RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/350615 / JE RK 26-1328
Datum uitspraak: 7 oktober 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Overijssel, gevestigd te Zwolle,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2],
en [minderjarige].
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [naam] namens de GI.
De vader en de moeder zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de mondelinge behandeling.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
Bij beschikking van 8 oktober 2025 heeft de kinderrechter, voor zover van belang, de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 10 oktober 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Voor de onderbouwing van haar verzoek verwijst de GI naar de overgelegde stukken. Op de mondelinge behandeling heeft de GI verklaard dat er binnenkort een screening ingepland is voor [minderjarige] bij Kanz. Ook bij Triade Vitree wordt onderzocht welke doorstroommogelijkheden er binnen [plaats] zijn voor [minderjarige].
4. De standpunten
De moeder is niet verschenen op de mondelinge behandeling. Uit de stukken blijkt dat zij graag wil dat de jeugdbeschermer betrokken blijft. Zij krijgt stress bij de gedachte dat de ondertoezichtstelling afgesloten zal worden. Het is prettig dat de jeugdbeschermer het proces rondom [minderjarige] in goede banen leidt.
De vader is niet verschenen op de mondelinge behandeling. Uit de stukken blijkt dat hij graag wil dat de jeugdbeschermer betrokken blijft. Ook hij vindt het prettig dat de jeugdbeschermer het proces rondom [minderjarige] in goede banen leidt.
[minderjarige] is het eens met de verzoeken. Ze wil graag dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd. Het gaat best prima met [minderjarige]. [minderjarige] bepaalt zelf wanneer ze naar haar ouders gaat. Dat gaat goed. [minderjarige] weet dat het op dit moment niet mogelijk is om weer thuis te wonen bij haar ouders. Ze wil later werken op een groep die vergelijkbaar is met waar zij nu woont.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat [minderjarige] last heeft van persoonlijke problematiek, zij nog onvoldoende heeft geprofiteerd van de hulpverlening die hiervoor wordt ingezet en de ouders overbelast zijn. Daarnaast moet er nog gewerkt worden aan een plan voor [minderjarige] meerderjarigheid.
Er zijn al langere tijd zorgen over de mentale gezondheid van [minderjarige]. In het verleden had dat betrekking op zelfbeschadiging, eet- en drinkgedrag, middelengebruik, haar zelfstandigheid en haar emotieregulatie. Daarnaast heeft [minderjarige] een hechtingsstoornis en PTSS. Het middelengebruik en de zelfbeschadiging is [minderjarige] manier om haar emoties te reguleren. Op dit moment gaat het beter met [minderjarige], maar zij wil graag alles goed doen. Haar verantwoordelijkheidsgevoel en zelfstandigheid spelen maken het voor haar lastig om de dingen die spelen in haar situatie te bespreken met anderen. [minderjarige] maakt zichzelf dan ondergeschikt aan anderen. Tegelijkertijd volgt zij nu wel behandeling bij Accare. [minderjarige] laat de begeleiding van Vitree en de jeugdbeschermer helpen met een goed vervolg van de behandeling. Ze zal over enige tijd gaan starten met schematherapie om zo copingvaardig te worden. Het is belangrijk dat de hulpverlening voor [minderjarige] voort wordt gezet zodat ze zich beter kan ontwikkelen.
Met de hiervoor beschreven zorgen is het belangrijk dat er voor [minderjarige] ondersteuning is (in haar thuissituatie). Het lukt de ouders op dit moment onvoldoende om die ondersteuning te allen tijde te bieden. De zus van [minderjarige] vraagt namelijk veel aandacht en ondersteuning. Dat zorgt op sommige momenten voor een gespannen thuissituatie omdat de ouders het gevoel hebben dat ze geen grip meer hebben op de situatie. Op dit moment zijn zij overbelast waardoor zij in mindere mate in staat zijn om [minderjarige] de ondersteuning te bieden die zij nodig heeft.
Het is niet alleen op dit moment noodzakelijk dat [minderjarige] ondersteuning krijgt. Met de hiervoor genoemde zorgen is het aannemelijk dat [minderjarige] nog steeds ondersteuning en hulpverlening nodig heeft wanneer zij meerderjarig is. Echter kan de jeugdbeschermer hier dan geen rol meer in spelen. Het is dan ook belangrijk dat er in de aankomende periode een duidelijk en zorgvuldig plan is voor [minderjarige] meerderjarigheid. Nu de ouders overbelast zijn zij niet altijd in staat om hierin mee te denken. De jeugdbeschermer zal daarom de regie moeten voeren en samen met [minderjarige] en haar ouders een plan moeten maken voor [minderjarige] meerderjarigheid.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat [minderjarige] en de ouders niet altijd in staat zijn om deze hulpverlening te realiseren.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
Zoals hiervoor overwogen heeft [minderjarige] voor haar persoonlijke problematiek ondersteuning nodig. Met de overbelasting van de ouders zijn zij niet altijd in staat om [minderjarige] deze ondersteuning te bieden. Een thuisplaatsing is daarom op dit moment niet in het belang van [minderjarige]. Bij Triade Vitree krijgt [minderjarige] de ondersteuning die zij nodig heeft en kan zij zich goed ontwikkelen. Het is bij de kinderrechter bekend dat [minderjarige] de wens heeft om zelfstandig te wonen in [plaats]. Op dit moment wordt bij Kanz en Triade Vitree onderzoek gedaan naar de mogelijkheid tot zelfstandig wonen in [plaats]. Echter is het nog onduidelijk (of en) wanneer het zelfstandig wonen van [minderjarige] in [plaats] plaats zal vinden. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat wanneer hier meer duidelijkheid over is, de GI een nieuw verzoek ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing zal indienen bij de rechtbank.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 10 oktober 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 10 oktober 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026 door mr. H.T. Pos, kinderrechter, in aanwezigheid van M.E. Sijnstra als griffier, en op schrift gesteld op 21 oktober 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.