RECHTBANK OVERIJSSEL
locatie Almelo
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/347658 / FA RK 26-1093
beschikking van 6 oktober 2026
in de zaak van
[de vader] [de vader] ,
verder te noemen: de vader
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. S. Rahimzadeh,
en
[de moeder] ,
verder te noemen: de moeder
zonder bekende woon- of verblijfplaats
1. De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen binnengekomen op 6 mei 2026
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling met gesloten
deuren op 22 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
[medewerker Raad voor de Kinderbescherming] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).
De moeder is opgeroepen via de Staatscourant. Zij is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.
2. De feiten
De ouders hebben een relatie met elkaar gehad.
Zij hebben samen de navolgende kinderen:
[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2023,
[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2023.
De kinderen verblijven bij de vader.
De vader heeft de Nederlandse nationaliteit, de moeder de Georgische.
3. Het verzoek
De vader verzoekt de rechtbank, voor zo ver mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om:
I. primair, te bepalen dat het gezamenlijk gezag van de ouders over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt beëindigd en dat het gezag voortaan aan de vader alleen toekomt;
II. subsidiair, te bepalen dat de vader op grond van artikel 1:253c lid 1 BW alleen met het ouderlijk gezag wordt belast over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
III. althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank juist voorkomt.
Ter onderbouwing van zijn verzoeken stelt de vader dat partijen een affectieve relatie hebben gehad. In die periode verbleven zij samen op [provincie], waar zij hebben samengewoond. De vader verbleef daar in verband met zijn werkzaamheden in Maleisië. De kinderen zijn geboren in Maleisië. Hij heeft beide kinderen na hun geboorte erkend. De vader stelt dat de moeder ongeveer vijf á zes maanden na de geboorte van de kinderen is teruggekeerd naar [provincie] zonder de kinderen mee te nemen. Sindsdien verblijven de kinderen bij hem en draagt hij zelfstandig de dagelijkse zorg en opvoeding. De vader stelt dat sinds het vertrek van de moeder geen sprake meer is van contact tussen de ouders. Het laatste contact heeft in december 2023 plaatsgevonden. De vader heeft daarna nog geprobeerd om contact te krijgen met de moeder, maar dit heeft geen resultaat opgeleverd. Dit betekent dat hij alleen voor de kinderen zorgt en alle beslissingen over hen alleen neemt. De man heeft in juli 2025 besloten met de kinderen naar Nederland te verhuizen, omdat hij hier kon rekenen op ondersteuning van familieleden. De vader stelt dat het feit dat de moeder geen rol meer speelt in het leven van de kinderen, maar nog wel het gezag heeft, hem bemoeilijkt om de benodigde regelingen te treffen voor de kinderen.
4. Het verweer
Het standpunt van de moeder is niet bekend. Zij heeft geen verweerschrift ingediend en is ook niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.
5. De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De moeder heeft de Georgische nationaliteit. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechtbank wel bevoegd is om te beslissen over de verzoeken. Ook moet de rechtbank beoordelen welk recht van toepassing is.
De Nederlandse rechter is bevoegd om van het geschil kennis te nemen omdat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in Nederland hun gewone verblijfplaats hebben. Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing. Omdat de kinderen in [woonplaats] wonen, is de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, bevoegd te beslissen op de verzoeken.
Inhoudelijke beoordeling
Voordat de rechtbank het verzoek van de vader beoordeelt, zal zij vaststellen op welke wijze op dit moment in het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is voorzien.
De vraag of de vader dan wel de moeder dan wel partijen gezamenlijk van rechtswege ouderlijke verantwoordelijkheid heeft/hebben verkregen over het kind word beheerst door het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind. De kinderen zijn in Maleisië geboren en hadden daar op dat moment hun gewone verblijfplaats. Hierdoor is in casu Maleisisch recht van toepassing. In Maleisië wordt het gezag over minderjarigen onder meer geregeld in de Guardianship of Infants Act 1961 en de Law Reform (Marriage and Divorce) Act 1976. Op grond van section 5 van de Guardianship of Infants Act 1961 hebben de vader en de moeder in beginsel gelijke rechten met betrekking tot – onder meer - het gezag over een kind. Volgens jurisprudentie geldt deze bepaling ook voor kinderen die niet binnen het huwelijk zijn geboren. De vader heeft de kinderen bij hun geboorte erkend. Gelet hierop is er naar Maleisisch recht sprake van gezamenlijk gezag tussen de partijen. Ouderlijke verantwoordelijkheid die bestaat op grond van het recht van de Staat van de gewone verblijfsplaats van het kind, blijft bestaan na verplaatsing van die gewone verblijfplaats naar een andere staat. Dit betekent dat met de verplaatsing van de minderjarigen vanuit Maleisië naar Nederland het gezamenlijk gezag van de vader en de moeder over de minderjarigen is gehandhaafd.
De vader verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en hem te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
De raad adviseert om het verzoek toe te wijzen. De vader is al jaren de hoofdopvoeder van de kinderen en de moeder is niet in beeld. Daarom is het van belang dat hij zonder vertraging de beslissingen over hen kan nemen. De raad vindt het verder belangrijk dat de kinderen op de juiste manier geïnformeerd worden over het verdwijnen van de moeder uit hun leven. Er zijn instanties die de vader kunnen helpen om de kinderen hierbij te begeleiden.
Op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen kan het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een gewijzigde omstandigheden, nu de vader onweersproken heeft gesteld dat de moeder al jaren geen rol meer speelt in de opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
Naar het oordeel van de rechtbank is het in belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk dat de vader alleen wordt belast met het gezag over hen. Daartoe neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. De moeder is zes maanden na de geboorte van de kinderen vertrokken uit hun leven. Zij is toen vertrokken naar [provincie]. De vader had verwacht dat de moeder een tijdelijke rustperiode nodig had na een hectische periode rondom en na de geboorte van de kinderen en dat zij snel zou weer terugkeren, maar dit is niet gebeurd. Hij heeft geprobeerd contact te houden met haar via Whatsapp en de telefoon. Zij was echter moeilijk bereikbaar. Op een gegeven moment was de moeder zelfs helemaal niet meer bereikbaar voor de vader toen haar telefoonnummer bleek te zijn afgesloten. De vader heeft vervolgens via het netwerk van de moeder geprobeerd om in contact met haar te komen, maar dit is niet gelukt. Hij heeft daarop besloten terug te keren naar Nederland met de kinderen zodat zijn familie hem kon ondersteunen met de opvoeding en verzorging. De vader heeft op dit moment nog steeds geen mogelijkheid om in contact te komen met de moeder. Hij zegt zelf wel goed bereikbaar en vindbaar te zijn via social media indien de moeder weer terug wenst te komen in het leven van de kinderen. Hier staat hij ook voor open. Sinds het vertrek van de moeder verblijven de kinderen bij de vader en draagt hij alleen de verantwoordelijkheid voor hun verzorging en opvoeding. Feitelijk neemt hij op dit moment al alle beslissingen over de kinderen. Het is van belang dat dit zonder vertraging gedaan kan worden en dat de feitelijke en juridische situatie in overeenstemming met elkaar worden gebracht. De rechtbank zal het primaire verzoek van de man om die reden toewijzen, zodat aan het subsidiaire verzoek niet wordt toegekomen.
6. De beslissing
De rechtbank:
beëindigt het gezag van de moeder over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en bepaalt dat vanaf heden alleen de vader het gezag heeft over hen;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. van der Lecq, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026 in tegenwoordigheid van M. Esmeijer, griffier.
De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de Raad voor de Kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.