RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271766037
zaaknummer: 12006880 BU VERZ 25-2515
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘4 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’, verricht op 29 januari 2025, om 12:47 uur, op de N351 Pieter Stuyvesantweg ter hoogte van hectometerpaal 34.4 in Scherpenzeel, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 40,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat de weg nagenoeg leeg was ten tijde van de overtreding. Hierdoor is slechts sprake van zeer minimale gevaarzetting. Betrokkene was afgeleid door de gedachte dat hij te laat zou kunnen komen op zijn eerste afspraak voor een intake voor een trauma-behandelingsintake. Daarnaast had betrokkene veel aan het hoofd in verband met omstandigheden die op dat moment speelden.
4. De vertegenwoordiger is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen daartoe aanleiding geven. Dat de weg leeg was en dat betrokkene was afgeleid, is daarvoor onvoldoende. Het is duidelijk dat betrokkene met behoorlijke problemen zit, maar ook dan mag hij niet te hard rijden. Betrokkene is, ondanks de omstandigheden die hij op de zitting heeft besproken, in staat om auto te rijden. Daarnaast was hij ook ruim op tijd voor de afspraak. De kantonrechter heeft zijn verhaal gehoord, maar de overtreding blijft staan.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.