RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ
Samenvatting
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/1086
(gemachtigde: mr. R. Akkaya),
en
(gemachtigde: mr. L. Bruijs).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het onderzoek van het CIZ onvoldoende zorgvuldig is geweest. Daardoor is onduidelijk of de aanvraag terecht is afgewezen. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Feiten, omstandigheden en procesverloop
2. [eiser] is geboren op [geboortedag] 2008 met het syndroom van Usher. Door deze progressieve chronische aandoening is [eiser] doof en is sprake van achteruitgang van het gezichtsvermogen. Daarnaast heeft [eiser] problemen met het evenwicht. Er wordt verder ingeschat dat de cognitieve mogelijkheden van [eiser] beneden het gemiddelde liggen. [eiser] wordt in deze uitspraak ‘eiser’ genoemd.
Op 15 maart 2024 is namens eiser door zijn ouders zorg op grond van de Wlz aangevraagd. Het CIZ heeft met een besluit van 29 augustus 2024, gehandhaafd met een besluit van 7 april 2025 (bestreden besluit) deze aanvraag afgewezen. Het CIZ heeft aan deze afwijzing de medisch adviezen van 27 augustus 2024, 27 februari 2025 en van 1 april 2025 ten grondslag gelegd.
In het medisch advies van 27 augustus 2024 concludeert de medisch adviseur dat bij eiser de grondslagen somatische aandoening of beperking en zintuigelijke handicap kunnen worden gesteld. Volgens de medisch adviseur bestaat een noodzaak tot 24 uur per dag zorg in nabijheid. Hij heeft een aanzienlijke zorgbehoefte. Zijn communicatieve vaardigheden zijn beperkt. Hij heeft een beperkte woordenschat in gebarentaal en hij is in het geheel niet in staat tot het gebruiken van gesproken taal. Hij heeft daarom toezicht nodig bij dagelijkse handelingen om de veiligheid te waarborgen. Eiser is niet in staat om adequaat te alarmeren door de forse communicatieproblemen. Eiser krijgt intensieve begeleiding op school en hier wordt gezien dat hij zich ontwikkelt op het gebied van communicatie door het leren van gebarentaal. Hij is hierin goed leerbaar gebleken. Hij heeft een grote didactische achterstand. Hij heeft in zijn land van herkomst (Syrië) nauwelijks tot geen passend onderwijs gehad. Het uitstroomprofiel van eiser is echter (beschutte) arbeid. De medisch adviseur verwacht daarom dat eiser zich nog zodanig kan ontwikkelen dat hij in staat zal zijn tot arbeid of beschutte arbeid. Gelet hierop concludeert de medisch adviseur dat de blijvendheid van de zorgbehoefte nog niet kan worden vastgesteld.
In het medisch advies van 27 februari 2025 concludeert dat medisch adviseur dat de grondslag ZG aud kan worden vastgesteld. Volgens de medisch adviseur heeft eiser een aanzienlijke zorgbehoefte. Zijn communicatieve vaardigheden zijn zeer beperkt. Hij heeft een beperkte woordenschat in gebarentaal en is in het geheel niet in staat tot het gebruiken van gesproken taal. Met passende hulpmiddelen zou hij in staat moeten zijn adequaat te alarmeren. Die zijn echter nog niet optimaal ingezet. Daarom bestaat er volgens de medisch adviseur op dit moment een noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Over en aantal jaren zal duidelijk worden hoeveel ondersteuning hij voor de rest van zijn leven nodig zal hebben. De medisch adviseur ziet daarom geen aanleiding tot een ander advies.
In het medisch advies van 1 april 2025 stelt de medisch adviseur dat eiser vanwege zijn visus een omgeving nodig heeft die niet verandert. Er zijn manieren om dit te doen met een beperkte visus en een beperkt gehoor. Er zijn ook heel veel hulpmiddelen die de redzaamheid van eiser kunnen bevorderen. Ambulante begeleiding bij het leerproces in het leren omgaan met zijn mogelijkheden en beperkingen is raadzaam. Eiser zal zijn leven lang een vorm van ondersteuning nodig hebben. Echter, het is nog te vroeg om te zeggen dat eiser zijn leven lang in een instelling zou moeten wonen. De medisch adviseur ziet geen reden om het eerder afgegeven medisch advies aan te passen.
Het CIZ stelt zich op basis van deze medische adviezen op het standpunt dat bij eiser de grondslagen somatische aandoening of beperking en zintuigelijke aandoening kan worden vastgesteld. Ook heeft hij op basis van deze grondslagen een behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Volgens het CIZ kan echter de blijvendheid van deze zorgbehoefte nog niet worden vastgesteld. Er is sprake van ontwikkeling en leerbaarheid. Er wordt ingeschat dat het onderwijs-uitstroomprofiel (beschutte) arbeid zal zijn. Dit betekent volgens het CIZ dat eiser geen toegang heeft tot zorg vanuit de Wlz.
Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en nadere stukken ingediend.
Het CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
Naar aanleiding van de door eiser nieuw overgelegde stukken, heeft het CIZ op 26 februari 2026 een aanvullend medisch advies opgesteld. De medisch adviseur concludeert hierin dat de grondslagen somatisch aandoening of beperking, zintuigelijke handicap aud en zintuigelijke handicap vis kunnen worden gesteld. Volgens de medisch adviseur heeft eiser nog steeds behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid als gevolg van zijn zeer beperkte communicatieve vaardigheid. Over de blijvendheid concludeert de medisch adviseur dat er nog van uitgegaan mag worden dat eiser compensatoire technieken aangeleerd kan krijgen en dat hij met passende hulpmiddelen in staat zou moeten zin adequaat te alarmeren.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft het beroep op 12 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de ouders van eiser, zorgverlener [naam], de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het CIZ.
Standpunten in beroep
3. Eiser betoogt dat het CIZ zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de blijvendheid van de zorgbehoefte niet kan worden vastgesteld. De medische klachten zullen niet verbeteren, maar verslechteren. Eiser betwist dat hij zodanige compensatoire technieken kan aanleren dat de behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid zal afnemen. In dit kader is van belang dat eiser is overgestapt van de reguliere onderbouw arbeidsklas naar de bovenbouw wereldklas. Dit is gebeurd omdat hij het tempo niet aankon en vanwege zijn beperkingen ook vaak miscommunicatie met klasgenoten had. Het tempo in de nieuwe klas is ook lager. Het functioneren van eiser is naar beneden bijgesteld. Het lijkt echter onaannemelijk dat eiser zal uitstromen waarbij hij klaar zal zijn voor (beschutte) arbeid. Volgens eiser heeft het CIZ niet goed vastgesteld of hij de compensatoire technieken wel kan aanleren gelet op zijn capaciteiten. Bovendien gaat het steeds slechter met het zicht van eiser. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft eiser een deel van een ontwikkelingsperspectiefplan, een brief van de oogheelkunde van 26 september 2025, een brief van het audiologisch centrum van 7 oktober 2025 en een rapport van Psywel overgelegd. Tijdens de zitting heeft eiser verduidelijkt dat zowel het onderzoek onvoldoende zorgvuldig is geweest als dat het inhoudelijke standpunt van het CIZ onjuist is. Het is voor eiser onduidelijk wat nog meer nodig is om vast te stellen dat hij een blijvende behoefte heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
Het CIZ heeft naar aanleiding van deze stukken het onder 2.4 genoemde aanvullend medisch advies uitgebracht. Het CIZ handhaaft op basis van dit advies dat een blijvende noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid niet kan worden vastgesteld.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank beoordeelt of het CIZ terecht aan eiser geen Wlz-zorg heeft toegekend. Dit doet de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep slaagt. Zij legt dit oordeel hierna uit.
De te beoordelen periode
De rechtbank stelt voorop dat de te beoordelen periode in deze zaak loopt van 15 maart 2024 (datum aanvraag) tot en met 7 april 2025 (datum bestreden besluit). Dit betekent dat de ingebrachte stukken alleen van belang zijn voor de inhoudelijke beoordeling als deze gaan over de situatie van eiser tijdens deze periode.
Blijvende behoefte
Eiser betoogt terecht dat het onderzoek van het CIZ onvoldoende is geweest. De rechtbank legt dit oordeel hierna uit.
Voor de vraag of sprake is van blijvende behoefte als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz is bepalend of de behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid in de toekomst nog kan afnemen, bijvoorbeeld door het volgen van behandelingen. Gezien dit criterium is voor de beantwoording van de vraag of deze behoefte blijvend is, van belang de redenen waarom het CIZ deze behoefte aanneemt.
De rechtbank leidt uit de medische adviezen van 27 augustus 2024 en 27 februari 2025 af dat de behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid is gelegen in het feit dat eiser niet in staat is te alarmeren door forse communicatieproblemen. Tijdens de zitting heeft het CIZ echter verklaard dat deze behoefte is aangenomen als gevolg van de forse communicatieproblemen. Hierdoor is eiser niet in staat om hulp te vragen op alle leefgebieden, waaronder het niet kunnen alarmeren. Bovendien ontstaan er problemen doordat hij niet kan communiceren. Dit tezamen maakt dat eiser behoefte heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
De rechtbank ziet in het medisch advies van 27 augustus 2024 niet terug dat de medisch adviseur inzichtelijk heeft beoordeeld dat de mate waarin eiser in staat zal zijn gebarentaal te leren ertoe zal leiden dat de in 4.2.2 genoemde communicatieproblemen zodanig zullen afnemen dat hij geen behoefte meer heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. In dit advies lijkt de medisch adviseur de conclusie dat de blijvendheid van de zorgbehoefte niet kan worden vastgesteld te baseren op de verwachting dat eiser zich nog zodanig kan ontwikkelen dat hij in staat zal zijn tot beschutte arbeid. De rechtbank ziet hierin echter geen inzichtelijke en navolgbare beoordeling van de vraag of de mate waarin eiser gebarentaal zal kunnen leren leidt tot een situatie waarin hij geen behoefte meer heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Het is immers onduidelijk of het feit dat de verwachting is dat eiser zich zodanig kan ontwikkelen dat hij in staat zal zijn tot beschutte arbeid zonder meer betekent dat hij dan deze behoefte niet meer heeft. Dit is voor de rechtbank zonder uitleg niet te volgen en het lijkt erop dat de medisch adviseur een ander criterium heeft beoordeeld dan het criterium genoemd in 4.2.1. Daar komt bij dat in het ontwikkelingsperspectiefplan van Kentalis van 1 augustus 2024 weliswaar als uitstroombestemming is genoemd ‘beschut werk – arbeid’, maar hieruit volgt niet dat Kentalis ook daadwerkelijk de verwachting uitspreekt dat eiser in staat is om dit niveau te halen. Deze vermelding is namelijk niet toegelicht in dit plan en het kan ook zijn bedoeld als ambitie of streefdoel. Daardoor is onduidelijk waarom de medisch adviseur zoveel waarde hecht aan deze vermelding. In dit kader is ook relevant dat in het handelingsplan van Kentalis van 9 november 2023 staat (p. 2) dat eiser heel veel herhaling nodig heeft voordat dingen beklijven. Dingen zakken met regelmaat weg, ondanks het oefenen. Dit lijkt een contra-indicatie en de medisch adviseur is hier niet kenbaar op ingegaan. Alles tezamen is het voor de rechtbank onvoldoende inzichtelijk waarom de medisch adviseur in dit medisch advies tot de conclusie komt dat eiser in staat is de gebarentaal zodanig te leren dat de in 4.2.2 vermelde forse communicatieproblemen niet langer zullen bestaan.
De rechtbank ziet ook in de medische adviezen van 27 februari 2025 en van 1 april 2025 niet terug dat de medisch adviseur inzichtelijk heeft beoordeeld en uitgelegd waarom de medisch adviseur tot de conclusie komt dat de forse communicatieproblemen zodanig zullen afnemen dat de behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid er niet meer zal zijn. In het advies van 27 februari 2025 wordt weliswaar vermeld dat eiser met passende hulpmiddelen in staat zou moeten zijn te alarmeren, maar hiermee gaat de medisch adviseur niet in op het feit dat hij op alle leefgebieden niet in staat is hulp te vragen en er problemen ontstaan doordat hij niet kan communiceren zoals vermeld in 4.2.2. Voor zover het CIZ tijdens de zitting betoogd dat onder ‘hulpmiddelen’ ook gebarentaal moet worden begrepen, geldt wat onder 4.2.3 is overwogen ook voor dit advies en het medisch advies van 1 april 2025. In beide adviezen ziet de rechtbank niet dat de medisch adviseur inzichtelijk heeft beoordeeld en uitgelegd dat het leren van gebarentaal zodanig zal zijn dat de in 4.2.2 genoemde forse communicatieproblemen zich niet meer zullen voordoen. Ook is niet uitgelegd waarop deze conclusie is gebaseerd. Weliswaar is genoemd dat eiser een groei laat zien op het gebied van sociale en communicatieve vaardigheden en dat zijn woordenschat toeneemt, maar niet is inzichtelijk uitgelegd wat dit concreet betekent voor zijn mogelijkheden tot communicatie, in hoeverre de in 4.2.2 genoemde forse communicatieproblemen hierdoor naar verwachting zullen afnemen en wat dit dus betekent voor de behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de medische adviezen die aan het bestreden besluit ten grondslag zijn gelegd onvoldoende inzichtelijk zijn. Dit betekent dat het CIZ onvoldoende onderzoek heeft verricht.
Tussenconclusie
Gezien het voorgaande is het beroep gegrond en zal het bestreden besluit worden vernietigd. De rechtbank moet vervolgens beoordelen of zij het geschil definitief kan beslechten. In dat kader beoordeelt de rechtbank hierna of zij de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand kan laten gezien het aanvullende medisch advies van 26 februari 2026.
Het aanvullend medisch advies van 26 februari 2026
De rechtbank stelt vast dat de medisch adviseur in de voorbereiding van het aanvullend medisch advies met een brief van 19 januari 2026 aan de orthopedagoog van eiser van Kentalis onder meer heeft gevraagd of het nog mogelijk is dat eiser compensatoire technieken aangeleerd krijgt om toch tot communicatie te komen (bijvoorbeeld vier handengebaren, braille). De orthopedagoog heeft met een ongedateerde brief hierop geantwoord dat deze vraag moeilijk te beantwoorden is. In het aanvullend medisch advies van 26 februari 2026 komt de medisch adviseur vervolgens tot de conclusie dat er nog steeds vanuit mag worden gegaan dat eiser compensatoire maatregelen aangeleerd kan krijgen en hij met passende hulpmiddelen in staat zou moeten zijn om adequaat te alarmeren. In dit medisch advies is niet uitgelegd hoe de medisch adviseur tot deze conclusie komt, ondanks het antwoord van de orthopedagoog. Ook is onduidelijk waarom de medisch adviseur hierover een vraag stelt aan de orthopedagoog en vervolgens deze conclusie trekt zonder dat de orthopedagoog hierover informatie heeft gegeven. Daarnaast is onduidelijk waarom de medisch adviseur nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk heeft geacht terwijl deze onderzoeksvraag onbeantwoord is gebleven. Bovendien geldt ook voor dit medisch advies hetzelfde als is overwogen in 4.2.3 en 4.2.4. Ook in dit medisch advies is niet inzichtelijk gemaakt en uitgelegd hoe de medisch adviseur tot de conclusie komt dat eiser zodanige gebarentaal kan leren dat de in 4.2.2 genoemde forse communicatieproblemen zich niet meer zullen voordoen.
Uit het voorgaande volgt dat het CIZ het in 4.3 genoemde gebrek niet heeft hersteld met het aanvullend medisch advies van 26 februari 2026.
Conclusie en gevolgen
5. Gezien het voorgaande bestaat er geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand te laten. De rechtbank beschikt over onvoldoende informatie om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank zal daarom het CIZ opdracht geven een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser. In dat kader moet het CIZ een nieuw medisch advies laten uitbrengen. Hierin moet de medisch adviseur opnieuw beoordelen of sprake is van blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Als de medisch adviseur tot de conclusie komt dat nog geen sprake is van deze blijvendheid, moet de medisch adviseur inzichtelijk maken en uitleggen waarop de conclusie is gebaseerd dat eiser zodanige gebarentaal kan leren dat de communicatieproblemen als bedoeld in 4.2.2 zich naar verwachting niet meer zullen voordoen. Hierbij moet de medisch adviseur ook betrekken dat in de eerdere medische adviezen van 27 augustus 2024, 27 februari 2025, 1 april 2025 en 26 februari 2026 telkens is aangenomen dat eiser een behoefte heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, hij inmiddels de 18-jarige leeftijd heeft bereikt en niet langer naar school gaat. Ook zal de medisch adviseur moeten uitleggen waarom nader onderzoek niet meer nodig is ondanks de hiervoor in 4.4.1 genoemde vraag aan de orthopedagoog. Gelet op deze opdracht ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om een deskundige te benoemen zoals eiser heeft verzocht. Het CIZ moet immers de gelegenheid krijgen om dit onderzoek te verrichten.
Aanleiding bestaat het CIZ te veroordelen in de kosten van eiser voor verleende rechtsbijstand. Deze kosten worden in totaal begroot op € 3.200,- (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een waarde per punt van € 666,- en 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 934,-).
Beslissing
De rechtbank
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M.E. Schulmer, rechter, in aanwezigheid van mr. M.N.T. Tacken, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.