RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271773895
zaaknummer: 12105778 BU VERZ 26-282
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 21 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 24 januari 2025, om 19:25 uur, op de [adres 1] in Roden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Gemachtigde heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 21 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. F. Hashimi.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot € 30,00. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde geeft aan dat hij zich donderdag 10 juli 2025 heeft mogen verweren ten aanzien van de verkeersboete die aan zijn schoonmoeder is opgelegd in zijn straat. Tijdens dit gesprek kwam bij de officier van justitie twijfel over de zaak naar voren. Hij gaf aan dat hij geneigd was gemachtigde gelijk te geven. Gemachtigde geeft aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de bredere omstandigheden en te weinig is geluisterd naar het volledige verhaal. In aanvullende gronden stelt gemachtigde dat de reden waarom hij beroep heeft ingesteld ligt in de omstandigheden waaronder het is gebeurd en de vraag of het opleggen en handhaven van een boete in deze situatie redelijk en proportioneel is. De [adres 1] heeft een smalle rijbaan met aan één zijde een trottoir met een schuine stoeprand. Bezoekers parkeren hun voertuig geregeld met één of meer wielen gedeeltelijk op het trottoir, kennelijk om voldoende ruimte op de rijbaan vrij te houden. Zijn schoonmoeder heeft dit ook geprobeerd. Zij had geen enkele intentie om regels te overtreden of anderen te hinderen, maar probeerde juist rekening te houden met andere weggebruikers. Zij is eerder namelijk aangesproken omdat een vuilniswagen onvoldoende ruimte had om te passeren. Door de wijze waarop zij geparkeerd stond is geen feitelijk gevaar of concrete hinder ontstaan. Gemachtigde geeft aan dat hij zelf jarenlang bij de overheid heeft gewerkt en daarbij heeft ervaren hoe belangrijk het is dat bij handhaving ook wordt gekeken naar het doel ervan en de concrete omstandigheden van het geval. Het opleggen van een boete voelt in deze specifieke situatie onrechtvaardig. Gemachtigde verzoekt de kantonrechter te kijken naar de concrete omstandigheden, het ontbreken van de intentie om de regels te negeren, het ontbreken van concrete hinder en de eerdere ervaring met een voertuig van de gemeente.
4. De vertegenwoordigster merkt op dat de huizen in de [adres 1] een oprit hebben en vraagt zich af of het eventueel mogelijk was om daar te parkeren. Zij stelt dat er verderop in de buurt wél parkeerplekken zijn, namelijk rondom [adres 2] . Verder wil zij wel aannemen dat geen sprake was van hinder, maar merkt zij op dat dit bij het vaststellen van verkeersboetes niet vereist is. Zij ziet daarom geen aanleiding om de boete te matigen. Verder geeft de vertegenwoordigster aan dat het niet netjes zou zijn als de beoordelaar tijdens het hoorgesprek tegen betrokkene heeft gezegd dat hij geneigd was hem gelijk te geven, maar dat zij dit niet uit het hoorverslag kan opmaken.
Overwegingen
5. Gemachtigde betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een matiging van de boete.
In de door gemachtigde aangevoerde omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding om de boete te matigen tot € 39,00 (inclusief administratiekosten). Hoewel het parkeren op het trottoir nooit is toegestaan, acht de kantonrechter het niet onbegrijpelijk dat betrokkene ervoor heeft gekozen met twee wielen op de stoep te parkeren om de doorgang vrij te houden. Daarbij is relevant dat er in de nabije omgeving weinig alternatieve parkeermogelijkheden zijn.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.