RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 12207266 \ CV EXPL 26-1703
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: R. Schalen.
tegen
PARTYBOSS B.V., T.H.O.D.N. CARNAVALSKLEDING.NL,
te Albergen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: PartyBoss,
gemachtigde: A.E.C. Punt.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- het verzoek in het incident om de zaak te verwijzen, tevens akte vermindering van eis.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
Na vermindering van eis begrijpt de kantonrechter dat [eiser] uitsluitend nog vordert, kort gezegd, dat de kantonrechter:(i) PartyBoss op straffe van een dwangsom veroordeelt tot het verstrekken van volledige inzage in alle op [eiser] betrekking hebbende persoonsgegevens waarover PartyBoss beschikt;(ii) PartyBoss veroordeelt tot het betalen van de proceskosten, waaronder het griffierecht.
3. De beoordeling
Deze zaak gaat over de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). [eiser] grondt zijn vordering op de stelling dat PartyBoss niet voldoet aan haar uit artikel 15 AVG voortvloeiende verplichting om [eiser] tijdig volledige inzage te geven in alle op [eiser] betrekking hebbende persoonsgegevens waarover PartyBoss beschikt.
Indien [eiser] meent dat PartyBoss deze verplichting niet is nagekomen, dient [eiser] zich door het indienen van een verzoekschrift te wenden tot (een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van) de rechtbank. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] hieraan niet voldoet. In plaats van een verzoekschrift bij de rechtbank in te dienen, heeft [eiser] PartyBoss gedagvaard voor de kantonrechter.
De kantonrechter zal daarom, zoals naderhand door [eiser] bij akte in het incident is verzocht, op de voet van artikel 69 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering deze zaak - in de stand waarin deze zich thans bevindt - verwijzen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank om te worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure.
De kantonrechter wijst partijen erop dat zij zich in de verzoekschriftenprocedure niet hoeven te laten bijstaan door een advocaat.
De kantonrechter wijst [eiser] erop dat hij na verwijzing niet opnieuw griffierecht verschuldigd is.
De kantonrechter wijst PartyBoss erop dat zij griffierecht verschuldigd zal worden, indien zij ervoor kiest om in de verzoekschriftenprocedure een verweerschrift/ zienswijze in te dienen. PartyBoss is geen griffierecht verschuldigd als alleen mondeling verweer wordt gevoerd. De hoogte van dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl.
PartyBoss dient uiterlijk binnen twee weken na heden de rechtbank schriftelijk te berichten over de vraag of zij in de verzoekschriftenprocedure wenst te verschijnen en verweer wenst te voeren. Indien PartyBoss in de verzoekschriftenprocedure verschijnt en verweer wenst te voeren zal zij van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota ontvangen met betaalinstructies. Als PartyBoss het griffierecht niet op tijd betaalt, kan de rechtbank beslissen het eventueel gevoerde verweer inhoudelijk niet in behandeling te nemen. Dit doet niet af aan de verschuldigdheid van het griffierecht.
Na verwijzing zal om proceseconomische redenen de dagvaarding als verzoekschrift worden aangemerkt. Na ontvangst van het in 3.7. genoemde bericht, zal [eiser] en, indien zij in de verzoekschriftenprocedure is verschenen, PartyBoss, bericht ontvangen over het verdere verloop van de verzoekschriftprocedure.
4. De beslissing
De kantonrechter
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de verzoekschriftenprocedure van een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Alkmaar,
wijst partijen erop dat zij zich in de verzoekschriftenprocedure niet hoeven te laten bijstaan door een advocaat,
geeft PartyBoss de gelegenheid om uiterlijk binnen twee weken na heden de griffier van de rechtbank schriftelijk te berichten over de vraag of zij in de verzoekschriftenprocedure wenst te verschijnen en verweer wenst te voeren,
wijst PartyBoss erop dat zij na indienen van een verweerschrift/ zienswijze griffierecht is verschuldigd waarvoor PartyBoss in dat geval een nota met betaalinstructies ontvangt van het LDCR,
bepaalt dat de griffier van de rechtbank partijen na ontvangst van het 3.7. genoemde bericht partijen schriftelijk zal berichten over het verdere verloop van de verzoekschriftenprocedure.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.