RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272994908
zaaknummer: 12006890 BU VERZ 25-2517
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren buiten het vak op een parkeergelegenheid met één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13’, verricht op 28 maart 2025, om 21:06 uur, op De Singel in Drachten, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
3. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift in administratief beroep te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. Het beroepschrift had uiterlijk op 27 mei 2025 ontvangen moeten zijn. Het beroepschrift is pas op 26 juni 2025 bij de CVOM binnengekomen.
Betrokkene voert onder verwijzing naar bijlagen aan dat zij al op 15 april 2025 in administratief beroep is gegaan. Zij heeft van het beroepschrift een foto gemaakt en heeft die naar haar man geappt. Helaas is gebleken dat er iets niet goed is gegaan. Toen zij de verhoging ontving realiseerde zij zich pas dat het beroepschrift niet was ontvangen. Daarnaast heeft betrokkene contact opgenomen met het CJIB. Volgens het CJIB had betrokkene een nieuwe termijn kunnen krijgen om beroep in te stellen, als zij eerst had gebeld.
De kantonrechter ziet hierin geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Dat betrokkene waarschijnlijk is vergeten om op de verzendknop te drukken komt voor haar eigen rekening en risico. Dat een medewerker van het CJIB tegen betrokkene heeft gezegd dat zij eerst had moeten bellen maakt dit niet anders. De officier van justitie heeft het administratief beroep daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren. Hierbij merkt hij op dat de vertegenwoordiger op zitting heeft aangegeven dat hij de verhoging ongedaan zal maken.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.