minderjarige] . De vader geniet van die omgangsmomenten. In het raadsrapport staat dat [voornaam minderjarige] regelmatig vragen stelt aan de pleegouders over de vader. Dat betekent dat er een band is tussen [voornaam minderjarige] en de vader. De vader is een jonge man die worstelt met zijn verantwoordelijkheden als ouder, maar bereid is die verantwoordelijkheden aan te gaan. Hij erkent dat er ruimte is voor verbetering. Uit de stukken blijkt niet dat de GI hulp heeft aangeboden aan de vader zodat hij kan leren omgaan met de verantwoordelijkheden die horen bij het hebben van ouderlijk gezag.

Het klopt dat de laatste twee omgangsmomenten met [voornaam minderjarige] niet door zijn gegaan. De vader zat in een moeilijke periode, waardoor hij een omgangsmoment over het hoofd had gezien. De keer daarna had de vader een taxi geregeld, maar die werd ineens geannuleerd. De vader erkent dat de communicatie richting de GI en de pleegouders moet verbeteren.

De vader bevestigt dat hij is veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf. Het is nog niet duidelijk wanneer hij die straf moet uitzitten.

Ook door en namens de moeder wordt ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. Voor de moeder is duidelijk dat [voornaam minderjarige] niet meer bij haar zal komen wonen. Zij wil wel een zo groot mogelijke rol spelen in het leven van [voornaam minderjarige] . De moeder hoopt dat het contact met [voornaam minderjarige] op korte termijn kan worden hersteld, zodra [voornaam minderjarige] daaraan toe is. Daarnaast wil zij haar rol als gezaghebbende ouder behouden. De moeder onderkent dat het haar tot begin van dit jaar niet lukte om continu beschikbaar te zijn voor [voornaam minderjarige] . Anders dan de Raad stelt, begrijpt de moeder wel degelijk wat de impact van haar langdurige afwezigheid op [voornaam minderjarige] is. Omdat zij zelf goed wist dat haar leven niet stabiel genoeg was, vond zij het beter om afwezig te blijven.

De afgelopen jaren bevond de moeder zich in een zeer moeilijke situatie als gevolg van toxische relaties met verschillende partners. Daar kwamen meerdere ingrijpende life-events bij, zoals de verdenking van kindermishandeling en de uithuisplaatsingen van de kinderen. Omstreeks begin 2025 kwam de moeder bij een crisisopvang van het Leger des Heils terecht. Sindsdien heeft zij hard aan zichzelf gewerkt en grote stappen gezet. Sinds november 2025 verblijft zij in een studio. Zij werkt vijf à zes dagen per week en heeft een goed inkomen. Het verbaast de moeder dat de GI niet weet dat zij op de wachtlijst staat bij Parnassia voor traumatherapie. De wachtlijst is dermate lang dat het nog even kan duren voordat zij met de behandeling kan starten.

Begin 2026 heeft de moeder bij de GI aangegeven dat zij in staat is om het contact met [voornaam minderjarige] weer aan te gaan. Inmiddels zijn er acht maanden voorbij en heeft er nog geen contactherstel plaatsgevonden. Dat komt niet door vermeende instabiliteit bij de moeder, maar omdat [voornaam minderjarige] nog niet zo ver is, gelet op het traject waarin hij zit met speltherapie. De moeder begrijpt dat en berust zich daarin in het belang van [voornaam minderjarige] . Wel is het lastig dat zij nu ook niet kan laten zien dat zij, in tegenstelling tot eerdere jaren, nu wel stabiel is.

Het klopt dat de moeder begin van dit jaar nog even heeft vastgezeten. Zij had eerder een taakstraf opgelegd gekregen en die was omgezet in detentie.

De pleegouders zijn het eens met het verzoek van de Raad. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] . Hij heeft een goede band met zijn zusje [naam kind 2] , die ook bij hen woont. [voornaam minderjarige] gaat volgende week starten op een basisschool in Spijkenisse. Wekelijks sturen de pleegouders foto’s en filmpjes van de kinderen naar de ouders, omdat zij het belangrijk vinden dat de ouders op de hoogte blijven van hun ontwikkeling, ook al was de moeder lange tijd uit beeld. De vader ziet de kinderen maandelijks. De laatste omgangsmomenten met de vader zijn niet doorgegaan. De pleegouders vertellen [voornaam minderjarige] pas kort van tevoren dat zijn vader komt, zodat hij minder last heeft van spanningen als de vader niet komt opdagen. Soms blijft [voornaam minderjarige] dan naar buiten kijken en vraagt hij daarna nog dagen waar zijn vader is. Voor de pleegouders is het lastig dat de ouders soms onbereikbaar zijn. Dat leidt ook tot praktische problemen, zoals de keer dat [voornaam minderjarige] geen zorgverzekering meer bleek te hebben.

5. De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het gezag van de vader en de moeder is voldaan en zal het verzoek toewijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom.

Beëindiging van het gezag kan worden uitgesproken, indien sprake is van een ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige en ouders niet in staat zijn deze weg te nemen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn. Daarbij is vereist dat de maatregel wel noodzakelijk moet zijn: als de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige kan worden weggenomen met een lichtere maatregel dan gezagsbeëindiging, dan beëindigt de rechtbank het gezag niet. Omdat beëindiging van het gezag ingrijpt in het privé- en gezinsleven van de ouders en de minderjarige zal de rechtbank de belangen van de minderjarige zorgvuldig afwegen tegen de belangen van de ouders, waarbij de belangen van de minderjarige voor de rechtbank bij haar beslissing voorop staan.

Naar het oordeel van de rechtbank wordt de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] ernstig bedreigd en kunnen de vader en de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige] niet binnen een aanvaardbare termijn dragen.

[voornaam minderjarige] is direct na zijn geboorte uit huis geplaatst en bij de pleegouders geplaatst, vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie en veiligheid bij de ouders en over de persoonlijke problematiek van de ouders. De oudere broer van [voornaam minderjarige] heeft als gevolg van incidenten in de thuissituatie ernstige hersenschade opgelopen en de ouders worden verdacht van kindermishandeling. In april 2024 ontstonden opnieuw zorgen over de opvoedsituatie bij de ouders en ontstond opnieuw een verdenking van kindermishandeling toen [naam kind 2] , het zusje van [voornaam minderjarige] , in het ziekenhuis werd opgenomen met meerdere botbreuken. [naam kind 2] is later ook bij de pleegouders komen wonen. [voornaam minderjarige] ontwikkelt zich goed in het pleeggezin. Hij is gehecht aan de pleegouders en heeft een goede band met zijn zusje. Dat zijn perspectief in het pleeggezin ligt, is ook niet in geschil.

Uit de stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat er de afgelopen jaren geen continuïteit is geweest in de aanwezigheid van de ouders in het leven van [voornaam minderjarige] . Ook waren zij onvoldoende bereikbaar en beschikbaar voor de GI en de pleegouders. Soms waren de ouders volledig uit beeld. De GI en de pleegouders wisten dan niet waar zij waren en konden hen niet bereiken. Soms hielden de ouders zelf contact af, en soms zaten zij in detentie, waardoor het niet lukte om contact te onderhouden. Dat maakt het lastig om belangrijke zaken voor [voornaam minderjarige] te regelen, zoals ook blijkt uit het voorval met zijn zorgverzekering. Ook de inschrijving van [voornaam minderjarige] op de peuterspeelzaal en later op de basisschool is door de pleegouders, samen met de GI, geregeld.

Niet is gebleken dat de ouders onvoldoende hulpverlening hebben gekregen. Al in 2022 is een KSCD-onderzoek uitgevoerd. Daaruit bleek dat de ouders op dat moment niet voor [voornaam minderjarige] konden zorgen. Het KSCD adviseerde hen om hulpverlening te zoeken voor hun eigen problematiek, waaronder mogelijke trauma’s. Meerdere keren is bij de ouders aangedrongen op het inschakelen van hulpverlening. Vooralsnog hebben zij geen hulp gezocht of gekregen. Verder is in 2023 ouder-kindbegeleiding vanuit Timon aangeboden, maar die is niet van de grond gekomen omdat het niet lukte om vervolgafspraken te maken met de ouders.

Anders dan door de ouders is aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de Raad tot beëindiging van het ouderlijk gezag niet te vroeg komt en dat de ouders niet alsnog de kans moeten krijgen om, al dan niet met hulpverlening, te laten zien dat zij stappen kunnen maken. Het is mooi en belangrijk dat de ouders een rol willen spelen in het leven van [voornaam minderjarige] en zich daarvoor inzetten. De moeder heeft in de afgelopen maanden stappen gezet, waardoor haar situatie nu stabieler is. Maar ouderlijk gezag omvat meer dan alleen bereikbaar zijn voor de GI of de pleegouders. Daarbij komt dat er al bijna anderhalf jaar geen contact is tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. De moeder heeft naar eigen zeggen bewust afstand genomen om aan zichzelf te werken. Dat maakt wel dat zij niet of nauwelijks op de hoogte is van wat er speelt in het leven van [voornaam minderjarige] en wat voor hem belangrijk is. De vader heeft maandelijks contact met [voornaam minderjarige] , maar komt regelmatig te laat of helemaal niet opdagen. Daardoor is dat contact voor [voornaam minderjarige] onvoorspelbaar. De pleegouders hebben ter zitting aangegeven dat zij [voornaam minderjarige] pas kort van tevoren vertellen wanneer de vader langskomt, om spanning en teleurstelling te voorkomen. Bovendien moet de vader nog een gevangenisstraf van acht maanden uitzitten, waardoor hij opnieuw een periode niet beschikbaar zal zijn voor [voornaam minderjarige] . Gelet op dit alles is de rechtbank van oordeel dat beëindiging van het ouderlijk gezag noodzakelijk in het belang van [voornaam minderjarige] .

Door de beëindiging van het gezag van de vader en de moeder is er niemand meer om gezagsbeslissingen over [voornaam minderjarige] te nemen. De rechtbank benoemt daarom een voogd over [voornaam minderjarige] die voortaan de gezagsbeslissingen neemt. De GI heeft zich daartoe bereid verklaard. De rechtbank belast de GI daarom met de voogdij over [voornaam minderjarige] . Van de GI wordt verwacht dat zij zich blijft inspannen om contact tussen [voornaam minderjarige] en de ouders mogelijk te maken, rekening houdend met de belastbaarheid van [voornaam minderjarige] . De ouders blijven immers belangrijk voor [voornaam minderjarige] .

De rechtbank zal bepalen dat de vader en de moeder aan de GI, die tot voogd wordt benoemd, rekening en verantwoording moeten afleggen over het door hen gevoerde bewind over het vermogen van [voornaam minderjarige] . Dit betekent dat zij de GI op de hoogte moeten stellen van alle geldzaken die over [voornaam minderjarige] gaan, zodat de GI vanaf nu voor [voornaam minderjarige] de geldzaken kan regelen.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De rechtbank:

beëindigt het ouderlijk gezag van [naam vader], geboren op [geboortedatum 2] 2001 in [geboorteplaats] en [naam moeder], geboren op [geboortedatum 3] 2004 in [geboorteplaats] , over [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats] ;

benoemt de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, tot voogd over genoemde minderjarige;

bepaalt dat de vader en de moeder rekening en verantwoording moeten afleggen over het door hen gevoerde bewind over het vermogen van genoemde minderjarige;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, mr. J.S. van den Berge en mr. R. van der Wal, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2026, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.M.C. van der Knaap als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand