RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 239623729
zaaknummer: 12105723 BU VERZ 26-278
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 21 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden’, verricht op 19 januari 2021, om 16:03 uur, volgens de RDW Veendam (Registercontrole), met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 409,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 21 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. F. Hashimi.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nul. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene geeft aan dat zij de boete niet kan betalen omdat zij gedupeerde is van de toeslagenaffaire. Zij kreeg een betaalstop, waardoor zij alles van vóór 2022 niet hoefde te betalen. Na de betaalstop is beslag gelegd op haar loon, inboedel en bank. Betrokkene vraagt zich af waarom zij gestraft blijft worden. Op de zitting voegt betrokkene toe dat zij in de veronderstelling was dat de boete zou worden kwijtgescholden vanwege de betaalstop. Later kreeg zij een brief waarin stond dat zij eerdere boetes niet meer hoefde te betalen. Deze boete stond daar niet in. Betrokkene geeft aan dat zij van verschillende instanties ook verschillende data heeft gehoord. In april 2025 is zij door het UHT gewezen op mogelijke openstaande boetes en rekeningen bij de overheid. Zij heeft toen ingelogd op de website van de CJIB en direct beroep ingesteld tegen de boetes. Verder geeft betrokkene aan dat haar man een transportbedrijf had, dat in de coronaperiode failliet is gegaan. Daardoor hebben zij zes maanden geen inkomen gehad en een huurachterstand gekregen. Zij noemt dat zij vervolgens heeft aangeklopt bij een bewindvoerder, die meteen beschermend bewind heeft aangevraagd. Dit is later pas uitgesproken. Betrokkene zit momenteel in de Ziektewet en ondervindt al 18 jaar de gevolgen van de toeslagenaffaire. Er ligt ook nog beslag op haar WIA-uitkering. Zij wil de boete in overleg met haar bewindvoerder aflossen. Verder geeft betrokkene aan dat haar woning is ontruimd door de huurachterstand, waarna zij enige tijd in haar auto heeft geslapen. Via de gemeente kreeg zij hulp bij de bemiddeling met de woningstichting, waardoor zij en haar man in de woning konden blijven. Inmiddels ontvangen zij beide therapie. Betrokkene geeft aan dat de situatie hen boven het hoofd is gegroeid, waardoor zij niet meer wisten hoe hiermee om te gaan.
4. De vertegenwoordigster verzoekt de kantonrechter over de termijnoverschrijding heen te stappen, omdat sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie. Daarnaast verzoekt zij de kantonrechter, gelet op de door betrokkene aangevoerde omstandigheden, de boete te matigen tot nul.
Overwegingen
De zekerheidstelling
5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Betrokkene moet (tijdig) een bedrag betalen als zekerheid voor de boete en de administratiekosten. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter aanleiding om het te betalen bedrag aan zekerheid op nul te zetten.
De termijnoverschrijding
6. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift in administratief beroep te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken.
Het beroepschrift had uiterlijk op 29 augustus 2023 ontvangen moeten zijn. Het beroepschrift is pas op 5 maart 2025 bij de CVOM binnengekomen.
In de door betrokkene aangevoerde omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De officier van justitie heeft het administratief beroep daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De kantonrechter stelt daarmee vast dat de verhogingen van het boetebedrag ten onrechte zijn toegepast. Zij zal het beroep inhoudelijk behandelen.
De verkeersovertreding
7. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat het voertuig op 19 januari 2021 niet verzekerd of geschorst was. Daarmee kan de verkeersovertreding worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een matiging van de boete.
De kantonrechter willigt het verzoek van de vertegenwoordigster in en zal de boete, gelet op de door betrokkene aangevoerde omstandigheden, matigen tot nul.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.