Legt op de volgende straffen.
-Een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27
van het Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van
2 jaren. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet
schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
-Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaren
met aftrek overeenkomstig artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. R. Grimbergen, voorzitter,
mr. J.G. Vos en mr. C.F.N. van Schaijk, leden,
in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,
en is uitgesproken op 14 november 2025.