ECLI:NL:RBROT:2026:13892

ECLI:NL:RBROT:2026:13892

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 05-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer ROT 25/10204
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Varia. CBR rijbewijs ongeldig verklaard op de grond dat niet is meegewerkt aan een EMG-cursus

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

[eiser], uit [woonplaats], eiser

de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/10204

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2026 in de zaak tussen

en

(gemachtigde: mr. M.M. Kleijbeuker).

Procesverloop

1. Met een besluit van 25 november 2025 heeft het CBR het rijbewijs van eiser ongeldig verklaard. Met een besluit van 11 december 2025 op het bezwaar van eiser (het bestreden besluit) is het CB bij dat besluit gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Eiser heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Met de uitspraak van 29 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen.

Het CBR heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 5 oktober 2026 op een zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het CBR. Eiser is zonder mededeling vooraf niet verschenen, terwijl hij deugdelijk is opgeroepen. Eiser is per aangetekende brief uitgenodigd. Uit de track-and-tracecode blijkt dat de bezorging op 18 augustus 2026 niet is gelukt. De brief is op 19 augustus bij een PostNL-punt aangekomen. Op 3 september 2026 is de brief retour gezonden aan de rechtbank, omdat eiser de brief niet had opgehaald. De uitnodiging is op 7 september 2026 per gewone post nogmaals aan eiser verzonden.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. Met een besluit van 4 december 2024 heeft het CBR een Educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG) opgelegd aan eiser.

3. Het CBR heeft het rijbewijs van eiser vervolgens ongeldig verklaard op de grond dat eiser niet heeft meegewerkt aan de EMG-cursus.

4. Eiser heeft aangevoerd dat hij door een administratief misverstand niet is verschenen bij het voorgesprek op 5 november 2025. Hij is op de cursusdag van 12 november 2025 wel verschenen. Toen hij niet werd toegelaten heeft hij direct contact gezocht met het CBR om de situatie uit te leggen. Daarbij heeft hij zijn bereidheid tot deelname uitgesproken. Volgens eiser heeft de intrekking onevenredig nadelige gevolgen.

5. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep ongegrond. De rechtbank licht dit hierna toe.

Ongeldigverklaring van het rijbewijs volgt na niet meewerken aan een EMG-cursus. Ook het zonder geldige reden niet verschijnen valt daaronder. Eiser had geen geldige reden. Hierbij is van belang dat eiser zelf de data had ingepland. Het CBR heeft dus terecht de conclusie getrokken dat eiser niet heeft meegewerkt.

De rechtbank overweegt verder dat er geen aanleiding is voor het oordeel dat sprake is van onevenredig nadelige gevolgen. Daarbij is van belang dat voor eiser de mogelijkheid bestond alsnog de cursus op een later moment te volgen om zo zijn rijbewijs terug te krijgen. Dit heeft eiser ook gedaan.

De rechtbank ziet ook geen aanleiding voor het oordeel dat er sprake is van onzorgvuldige besluitvorming.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. I.F.A.M. Errington-Quaedvlieg, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Veling

Griffier

  • mr. I.F.A.M. Errington-Quaedvlieg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand