ECLI:NL:RBNHO:2025:10189

ECLI:NL:RBNHO:2025:10189, Rechtbank Noord-Holland, 03-09-2025, 11674971 \ CV FORM 25-2798

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 03-09-2025
Datum publicatie 24-11-2025
Zaaknummer 11674971 \ CV FORM 25-2798
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

EU:32004R0261

Samenvatting

Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege de annulering van een vlucht. De vervoerder stelt dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de doorwerking van vertraging van eerdere vluchten. Hierdoor zou de vlucht in kwestie het nachtregime van Schiphol schenden. De vervoerder heeft echter onvoldoende onderbouwd in hoeverre de vertraging van de eerdere vluchten doorwerkte op de vlucht in kwestie en wat het nachtregime van Schiphol inhoudt. Daarom slaagt het verweer van de vervoerder niet. Het verzoek van de passagier wordt (grotendeels) toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11674971 \ CV FORM 25-2798

Uitspraakdatum: 3 september 2025

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker] wonende te [plaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagier

gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Europe Airline GmbH

gevestigd te Wenen, Oostenrijk

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege de annulering van een vlucht. De vervoerder stelt dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de doorwerking van vertraging van eerdere vluchten. Hierdoor zou de vlucht in kwestie het nachtregime van Schiphol schenden. De vervoerder heeft echter onvoldoende onderbouwd in hoeverre de vertraging van de eerdere vluchten doorwerkte op de vlucht in kwestie en wat het nachtregime van Schiphol inhoudt. Daarom slaagt het verweer van de vervoerder niet. Het verzoek van de passagier wordt (grotendeels) toegewezen.

1. Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

2. De feiten

De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 28 juni 2023 vervoeren van Edinburgh, Schotland, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7838 dan wel EJU7838 (hierna: de vlucht).

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.

De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,-.

De vervoerder voert verweer. Hij stelt dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kan uitoefenen.

De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van de doorwerking van vertraging van eerdere vluchten. Door deze vertraging kon de vlucht in kwestie niet worden uitgevoerd vóór het ingaan van het nachtregime van Schiphol. De vervoerder heeft daarbij toegelicht dat het toestel dat de vlucht in kwestie moest uitvoeren, eerst gepland stond om de rotatievlucht Amsterdam – Luqa (Malta) – Amsterdam uit te voeren (vluchtnummers EJU7973 en EJU7974). Vervolgens moest het toestel de rotatievlucht Amsterdam – Birmingham – Amsterdam uitvoeren (vluchtnummers EJU7843 en EJU7844).

Volgens de vervoerder werd vlucht EJU7973 van Amsterdam naar Luqa met 23 minuten vertraagd omdat de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd aan het toestel oplegde. Deze vertraging werkte door op de terugvlucht EJU7974 van Luqa naar Amsterdam. Vlucht EJU7974 kreeg eveneens een latere vertrektijd opgelegd, waardoor deze vlucht uiteindelijk met 1 uur en 8 minuten vertraging werd uitgevoerd. Deze vertraging werkte weer door op vlucht EJU7843 van Amsterdam naar Birmingham en op vlucht EJU7844 van Birmingham naar Amsterdam, waardoor vlucht EJU7844 met 1 uur en 5 minuten vertraging aankwam. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer vluchtrapporten en berichten van de luchtverkeersleiding overgelegd.

De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder hiermee voldoende heeft onderbouwd dat vlucht EJU7844 van Birmingham naar Amsterdam vertraagd is uitgevoerd vanwege de doorwerking van vertraging door opgelegde latere vertrektijden door de luchtverkeersleiding aan eerdere vluchten. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarom was de vertraging van vlucht EJU7944 het gevolg van buitengewone omstandigheden.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder echter onvoldoende onderbouwd in hoeverre deze vertraging vervolgens doorwerkte op de vlucht in kwestie. Weliswaar stelt de vervoerder dat de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden omdat een voorgaande vlucht met vluchtnummer EJU7837 een vertrektijd van 17:40 uur UTC kreeg opgelegd, maar zonder nadere toelichting, die ontbreekt, volgt daaruit niet in hoeverre dit de uitvoering van de vlucht in kwestie zou verhinderen. Vlucht EJU7837 komt niet voor in het door de vervoerder gegeven overzicht met vluchten. Ook heeft de vervoerder niet toegelicht hoe laat deze vlucht is aangekomen. De vervoerder heeft evenmin uitgelegd waarom de opgelegde vertrektijd aan vlucht EJU7837 in strijd zou zijn met het nachtregime van Schiphol, dat volgens de vervoerder pas om 21:00 uur UTC ingaat. Hij heeft verder in het geheel niet toegelicht hoe het nachtregime van Schiphol functioneert en in hoeverre de overgebleven tijd tussen vlucht EJU7837 en de vlucht in kwestie onvoldoende zou zijn geweest om daaraan te voldoen.

Daarmee heeft de vervoerder onvoldoende onderbouwd dat de vertraging van vlucht EJU7944 doorwerkte op de vlucht in kwestie. Dit betekent dat niet worden geoordeeld dat de annulering van de vlucht in kwestie het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Daarom zal de door de passagier verzochte hoofdsom worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.

Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de aanbevelingen van het Rapport BGK-integraal - worden afgewezen. De passagier heeft immers niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan de passagier vergoeding verzoekt, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.

5. De beslissingDe kantonrechter:

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 juni 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.W. Koenis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand