RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 275317441
zaaknummer: 12006884 BU VERZ 25-2516
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden terwijl voertuig niet voorzien is van goed werkende remlichten’, verricht op 22 juli 2025, om 21:07 uur, op de Hortensiastraat in Wolvega, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 199,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij niet wist dat zijn remlicht stuk was. Hij kan niet vanaf de voorkant zien dat een remlicht aan de achterkant het niet doet. Daarom had hij de kans moeten krijgen om het defect te herstellen. Betrokkene heeft dat zo snel mogelijk gedaan.
4. De vertegenwoordiger is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Dat het remlicht stuk was, komt voor rekening en risico van betrokkene.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarnaast heeft de verbalisant in een aanvullende verklaring aangegeven dat hij het voertuig ook heeft zien rijden terwijl het een defect remlicht had. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. Die zijn er niet. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen hiertoe aanleiding geven. De bestuurder van een voertuig is verantwoordelijk voor de juiste werking van de remlichten. Om een sanctie te kunnen opleggen is niet vereist dat de bestuurder zich bewust is geweest van de ondeugdelijke werking van de verlichting. Verder moet je als bestuurder controleren of de remlichten werken; je kunt iemand anders vragen om daar naar te kijken of je kunt kijken naar de reflectie van de remlichten achter het voertuig. Betrokkene heeft het remlicht meteen gerepareerd, maar remlichten zijn ook van belang voor de veiligheid.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.