ECLI:NL:RBOVE:2026:6374

ECLI:NL:RBOVE:2026:6374

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 22-10-2026
Datum publicatie 22-10-2026
Zaaknummer 08.059928.26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn levensgezel. Vrijspraak voor een deel van de ten laste gelegde feiten wegens het gebrek aan steunbewijs.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.059928.26 (P)

Datum vonnis: 22 oktober 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 oktober 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.H. Rump, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de door benadeelde partij [slachtoffer] voorgedragen slachtofferverklaring en van wat namens haar door mr. B. Helmich, advocaat in Heerenveen, is aangevoerd.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer], zijn toenmalig levensgezel, op 24 september 2022 heeft geprobeerd te doden, zwaar te mishandelen of te mishandelen (feit 1), op 24 september 2022 heeft mishandeld, terwijl zij daardoor zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen (feit 2), op 11 september 2022, 10 april 2023 en 5 oktober 2023 heeft geprobeerd zwaar te mishandelen (feit 3, 4 en 5) en in de periode van 6 september 2022 tot en met 23 december 2023 heeft mishandeld (feit 6).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op of omstreeks 24 september 2022 te Meppel, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk

een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet:

- tegen voornoemde [slachtoffer] heeft gezegd: "Ik zal je iets geven, zodat je echt geen

lucht meer krijgt”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

(vervolgens)

- een plastic zak/tas (van de achterbank van de auto) heeft gepakt, en/of (vervolgens)

- die zak/tas over het gehele hoofd van voornoemde [slachtoffer] heeft geplaatst, en/of

(vervolgens)

- die plastic zak rondom de nek van voornoemde [slachtoffer] heeft vastgezet en/of

heeft dichtgetrokken, waardoor die [slachtoffer] geen/minder lucht kreeg en/of verstikte,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 september 2022 te Meppel althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te

weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet:

- tegen voornoemde [slachtoffer] heeft gezegd: "Ik zal je iets geven, zodat je echt geen

lucht meer krijgt”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of (vervolgens)

- een plastic zak/tas (van de achterbank van de auto) heeft gepakt, en/of (vervolgens)

- die zak/tas over het gehele hoofd van voornoemde [slachtoffer] heeft geplaatst, en/of

(vervolgens)

- die plastic zak rondom de nek van voornoemde [slachtoffer] heeft vastgezet en/of heeft dichtgetrokken, waardoor die [slachtoffer] geen/minder lucht kreeg en/of verstikte,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 september 2022 te Meppel, althans in Nederland,

[slachtoffer] heeft mishandeld, door

- tegen voornoemde [slachtoffer] te zeggen: "Ik zal je iets geven, zodat je echt geen

lucht meer krijgt”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

(vervolgens)

- een plastic zak/tas (van de achterbank van de auto) te pakken, en/of (vervolgens)

- die zak/tas over het gehele hoofd van voornoemde [slachtoffer] te plaatsen, en/of

(vervolgens)

- die plastic zak/tas rondom de nek van voornoemde [slachtoffer] vast te zetten en/of

die plastic zak/tas dicht te trekken, waardoor die [slachtoffer] geen/minder lucht kreeg

en/of verstikte,

terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel;

2

hij op of omstreeks 24 september 2022 te Meppel, althans in Nederland,

[slachtoffer] heeft mishandeld, door voornoemde [slachtoffer] (met kracht)

op/tegen het lichaam, de bosjes/struiken in, te duwen,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had,

terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn/haar levensgezel;

3

hij op of omstreeks 11 september 2022 te Zwolle, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te

weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet,

(met kracht)

- voornoemde [slachtoffer] richting het bed heeft geduwd, en/of

- terwijl voornoemde [slachtoffer] op haar rug op het bed lag, hurkend, met zijn hele

lichaamsgewicht boven op het lichaam van [slachtoffer] is gaan zitten/leunen, en/of

terwijl hij, verdachte, met zijn onderbenen het lichaam van voornoemde [slachtoffer]

klem had gezet,

die [slachtoffer] bij de keel/hals heeft gepakt/gegrepen en/of (vervolgens) de keel van

die [slachtoffer] (met kracht) heeft dichtgedrukt/vastgepakt,

althans druk op de keel van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4

hij op of omstreeks 10 april 2023 te Zwolle, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet:

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) bij haar keel

heeft vastgegrepen/gepakt en/of de luchtpijp/keel heeft

dichtgeknepen/dichtgedrukt, en/of

terwijl verdachte met zijn hele lichaamsgewicht op het lichaam van voornoemde

[slachtoffer] leunde, meermalen en met kracht op het hoofd en/of gezicht en/of

lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen/gestompt, en/of

- meermalen en met kracht op het hoofd en/of gezicht en/of lichaam van [slachtoffer]

heeft geslagen/gestompt, en door heeft geslagen/gestompt ondanks/terwijl

voornoemde [slachtoffer] in een foetushouding lag, en/of

- voornoemde [slachtoffer] met volle kracht tegen de kast heeft gegooid/gesmeten,

waarna [slachtoffer] op de grond terecht kwam,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5

hij op of omstreeks 5 oktober 2023 te Zwolle, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet, voornoemde [slachtoffer]

een karatetrap tegen de ribben en/of borstprothese heeft gegeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

6

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 september 2022

tot en met 23 december 2023 te Zwolle en/of te Meppel, althans in Nederland,

[slachtoffer], heeft mishandeld, door voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans

eenmaal, (met kracht)

- op/tegen het lichaam te duwen, en/of

- een karatetrap tegen de benen, althans het lichaam, te geven, en/of

- bij de keel te pakken/grijpen en/of de keel dicht te knijpen, althans druk op de keel

uit te oefenen, en/of

- aan de hand/arm vast te pakken en/of de auto in te gooien/duwen, en/of

- een sleutelbos tegen de hand te duwen waarbij hij extra tegendruk creëerde, en/of

- met zijn, verdachtes, ellebo(o)g(en) op het middenrif, althans het lichaam, te

drukken, en/of

- een kopstoot te geven, en/of

- in/op/tegen het gezicht en/of hoofd en/of lichaam te slaan/stompen en/of

schoppen/trappen, en/of

- voorwerpen tegen het lichaam en/of hoofd te gooien,

terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel.

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1 subsidiair, onder 2, onder 3, onder 4 en onder 6 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het onder 2 ten laste gelegde geobjectiveerde gevolgbestanddeel ‘terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had’ en het onder 5 ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten, met uitzondering van de onder 2 ten laste gelegde mishandeling en deels voor de onder 6 ten laste gelegde mishandeling.

Het oordeel van de rechtbank

Uit artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) – dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan – volgt dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend mag worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

Wat betreft het vereiste van steunbewijs kan uit de jurisprudentie van de Hoge Raad worden afgeleid dat het voldoende is wanneer de verklaring van het vermeende slachtoffer op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, die afkomstig zijn van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd.

Aangeefster heeft gedetailleerd verklaard (dan wel: gedetailleerd omschreven in door haar tijdens haar aangifte aangeleverde documenten) over wat haar is overkomen. De rechtbank is van oordeel dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van haar verklaring.

Gelet op de deels ontkennende verklaring van verdachte in deze zaak moet er voor een bewezenverklaring sprake zijn van voldoende steunbewijs voor de verklaring van aangeefster. De rechtbank zal hierna per feit ingaan op de vraag of sprake is van zulk steunbewijs.

Feit 1

Als feit 1 wordt verdachte kort gezegd verweten dat hij een plastic zak/tas over het hoofd van [slachtoffer] heeft gedaan en deze vervolgens heeft dichtgetrokken, waardoor hij haar (primair) heeft geprobeerd te doden, (subsidiair) zwaar lichamelijk letsel heeft proberen toe te brengen of (meer subsidiair) heeft mishandeld.

Verdachte heeft verklaard dat hij een plastic zak over het hoofd van aangeefster heeft getrokken. Naar eigen zeggen trok hij de zak over haar hoofd en er direct weer vanaf. De zak heeft maximaal twee seconden over haar hoofd gezeten en is niet bij haar nek aangetrokken geweest.

Het dossier bevat geen steunbewijs voor de verklaring van aangeefster dat verdachte de zak over haar hoofd heeft getrokken en deze vervolgens bij de nek strak heeft aangetrokken. Getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben alleen gehoord dat verdachte een zak over het hoofd van aangeefster had getrokken. Ook in het door aangeefster overgelegde audiobestand (‘[naam 1] bekentenis 1’) wordt alleen besproken dat verdachte heeft verteld dat hij een zak over het hoofd van aangeefster heeft gedaan. Hoewel dat voor aangeefster ongetwijfeld beangstigend zal zijn geweest, levert het heel kort over het hoofd doen van een plastic zak geen aanmerkelijke kans op de dood of zwaar lichamelijk letsel op. Verder blijkt niet dat aangeefster daardoor lichamelijk letsel of pijn is toegebracht, of dat haar gezondheid daardoor is benadeeld.

Dat betekent dat de rechtbank verdachte van het onder 1 tenlastegelegde zal vrijspreken.

Feit 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde mishandeling begaan tegen zijn levensgezel op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – omdat verdachte heeft bekend en door de verdediging geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359 lid 3 Sv zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. Die bewijsmiddelen zijn:

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

Het proces-verbaal van aangifte van 25 september 2024 van [slachtoffer], pagina 9 tot en met 35.

Als geobjectiveerde gevolgbestanddeel is ten laste gelegd dat deze mishandeling zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had. Dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen blijkt niet uit het dossier. Hoewel aangeefster naar eigen zeggen een gebroken stuitje heeft opgelopen, blijkt uit het medisch journaal (dat ter onderbouwing met de vordering benadeelde partij is meegezonden) dat zij hierover geen contact heeft gehad met haar huisarts. Ook anderszins heeft aangeefster geen (medische) stukken overgelegd waaruit volgt dat zij haar stuitje had gebroken. Hoewel getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij weet dat het stuitje van aangeefster een keer gebroken is geweest, blijkt uit zijn verklaring niet hoe hij dat weet. Het is niet ondenkbaar dat aangeefster hem daarover heeft verteld. Dat betekent dat die informatie uiteindelijk afkomstig is uit één bron, namelijk aangeefster.

Nog los van de vraag of een gebroken stuitje als zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt, is er gelet op het voorgaande onvoldoende bewijs voor een bewezenverklaring van het geobjectiveerde gevolgbestanddeel dat het feit zwaar lichamelijk letsel tot gevolg had. Dat betekent dat de rechtbank verdachte van dit deel van de tenlastelegging zal vrijspreken.

Feit 3

De rechtbank overweegt dat er behalve de verklaring van aangeefster geen bewijs is dat verdachte zich aan dit feit, poging zware mishandeling, schuldig heeft gemaakt. Verdachte heeft wel verklaard dat hij de keel van aangeefster wel eens heeft dichtgeknepen (dit is hem ook als feit 6 ten laste gelegd), maar niet blijkt dat dat specifiek op of omstreeks 11 september 2022 is gebeurd zoals hem is ten laste gelegd bij feit 3, of dat dat zodanig was dat daaruit de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bij aangeefster zou zijn ontstaan. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dit ten laste gelegde feit.

Feit 4

Als feit 4 wordt verdachte kort gezegd verweten dat hij aangeefster heeft geprobeerd zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, onder meer door haar keel te pakken en dicht te drukken. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het audiobestand, het medisch verslag van de huisarts en de foto’s in het dossier, ook in onderlinge samenhang bezien, onvoldoende steun bieden aan de verklaring van aangeefster over de gedragingen van verdachte waaruit de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel zou zijn ontstaan.

Op het door aangeefster overgelegde audiobestand (de rechtbank begrijpt: ‘[naam 2] boos. Trapt me') zijn weliswaar uitlatingen van verdachte en de relatiedynamiek tussen verdachte en aangeefster te horen, maar de ten laste gelegde gedragingen blijken daar niet uit. Ook blijkt niet dat dit geluidsfragment op de ten laste gelegde datum (‘op of omstreeks 10 april 2023’) is opgenomen.

Uit het medisch journaal blijkt dat aangeefster op 12 april 2023 contact heeft gehad met haar huisarts en toen heeft laten weten dat zij ‘eergister is mishandeld door haar vriend: handen rond de nek en geslagen tegen haar hoofd, ribben en buik’. Uit het journaal blijkt vervolgens wat de huisarts zelf heeft waargenomen: ‘re oor; rond piercing in helix mild hematoom en wat opgedroogd bloed, gehoorgang en TV gb. Scalp geen zwelling of gematoom, hals; tweetal wondjes-dicht, drukpijn onderste ribben ventraal’. De huisarts heeft dus letsel bij het rechter oor van aangeefster en een ‘tweetal wondjes’ in haar hals waargenomen, maar heeft niets vastgelegd over het waarnemen van een zwelling of hematoom in de hals van aangeefster.

Wat de huisarts heeft waargenomen blijkt ook uit foto’s die door aangeefster zijn verstrekt aan de politie. Deze foto’s (in het dossier opgenomen op pagina 53 tot en met 65) zijn op 10 en 11 april 2023 gemaakt. Op deze foto’s zijn rode vlekken in de hals van aangeefster en een wondje en bloeduitstorting aan het rechteroor van aangeefster te zien. Op grond van de waarneming van de huisarts en de foto’s in het dossier kan weliswaar worden geconcludeerd dat bij aangeefster sprake was van letsel, maar dit levert onvoldoende steun op voor de ten laste gelegde gedragingen waarover aangeefster heeft verklaard waaruit de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bij haar zou zijn ontstaan. Dat betekent dat de rechtbank verdachte van dit feit zal vrijspreken.

Feit 5

De rechtbank overweegt dat er behalve de verklaring van aangeefster geen bewijs is dat verdachte zich aan dit feit schuldig heeft gemaakt. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde feit, zoals ook door de officier van justitie is gevorderd.

Feit 6

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – omdat verdachte heeft bekend en door de verdediging geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359 lid 3 Sv zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. Die bewijsmiddelen zijn:

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

Het proces-verbaal van verhoor van 3 februari 2026 van verdachte, voor zover inhoudende pagina 139 en 151 (over het geven van de high kick) en pagina 141 (‘ik heb wel een keer haar keel dichtgeknepen’);

Het proces-verbaal van aangifte van 25 september 2024 van [slachtoffer], pagina 9 tot en met 35.

Omdat het daarbij gaat om gebeurtenissen in de periode van 6 september 2022 tot en met 31 oktober 2023, beperkt de rechtbank de bewezenverklaarde periode tot die periode.

Door de raadsvrouw is het verweer gevoerd dat de karatetrap niet opzettelijk door verdachte is gegeven. Verdachte heeft hierover bij de politie verklaard (op pagina 139 van het dossier): ‘ik ben toen wel naar binnen gevlogen en toen ben ik wel een springende beweging gemaakt. Maar ik strekte mijn been omdat ik mijn benen op de bank wilde zetten. Maar goed, ze lag op die bank en ze draaide net weg, waardoor ik op haar bovenbeen terecht ben gekomen’. De rechtbank is van oordeel dat verdachte in dat geval (op zijn minst) voorwaardelijk opzet had op de mishandeling. Door op zo’n manier een springende beweging te maken in de richting van aangeefster heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster daardoor lichamelijk letsel zou oplopen. Dat aangeefster op dat moment net zou zijn weggedraaid, doet aan dat oordeel niet af. Het verweer wordt daarom verworpen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

2

hij op 24 september 2022 te Meppel,

[slachtoffer] heeft mishandeld, door voornoemde [slachtoffer] (met kracht) tegen het lichaam de bosjes in te duwen,

terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel;

6

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 september 2022

tot en met 31 oktober 2023 te Zwolle en te Meppel,

[slachtoffer], heeft mishandeld, door voornoemde [slachtoffer]:

- tegen het lichaam te duwen, en

- een karatetrap tegen de benen te geven, en

- bij de keel te pakken en

- op het lichaam te slaan,

terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel;

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2

het misdrijf: mishandeling begaan tegen zijn levensgezel

feit 6

het misdrijf: mishandeling begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een taakstraf van 240 uren geëist, met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, zonder bijzondere voorwaarden, en een proeftijd van drie jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd rekening te houden met het tijdsverloop sinds het tenlastegelegde en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich meerdere keren schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn partner.

Huiselijk geweld is een ernstig maatschappelijk probleem dat diep ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Door zo te handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Dit levert niet alleen fysieke pijn en/of letsel op, maar veroorzaakt ook gevoelens van angst, onveiligheid en wantrouwen bij het slachtoffer. Dat blijkt ook uit de slachtofferverklaring die aangeefster tijdens de zitting heeft voorgelezen.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte van 7 juli 2026. Daaruit blijkt dat hij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 7 september 2026. Hierin rapporteert de reclassering dat de omstandigheden ten tijde van de ten laste gelegde feiten wezenlijk verschillen van de huidige situatie van verdachte. Waar destijds sprake was van relationele problematiek, emotionele ontregeling en middelengebruik, lijkt er nu sprake van meer stabiliteit op meerdere leefgebieden. Verdachte heeft op eigen initiatief hulp gezocht, een ambulante behandeling bij Transfore succesvol afgerond, aanvullende trainingen gericht op persoonlijke ontwikkeling gevolgd en hij geeft blijk van inzicht in zijn eigen kwetsbaarheden en patronen binnen relaties. Daarnaast is de relatie met aangeefster beëindigd, functioneert hij naar eigen zeggen naar tevredenheid binnen het co-ouderschap van zijn dochter en beschikt hij over een stabiele woon- en financiële situatie. Gelet op het wegvallen van relevante risicofactoren, de aanwezigheid van meerdere beschermende factoren en de door verdachte doorgemaakte ontwikkeling, ziet de reclassering op dit moment geen aanknopingspunten voor interventies of toezicht. Het risico op recidive wordt als laag ingeschat.

De op te leggen straf

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten van het LOVS. Daarin wordt voor ‘Mishandeling, lichamelijk letsel ten gevolge hebbend’ een geldboete van € 1.000,-- als oriëntatiepunt gegeven. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Vervolgens heeft de rechtbank rekening gehouden met het tijdsverloop en de ontwikkeling die verdachte uit eigen beweging in de tussenliggende tijd heeft doorgemaakt, zoals uit het reclasseringsrapport blijkt.

Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 60 uren passend en geboden. Omdat de rechtbank de verdachte van een aantal feiten vrijspreekt, valt de straf lager uit dan de eis van de officier van justitie. Daarnaast ziet de rechtbank — mede door het tijdsverloop — geen reden om een deels voorwaardelijke straf op te leggen. De reclassering schat het recidiverisico immers in als laag en ziet geen aanknopingspunten voor toezicht of interventies.

7. De schade van benadeelde

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 7.500,-- ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vordering kan worden toegewezen. Wat betreft de hoogte heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde schadevergoeding te hoog is.

Het oordeel van de rechtbank

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feiten. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 500,-- billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe en verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.

De wettelijke rente wordt overeenkomstig de vordering van de benadeelde partij toegewezen vanaf 6 september 2022, de eerst bewezenverklaarde pleegdatum waarbij de benadeelde partij letsel is toegebracht.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten zijn toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 5 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c, 22d en 57 Sr.

9. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1, onder 3, onder 4 en onder 5 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 en onder 6 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 2

het misdrijf: mishandeling begaan tegen zijn levensgezel

feit 6

het misdrijf: mishandeling begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 60 (zestig) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;

schadevergoeding

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] (feit 2 en feit 6) toe tot een bedrag van € 500,-- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit een vergoeding voor immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 500,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2022 tot de dag van volledige betaling);

- verklaart voor wat betreft het meer gevorderde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 500,-- (zegge: vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.E. Voorberg, voorzitter, mr. G.H. Meijer en mr. M. ter Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2026.

Mr. G.H. Meijer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. I.E. Voorberg
  • mr. G.H. Meijer
  • mr. M. ter Riet

Griffier

  • mr. J.P. Ponsteen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand