RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272854812
zaaknummer: 12003781 BU VERZ 25-2498
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 augustus 2026
in de zaak van
[betrokenne] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘bij een blauwe streep parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit’, verricht op 25 februari 2025, om 12:51 uur, op de [plaats 2] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is, maar veroordeelt de CVOM wel in de reis- en verletkosten van betrokkene. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat zij op 25 februari 2025 niet op de [plaats 2] was. De plaats op de beschikking klopt namelijk niet. Betrokkene stond naast het gemeentehuis van de gemeente [plaats 1] en dus niet in [plaats 2] . Zij zal haar parkeerkaart vergeten zijn tijdens een bezoek aan de huisarts.
4. Verder geeft betrokkene aan dat zij er moeite mee heeft dat de zaak is aangebracht bij de rechtbank in Leeuwarden. Zij moet ver reizen voor de zitting en hiermee wordt de toegankelijkheid van het rechtssysteem verkleind. Zij heeft al eerder aangegeven dat de plaats op de beschikking niet klopt, maar hier is niks mee gedaan.
5. De vertegenwoordiger heeft op de zitting gezegd dat hij in het beroepschrift nu het uitgebreidere verhaal van betrokkene heeft gezien; hij vindt dat dit in administratief beroep al door de officier van justitie had moeten oppikken. Hij vindt wel dat het beroep ongegrond moet worden verklaard, maar is het ermee eens dat betrokkene recht heeft op reis- en verletkosten.
Overwegingen
6. De kantonrechter constateert allereerst dat de verbalisant een bekeuring heeft uitgeschreven voor een verkeersovertreding op de [plaats 2] . Betrokkene heeft echter aannemelijk gemaakt dat dit niet de juiste pleeglocatie is en dat het de [adres 2] had moeten zijn. Niet elke onjuiste vermelding in een sanctiebeslissing betekent echter dat de boete vernietigd moet worden. Hierbij is van belang of er bij betrokkene misverstand kan zijn ontstaan over de vraag waartegen zij zich moet verdedigen. Bij betrokkene bestaat dat misverstand niet. De kantonrechter zal de pleeglocatie daarom wijzigen van “ [plaats 2] ” naar “ [adres 2] ”.
7. Vervolgens is relevant dat de kantonrechter zich bevoegd acht om de zaak te behandelen. Deze bevoegdheid wordt namelijk bepaald door de in de beschikking vermelde pleegplaats, ook als die pleegplaats onjuist is.
8. Verder betwist betrokkene de verkeersovertreding niet. Daarmee is die komen vast te staan. De kantonrechter ziet ook geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Hij zal het beroep daarom ongegrond verklaren.
9. Wel zal de kantonrechter de officier van justitie veroordelen in de reis- en verletkosten van betrokkene. Daarbij is van belang dat betrokkene in administratief beroep al heeft aangegeven dat de pleeglocatie onjuist was en de officier van justitie dit toen inderdaad al had kunnen weten. Toch heeft hij de pleeglocatie niet gewijzigd, waardoor de zaak bij de rechtbank Noord-Nederland is aangebracht. Daardoor heeft betrokkene onnodig een lange reis naar de zitting moeten maken.
10. Betrokkene voert aan dat zij € 98,00 aan reiskosten heeft gemaakt (2 x 175 km x € 0,28). Omdat betrokkene met de auto sneller heen en weer kan reizen, vindt de kantonrechter deze kosten redelijk. Daarnaast heeft betrokkene acht uur lang niet kunnen werken in verband met de zitting. Betrokkene heeft niet onderbouwd hoeveel kosten zij voor dit laatste claimt. De kantonrechter rekent daarom € 119,92 aan verletkosten (8 uur x € 14,99 (minimumloon)). De kantonrechter vindt ook deze verletkosten redelijk.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.