ECLI:NL:RBOVE:2026:6326

ECLI:NL:RBOVE:2026:6326

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 22-10-2026
Zaaknummer C/08/350262 / JE RK 26-1270
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Verlenging OTS. Ouders moeten nog een ouderschapsplan opstellen, kunnen niet communiceren met elkaar. Verder volgt de zoon therapie, zodat eventueel contactherstel met zijn vader mogelijk zal worden. Regievoering vanuit de GI is nog nodig.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Zwolle

Zaaknummer: C/08/350262 / JE RK 26-1270

Datum uitspraak: 7 oktober 2026

Beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming Overijssel,

de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,

gevestigd in Zwolle,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats 1],

hierna te noemen: [minderjarige 1],

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2],

hierna te noemen: [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

advocaat: mr. S.M. Wolff,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2],

advocaat: mr. R.P. Adema,

en [minderjarige 1].

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2026. De zaak is gelijktijdig behandeld met de zaken over de wijziging van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met zaaknummers: C/08/350254 JE RK 26-1267 ([minderjarige 1]) en C/08/350260 JE RK 26-1269 ([minderjarige 2]). Daarbij waren aanwezig:

- de vader, met zijn advocaat,

- de moeder met haar advocaat,

- [naam 1] en [naam 2] namens de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover op 17 september 2026 een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 10 oktober 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor de onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar het verzoekschrift en de bijlagen. De GI heeft ter aanvulling tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat het afgelopen jaar hard gewerkt is om beweging te krijgen in het contactherstel tussen [minderjarige 2] en de vader. De GI is daarin niet alleen afhankelijk van de vader, maar ook van [minderjarige 2]. De jeugdbeschermer probeert zich tussen hen te positioneren. De jeugdbeschermer begrijpt dat er in de ogen van de vader niets gebeurt binnen de ondertoezichtstelling. [minderjarige 2] heeft echter heel hard gewerkt aan het krijgen van zelfvertrouwen, aan zijn zelfbeeld en aan zijn trauma’s. De GI ziet daardoor zelfs al een kleine ingang bij [minderjarige 2]. Hij benoemt namelijk hier en daar al positieve dingen over zijn vader. [minderjarige 2] gaat met de therapeut van [instelling] verder werken aan zijn zelfbeeld. Het is belangrijk dat [minderjarige 2] meer zelfvertrouwen krijgt en meer ontspannen wordt. Daar moet hij in rust aan kunnen werken. De GI denkt dat dit [minderjarige 2] kan helpen in het aangaan van contact met zijn vader. De kleine opening die [minderjarige 2] nu lijkt te hebben kan nog verder groeien als [minderjarige 2] zelfverzekerder en ontspannen is. De jeugdbeschermer heeft daar ook vertrouwen in. Daar wil de GI nog wel voorzichtig mee zijn, om [minderjarige 2] daarin niet te forceren.

4. De standpunten

[minderjarige 1] heeft aan de kinderrechter verteld dat het goed gaat zoals het nu gaat. De omgang met de vader bij oma komt haar soms niet goed uit door bijvoorbeeld de zwemwedstrijden van [minderjarige 1]. Dan spreekt zij met de vader af dat zij niet komt of dat zij korter blijft. Zij zou het fijn vinden dat de vader begrijpt dat als zij niet kan, het voor haar moeilijk is om de omgang in te halen. [minderjarige 1] vindt het ook niet fijn dat de vader en de oma met elkaar kibbelen. Zij wil daar liever niet bij zijn. [minderjarige 1] vindt het goed als de jeugdbeschermers nog blijven. Voor haar is het fijn dat ze soms kan praten met de jeugdbeschermer.

[minderjarige 2] heeft aan de kinderrechter verteld dat het goed gaat. Hij heeft geen last meer van nachtmerries en de therapie heeft hem geholpen. Hij gaat met de therapeut werken aan zijn zelfverzekerdheid. Hij zou omgang met zijn vader nog wel spannend vinden en wil dat nu niet. Hij heeft geen vertrouwen in zijn vader. [minderjarige 2] vertelt ook dat hij het wel prima zou vinden als de jeugdbeschermers betrokken blijven, maar hij wordt er ook wel een beetje moe van. Zij stellen hem elke keer dezelfde vragen over het contact met de vader.

De moeder is het eens met het verzoek van de GI. De ondertoezichtstelling vormt wel een belasting voor haar en de kinderen, maar het lukt hen wel om daarmee om te gaan. De moeder vindt namelijk ook dat de ondertoezichtstelling nog nodig is. De ondertoezichtstelling is nog nodig om de kinderen rust en duidelijkheid te bieden en vanwege de communicatie tussen de ouders die nog onvoorspelbaar en moeizaam verloopt.

De vader ziet dat de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen nog aanwezig is en dat het de ouders zelf niet lukt om die weg te nemen. Daar is de inzet van de GI bij nodig. Tegelijkertijd vindt de vader het lang duren en vraagt hij zich af welk effect de ondertoezichtstelling nog kan hebben. In zijn beleving verandert er niet veel binnen de ondertoezichtstelling en heeft de GI geen stappen gezet. Er wordt door de GI geen begin gemaakt met het contactherstel met [minderjarige 2] en de omgang met [minderjarige 1] is heel beperkt. De vader ziet niet goed wat de GI daarin nog kan veranderen. De vader heeft er daarom geen vertrouwen meer in dat de ondertoezichtstelling nog van toegevoegde waarde is. De vader vindt het wel fijn om te horen dat er een kleine opening bij [minderjarige 2] lijkt te ontstaan en hoopt dat hij en [minderjarige 2] de kans krijgen om dat te laten groeien. De vader wil dan dat de GI met een plan van aanpak komt voor het contactherstel met [minderjarige 2]. De vader is anders bang dat het contact tussen hem en [minderjarige 2] helemaal stuk gaat. De vader begrijpt daarom ook wel dat het nu nog te vroeg is om de ondertoezichtstelling te beëindigen en vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling nog wel passend. Dat vergt wel veel van de vader en van de kinderen.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De kinderrechter ziet samen met de GI dat de ondertoezichtstelling tot nu toe effectief is geweest, ook al ziet de vader dat anders. Het resultaat is wellicht niet zoals de vader dat voor ogen en gewenst had, maar buiten zijn blikveld gebeurt er veel en zijn er stappen gezet. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben traumabehandeling gevolgd, de vader heeft zijn therapie gevolgd en er is een overdrachtsformat afgesproken tussen de ouders.

De kinderrechter is echter nog steeds van oordeel dat de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen nog niet is weggenomen. Ook de ouders zijn het daarmee eens. Het lukt de ouders nog niet goed om met elkaar afspraken te maken, te communiceren en samen te werken als het om de kinderen gaan. Hierdoor is er nog geen definitief ouderschapsplan opgesteld. De ouders zijn hiermee bezig; de moeder volgt het PSO-traject bij [instelling] en de vader werkt samen met Trias ONS. De ouders kunnen hier de regievoering en inspanning van de jeugdbeschermers goed bij gebruiken. Het is belangrijk dat er goede en duidelijke afspraken worden gemaakt tussen de ouders over de kinderen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moeten namelijk weten waar zij aan toe zijn en hebben duidelijkheid nodig. Omdat het de ouders niet op eigen kracht lukt om hieraan te werken, is de betrokkenheid van de jeugdbeschermers nog nodig.

De kinderrechter hoort van de moeder en de GI ook dat er stappen zijn gezet in de voorwaarden voor eventueel contactherstel. [minderjarige 2] heeft namelijk heel hard gewerkt aan zijn trauma’s en aan zijn zelfvertrouwen. Dat is ook een positief gevolg van de ondertoezichtstelling en een noodzakelijke ontwikkeling voor mogelijk contactherstel, omdat er bij [minderjarige 2] pas ruimte kan ontstaan voor contact met de vader als hij daar geen spanning of angst meer bij hoeft te voelen. De kinderrechter begrijpt dat het voor de vader lastig is en dat het voor hem net is alsof er niets lijkt te veranderen, maar hoopt dat de vader ziet dat [minderjarige 2] zich goed inzet. Juist nu is het belangrijk om hier met de nodige voorzichtigheid mee om te gaan en [minderjarige 2] de ruimte te geven zich te ontwikkelen. Voorkomen moet worden dat er keuzes gemaakt worden in de omgang die niet aansluiten bij wat [minderjarige 2] aankan en nodig heeft. Daarmee zouden de stappen die [minderjarige 2] tot nu toe heeft gezet, verloren kunnen gaan en dreigt de situatie van vóór de ondertoezichtstelling terug te keren. De kinderrechter gunt het [minderjarige 2] dan ook om met zijn therapie nog sterker in zijn schoenen te komen staan zodat hij zelfvertrouwen krijgt en positief naar zichzelf leert te kijken. Ook daar kan de jeugdbeschermer op toezien. Dan is er vanuit de GI en de moeder de hoop en het vertrouwen dat de kleine opening die [minderjarige 2] even heeft laten zien, zal groeien.

De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat het nu nog te vroeg is om de ondertoezichtstelling af te laten lopen. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 10 oktober 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026 door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mahmoud als griffier, en op schrift gesteld op 22 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Mahmoud als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand