RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11355304 \ CV EXPL 24-7288
Uitspraakdatum: 28 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1]
2. [eiser 2]
3. [eiser 3]
4. [eiser 4] allen wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Air Europa Lineas Aéras, S.A.U. (Air Europa)
gevestigd te Llucmajor, Spanje
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. N. Bekri (De La Fuente Advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers vorderen compensatie van de vervoerder voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat hij de annulering ten minste twee weken voor de geplande vertrektijd aan de passagiers heeft medegedeeld. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vorderingen van de passagiers worden afgewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 25 juli 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Madrid, Spanje naar Salvador, Brazilië, met vluchtcombinatie UX1098 en UX83 (hierna gezamenlijk: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de annulering van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 360,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat hij de annulering ten minste twee weken voor de geplande vertrektijd aan de passagiers heeft medegedeeld.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat hij de annulering ten minste twee weken voor de geplande vertrektijd aan de passagiers heeft medegedeeld.
De vervoerder stelt dat hij de passagiers op 23 september 2022 per e-mail heeft geïnformeerd over de annulering van de vlucht. Ter onderbouwing verwijst hij naar schermafbeeldingen uit een intern systeem. De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat uit deze schermafbeeldingen niet blijkt dat het bericht daadwerkelijk is verzonden.
De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat uit de eerste pagina van de schermafbeeldingen blijkt dat het bericht op 23 september 2022 om 19:40 uur is verstuurd naar het hem bekende e-mailadres van de passagiers. Uit de volgende pagina blijkt wat de inhoud is van het verzonden bericht, waarin staat welke vluchten geannuleerd zijn en op welke vluchten de passagiers zijn omgeboekt.
Het verweer van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben de passagiers onvoldoende gemotiveerd betwist dat de vervoerder hen op 23 september 2022 per e-mail heeft geïnformeerd over de annulering. Zij hebben immers niet het standpunt ingenomen dat zij het bericht hebben ontvangen, maar hebben slechts enkele algemene tegenwerpingen tegen de door de vervoerder overgelegde schermafbeeldingen ingebracht, inhoudende dat daaruit niet zou blijken dat het bericht daadwerkelijk verzonden zou zijn. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop echter voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij het annuleringsbericht op 23 september 2022 aan de passagiers heeft verstuurd. Omdat zij niet hebben betwist dat zij het bericht hebben ontvangen, volgt daaruit dat hij hen meer dan twee weken voor de geplande vertrektijd over de annulering heeft geïnformeerd. Daarom hoeft de vervoerder hen niet te compenseren. De vorderingen van de passagiers zullen worden afgewezen.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 476,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter