ECLI:NL:RBROT:2025:12958

ECLI:NL:RBROT:2025:12958, Rechtbank Rotterdam, 22-05-2025, 11511513 VZ VERZ 25-469

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-05-2025
Datum publicatie 11-11-2025
Zaaknummer 11511513 VZ VERZ 25-469
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Werknemer is voor onbepaalde tijd in dienst bij [bedrijf], gevestigd in India. [bedrijf] maakt samen met [verweerster] deel uit van de [organisatie]. [bedrijf] en [verweerster] werken samen om werknemers vanuit India tewerk te stellen in Nederland op basis van detachering. In dat kader is werknemer vanaf 2 september 2024 geplaatst bij [verweerster] voor de duur van 36 maanden. In november 2024 heeft [verweerster] echter aan werknemer laten weten dat de detachering voortijdig wordt beëindigd, omdat hij niet aan de verwachtingen voldoet. Werknemer is vervolgens in december 2024 teruggekeerd naar India en is weer aan het werk gegaan in zijn functie bij [bedrijf]. Werknemer verzoekt nu onder andere voor recht te verklaren dat het gegeven ontslag in november nietig dan wel vernietigbaar is. Volgens hem was namelijk sprake van een arbeidsovereenkomst met [verweerster]. Verder maakt hij aanspraak op loon en vergoedingen. De verzoeken worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11511513 VZ VERZ 25-469

datum uitspraak: 22 mei 2025

Beschikking van de kantonrechter

in de zaak van

[verzoeker] ,

woonplaats: India,

verzoeker,

gemachtigde: mr. G.A. Soebhag,

tegen

[verweerster] B.V.,

vestigingsplaats: [plaats] ,

verweerster,

gemachtigde: D. van Gerven en A. van Vliet.

Partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

het verzoekschrift van [verzoeker] , met bijlagen;

het verweerschrift van [verweerster] , met bijlagen.

Op 3 april 2025 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met de partijen besproken. Daarbij waren aanwezig de gemachtigde van [verzoeker] en namens [verweerster] mevrouw [persoon A] met de gemachtigden.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

[verzoeker] is voor onbepaalde tijd in dienst bij [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ), gevestigd in India. [bedrijf] maakt samen met [verweerster] deel uit van de [organisatie] , een organisatie die zich bezig houdt met de verkoop van rijst en rijstproducten wereldwijd. [bedrijf] en [verweerster] werken samen om werknemers vanuit India tewerk te stellen in Nederland op basis van detachering. In dat kader is [verzoeker] in de functie van Operator vanaf 2 september 2024 geplaatst bij [verweerster] voor de duur van 36 maanden. Bij mail van 28 november 2024 heeft [verweerster] echter aan [verzoeker] laten weten dat de detachering voortijdig wordt beëindigd, omdat hij niet aan de verwachtingen voldoet. [verzoeker] is vervolgens in december 2024 teruggekeerd naar India en is weer aan het werk gegaan in zijn functie bij [bedrijf] . [verzoeker] verzoekt nu onder andere voor recht te verklaren dat het gegeven ontslag op 28 november 2024 nietig dan wel vernietigbaar is. Volgens hem was namelijk sprake van een arbeidsovereenkomst met [verweerster] .

Verder maakt hij aanspraak op loon en vergoedingen. [verweerster] is het hiermee niet eens en heeft uitgebreid verweer gevoerd. De verzoeken worden afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Arbeidsovereenkomst?

Hoewel [verzoeker] erkent dat hij een arbeidsovereenkomst heeft met [bedrijf] en alleen in het kader van een detacheringsovereenkomst heeft gewerkt bij [verweerster] is volgens hem het gegeven ontslag naar Nederlands recht nietig. Daarvoor wordt een beroep gedaan op een aantal omstandigheden en verwezen naar twee uitspraken (ECLI:NL:HR:2012:BU8512 en ECLI:NL:GHARL:2020:2305, AFMB-arrest). [verweerster] heeft gemotiveerd toegelicht waarom beide uitspraken toepassing missen in de situatie van [verzoeker] . Hierop is [verzoeker] niet meer terugkomen en er wordt geen aanleiding gezien er anders over te oordelen. Dus die beide arresten kunnen [verzoeker] niet baten. Dan de omstandigheden die in het verzoekschrift zijn genoemd, waaronder de inhoud en duur van de detacheringsovereenkomst, de salarisadministratie die [verweerster] heeft gedaan, de aard van het visum dat voor [verzoeker] is aangevraagd, de accommodatie die voor hem is verzorgd en het feitelijk gezag dat [verweerster] over hem heeft uitgeoefend.

Om te beginnen heeft [verweerster] terecht aangevoerd dat onduidelijk is gebleven waarom volgens [verzoeker] die omstandigheden moeten leiden tot het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Het lijkt erop dat [verzoeker] gevolgen verbindt aan het niet kortstondige karakter van de detachering. Maar waarom en op grond waarvan dat zou moeten leiden tot de conclusie dat het Nederlandse ontslagrecht van toepassing is, is verder niet uitgewerkt. Daarentegen heeft [verweerster] een en ander gemotiveerd weersproken, onder meer aan de hand van (andere) omstandigheden die volgens haar juist erop wijzen dat en waarom geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Over het voeren van de salarisadministratie is onweersproken toegelicht dat de afdrachten voor sociale zekerheid in India plaatsvonden. Ook is onbetwist uitgelegd dat en waarom over de vergoeding van [verzoeker] in Nederland belasting moest worden afgedragen en het Nederlandse vreemdelingenrecht van toepassing is omdat het werk hier werd verricht. Van de kant van [verzoeker] is vervolgens niets meer gekomen. Geoordeeld wordt dan ook dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. De verzoeken van [verzoeker] die op die stelling zijn gebaseerd worden daarom afgewezen.

Proceskosten

[verzoeker] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de kant van [verweerster] begroot op € 814,- aan salaris voor de gemachtigde en

€ 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 949,- Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend.

Uitvoerbaar bij voorraad

Deze beschikking wordt voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv).

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de verzoeken af;

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, die aan de kant van [verweerster] tot vandaag worden begroot op € 949,-;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.

568

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand