RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271290133
zaaknummer: 12006875 BU VERZ 25-2514
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 5 januari 2025, om 20:43 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokken. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat de bewoners met een parkeervergunning geterroriseerd worden door illegale parkeerders. Hij heeft dit meerdere keren aangekaart bij de gemeente, maar dit heeft niet geholpen. Ook waren veel parkeerplekken bezet door busjes, containers en bouwketen in verband met verbouwingen. Er was wekenlang geen enkele plek beschikbaar op de plekken voor vergunninghouders. Betrokkene is mantelzorger en heeft zijn auto daarom binnen handbereik nodig. Daarnaast heeft hij er maar kort gestaan.
4. De vertegenwoordiger refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter. Hij onderkent de parkeerproblematiek en heeft begrip voor de situatie van betrokkene. Wel merkt hij op dat van betrokkene wordt verwacht dat hij in dit soort situaties een andere oplossing zoekt.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter zal de boete matigen met 50% tot € 69,00 (inclusief administratiekosten). Daarbij speelt mee dat sprake is van bekende parkeerproblematiek. Ook begrijpt de kantonrechter dat betrokkene vanwege mantelzorg de auto niet ver weg kan parkeren.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.