RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/350600 / FA RK 26-1976
Datum uitspraak: 7 oktober 2026
Beschikking van de rechtbank over de voogdij overdracht
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[pleegouder 1] en [pleegouder 2],
hierna te noemen de pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De rechtbank merkt als informanten aan:
[de moeder] , hierna te noemen de moeder en
[de vader] , hierna te noemen de vader.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [naam] namens de GI;
- de pleegouder(s).
De raad is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de mondelinge behandeling. Per e-mail van 6 oktober 2026 heeft hij zich afgemeld voor de mondelinge behandeling.
De rechtbank heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de rechtbank. Tijdens de zitting heeft de rechtbank samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
[minderjarige] woont sinds november 2012 in een perspectief biedend pleeggezin.
Bij beschikking van 30 september 2021 heeft de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad het ouderlijk gezag van de vader en de moeder over [minderjarige] beëindigd en de GI als voogd benoemd. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De pleegouders hebben zich bij brief van 1 oktober 2025 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.
3. Het verzoek en de beoordeling
De GI verzoekt haar te ontslaan uit de voogdij over [minderjarige] , ten gunste van de pleegouders. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor de onderbouwing van haar verzoek verwijst de GI naar de overgelegde stukken.
De moeder is akkoord met de pleegzorgvoogdij. Zij vindt dat [minderjarige] bij de pleegouders een goede plek heeft waar hij kan opgroeien.
De vader is akkoord met de pleegzorgvoogdij. [minderjarige] heeft bij pleegouders een goede plek waar hij kan opgroeien. Tegelijkertijd kwam het verzoek van de GI onverwacht voor de vader. De vader stelt dat de GI voorafgaand aan het verzoek wat steken heeft laten vallen.
Op grond van artikel 1:322 lid 1 sub c BW kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan, indien een daartoe bevoegd persoon/gecertificeerde instelling zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarigen acht.
De rechtbank zal de GI ontslaan van de voogdij over [minderjarige] en de pleegouders tot voogden benoemen over [minderjarige] . De rechtbank overweegt het volgende.
Op dit moment voert de GI de voogdij uit over [minderjarige] . [minderjarige] woont al erg lang in het pleeggezin en hij is daar gehecht. Doordat [minderjarige] bij de pleegouders verblijft zijn zij op de hoogte van de gebeurtenissen die spelen in zijn leven. Zij kennen hem goed omdat zij hem feitelijk verzorgen en opvoeden. Daarnaast kunnen zij aansluiten bij [minderjarige] opvoedvraag. Op basis daarvan zijn de pleegouders in staat om de belangrijke (gezags)beslissingen te nemen over [minderjarige] . De pleegouders hebben zich bereid verklaard om de voogdij over [minderjarige] over te nemen. Met de overneming van de voogdij kunnen de pleegouders, als feitelijke verzorgers en opvoeders van [minderjarige] , de belangrijke (gezags)beslissingen over hem nemen. Tussen [minderjarige] en zijn ouders is beperkt contact, maar de pleegouders vinden het erg belangrijk dat er contact is tussen [minderjarige] en zijn ouders. Door het beperkte contact tussen [minderjarige] en zijn ouders zijn de ouders minder goed op de hoogte van de gebeurtenissen in zijn leven. De problematiek van de ouders maakt dat het hen niet altijd lukt om beslissingen te nemen die in het belang zijn van [minderjarige] . De betrokkenheid van de GI in de vorm van voogd is niet langer nodig omdat de verstandhouding tussen de ouders en de pleegouders prima is.
De rechtbank acht het dan ook in het belang van [minderjarige] dat de voogdij wordt overgedragen aan de pleegouders.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4. De beslissing
De rechtbank:
ontslaat de GI van de voogdij over [minderjarige] ;
en benoemt tot voogden over [minderjarige] de pleegouders, [pleegouder 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1970, en [pleegouder 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1969;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026 door mr. H.T. Pos, (kinder)rechter, in aanwezigheid van M.E. Sijnstra als griffier, en op schrift gesteld op 21 oktober 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.