RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/351835 / JE RK 26-1578
Datum uitspraak: 7 oktober 2026
Beschikking ondertoezichtstelling
in de zaak van
Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad,
gevestigd te Zwolle,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat: mr. A.C.W. Duiveman,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2],
advocaat: mr. U. Yildirim.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
de gecertificeerde instelling,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Zwolle.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Het concept briefrapport, ontvangen op 28 september 2026;
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 september 2026;
het definitieve raadsrapport van 1 oktober 2026, ontvangen op 5 oktober 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat,
- de moeder met haar advocaat,
- [naam 1] namens de raad,
- [naam 2] namens de GI.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
3. Het verzoek
De raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor de onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar het verzoekschrift met bijlagen.
4. De standpunten
De vader herkent zich niet in de zorgen van de raad over zijn vrijlating en de mogelijke gevolgen daarvan. De vader heeft recente reclasseringsrapporten waaruit blijkt dat het recidiverisico laag is. De strafprocedure heeft verder ook niets te maken met de kinderen en de vader heeft tijdens zijn detentie ook regelmatig contact gehad met de kinderen. Tegelijkertijd is de vader bereid mee te werken aan de ondertoezichtstelling om te laten zien dat de zorgen die de raad heeft er niet zijn. De vader wil daarvoor wel graag perspectief hebben op structureel onbegeleid contact met de kinderen. Hij wil namelijk graag zijn rol als vader kunnen oppakken. De vader heeft er weinig vertrouwen in dat de GI, als er geen zorgen zijn, toewerkt naar uitbreiding van de omgang zonder dat deze begeleid wordt. Voor hem is perspectief daarom belangrijk.
De moeder is het eens met het verzoek. De moeder ziet graag dat de GI gaat meekijken en ondersteunen in het maken van afspraken over de kinderen. Er speelt namelijk veel meer dan alleen de omgang tussen de kinderen en de vader. De moeder vindt het wel belangrijk dat de kinderen contact hebben met de vader. Zij gunt hen dat ook. De kinderen reageren goed op het contact met hun vader en dat moet gecontinueerd worden. Het contact moet wel veilig plaatsvinden en daarom is begeleide omgang nodig.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt ernstig bedreigd. Er zijn opnieuw zorgen ontstaan over de veiligheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nadat zij in 2023 onder toezicht waren gesteld, welke ondertoezichtstelling op 31 oktober 2024 is geëindigd. De vader is veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn stiefdochter (uit een andere relatie). Hij komt binnenkort vrij en gaat in de buurt van de kinderen wonen. De kinderrechter maakt zich hierdoor net als de raad zorgen over de mogelijke gevolgen hiervan. Het is belangrijk dat er goede afspraken gemaakt worden over hoe de ouders met elkaar omgaan wanneer zij of de vader en de kinderen elkaar onverwachts tegenkomen. Ook moeten er goede afspraken gemaakt worden over de omgang tussen de vader en de kinderen. De raad ziet veiligheidsrisico’s in de omgang en de kinderrechter is bezorgd dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] slachtoffer kunnen worden van seksueel grensoverschrijdend gedrag van de vader. Dit te meer omdat de vader ontkent zijn stiefdochter seksueel misbruikt te hebben en omdat de vader voor zijn middelengebruik geen behandeling volgt. Het is daarom van belang dat de omgang eerst begeleid wordt opgestart. De raad heeft niet vooruit willen lopen op de gang van zaken door een termijn te noemen waarop onbegeleid contact moet worden overwogen en heeft gesteld vertrouwen te hebben in de GI om in te schatten wanneer dat kan.
Daarbij zijn er zorgen over de seksuele ontwikkeling van [minderjarige 1]. Hij laat op school regelmatig ongepast seksueel gedrag zien. [minderjarige 1] is aangemeld bij psychologenpraktijk [praktijknaam] en ook de behandelaar maakt zich zorgen om zijn ontwikkeling. Er is een seksuele screening ingezet om te achterhalen waar [minderjarige 1] gedrag vandaan komt.
De kinderrechter heeft er geen vertrouwen in dat het de ouders binnen het vrijwillig kader zal lukken om met elkaar afspraken te gaan maken over de kinderen en vindt dit ook te veel gevraagd van de ouders. Zij kunnen niet met elkaar communiceren en hebben begrijpelijkerwijs onderlinge spanningen door alle emoties die bij hen spelen over elkaar. Daarom is de ondersteuning en regievoering vanuit een neutrale partij als de GI nodig om begeleid contact tot stand te brengen en om veiligheidsafspraken te maken zodat de veiligheid van de kinderen gewaarborgd blijft. Hoe die omgang vervolgens wordt vormgegeven, hangt af van de vraag of er goede afspraken gemaakt kunnen worden, of er voldoende vertrouwen is dat de ouders zich hieraan houden en hoe de kinderen op de omgang reageren. De jeugdbeschermer kan dat als neutrale persoon goed inschatten en het belang van de kinderen daarin centraal stellen. Dat vraagt echter ook om de medewerking van de vader.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar. Het komende jaar zal gewerkt worden aan de door de raad in het raadsrapport vermelde doelen:
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een veilige opvoedomgeving;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden beschermd tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben een bij hun veiligheid en ontwikkeling passend contact met hun vader;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ontwikkelen zich veilig en gezond.
Hoe aan deze doelen wordt gewerkt zal door de GI en de ouders verder worden ingevuld.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Overijssel met ingang van 7 oktober 2026 tot 7 oktober 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026 door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mahmoud als griffier, en op schrift gesteld op 16 oktober 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.