ECLI:NL:RBMNE:2026:7499

ECLI:NL:RBMNE:2026:7499

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 26-10-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer 12371493 \ MV EXPL 26-129
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Kort geding. Huur. Vordering tot ontruiming afgewezen en tegenvordering tot herstel van gebreken ook.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12371493 \ MV EXPL 26-129

Vonnis in kort geding van 26 oktober 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

wonend in [woonplaats] ,

eisende partij in conventie,

verweerster in reconventie,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

gemachtigde: mr. M.L. Sterrenberg-Ellerbroek, advocaat in Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap

[gedaagde partij] B.V.,

(mede handelende onder de naam [gedaagde partij] ),

handelend in haar hoedanigheid van bewindvoerder van de heer [A] ,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: de bewindvoerster,

gemachtigde: mr. L.H. Dullemond, advocaat in Hilversum.

1. De procedure

[eisende partij] heeft de bewindvoerster gedagvaard. Bij haar dagvaarding heeft zij 17 producties gevoegd. Later heeft zij nog de aanvullende producties 18 tot en met 23 en digitale geluidsopnamen ingediend.

De bewindvoerster heeft een conclusie van antwoord ingediend met een eis in reconventie en vijf producties.

Op 9 oktober 2026 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eisende partij] is verschenen, bijgestaan door mr. Sterrenberg-Ellerbroek. Namens de bewindvoerster is mevrouw [B] verschenen, bijgestaan door mr. Dullemond. Van wat er tijdens de zitting is besproken, heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Beide gemachtigden hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen. De bewindvoerster heeft tijdens de mondelinge behandeling ook nog een aanvullende productie ingediend. Deze stukken zijn aan het procesdossier toegevoegd.

De kantonrechter heeft bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

2. De kern van de zaak

[eisende partij] verhuurt sinds 1 juni 2024 een appartement in [woonplaats] aan [A] (hierna: [A] ). [eisende partij] wil dat de woning wordt ontruimd. De bewindvoerster van [A] , die hem in deze procedure vertegenwoordigt, verzet zich daartegen. Zij wil dat [eisende partij] wordt veroordeeld tot het (laten) verhelpen van verschillende gebreken in de woning. De kantonrechter wijst de vorderingen van beide partijen af.

3. De beoordeling

Het karakter en het beoordelingskader van een kort geding

Het gaat hier om in kort geding door beide partijen gevorderde voorlopige voorzieningen. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of de partij die de vorderingen heeft ingesteld bij die voorzieningen een voldoende spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure (gewone procedure) een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is. Met andere woorden: bij de inhoudelijke beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de vorderingen in een gewone procedure worden toegewezen. Verder moet het belang dat een partij heeft bij toewijzing van de vorderingen worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor de andere partij als deze uitspraak later zou worden teruggedraaid. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze kort geding procedure geen plaats is voor een uitgebreid onderzoek naar de feiten, bijvoorbeeld voor bewijslevering door het horen van getuigen, het inschakelen van een deskundige, of het overleggen van nadere stukken.

Afwijzing vorderingen [eisende partij]

De kantonrechter is van oordeel dat een spoedeisend belang bij de door [eisende partij] gevorderde ontruiming ontbreekt. Dat er sprake zou zijn van voortdurende bedreigingen en intimidatie door [A] tegenover [eisende partij] , is niet onderbouwd. [eisende partij] heeft weliswaar meerdere incidenten aangehaald, maar deze lijken met name voort te komen uit de voormalige affectieve relatie die partijen met elkaar hadden en de nasleep daarvan. De laatste berichten aan [eisende partij] dateren van juni 2026. Dat [A] zijn gedrag heeft aangepast vanwege dit kort geding, zoals [eisende partij] heeft aangevoerd, is een veronderstelling en het zou ook anders kunnen zijn. Van voortdurend agressief gedrag tegenover derden is ook niet gebleken. Het eigenhandig vervangen van het slot van de woning door [A] waardoor de woning zonder medewerking van [A] niet meer toegankelijk is voor [eisende partij] bij calamiteiten is strijdig met het bepaalde in de huurovereenkomst, maar maakt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat er sprake is van een noodsituatie. Wel wil de kantonrechter benadrukken dat [A] er voor moet zorgen dat [eisende partij] weer over een eigen sleutel of toegangscode gaat beschikken.

Ook als er veronderstellende wijs van uit wordt gegaan dat wel sprake is van een spoedeisend belang is op dit moment onvoldoende zeker dat de rechter in een gewone procedure zal overgaan tot ontbinding van de huurovereenkomst. Zoals hiervoor is overwogen hebben er incidenten plaatsgevonden die moeten worden bezien in het licht van de eerdere affectieve relatie tussen partijen en de nasleep daarvan. De vermeende structurele en ernstige overlast tegenover derden is onvoldoende onderbouwd. Verder speelt mee dat [A] uiterst kwetsbaar is. Hij kampt met verschillende problemen (waaronder een alcoholverslaving) en heeft een groot belang bij behoud van de woning.

De conclusie van het voorgaande is dat de ontruimingsvordering afgewezen. Dit betekent dat [A] (voorlopig) in de woning kan blijven wonen. Om moeilijkheden tussen [eisende partij] en [A] te voorkomen geeft de kantonrechter hen in overweging om, zoals de bewindvoerster ook heeft voorgesteld, het contact over de huurovereenkomst te laten verlopen via de heer [C] , de ambulant begeleider van [A] .

De afwijzing van de ontruimingsvordering leidt ertoe dat er ook geen grond is voor toewijzing van de gebruiksvergoeding.

Afwijzing vorderingen de bewindvoerster

De kantonrechter is van oordeel dat de bewindvoerster alleen een spoedeisend belang heeft bij de vordering tot herstel van de schimmel (en de oorzaak daarvan, waaronder de ventilatie), de gebrekkige afvoer en het ontbreken van rookmelders. Ten aanzien van de overige punten is het spoedeisende belang niet gesteld of gebleken. Voor zover de vordering ziet op het herstel van houtrot aan de buitenzijde van de woning, ontbrekende handgrepen aan keukenkastjes en een gat in de muur van de hal zal die dan ook worden afgewezen.

[eisende partij] heeft aangevoerd dat de ventilatie en rookmelders al zijn aangebracht. Omdat de bewindvoerster dit niet heeft weersproken wordt de vordering tot herstel van deze zaken afgewezen.

Ten aanzien van de schimmel en de gebrekkige afvoer is tussen partijen in discussie wie hiervoor verantwoordelijk is. Het is op dit moment niet zonder meer aannemelijk dat het verweer van [eisende partij] dat [A] voor het herstel van deze gebreken zelf verantwoordelijk is in de bodemprocedure niet zal slagen. In ieder geval zal hiernaar nader onderzoek verricht moeten worden. Een kort geding leent zich hier niet voor. In dit geval kan dan ook niet met een grote mate van zekerheid worden vastgesteld dat de rechter die in de bodemprocedure beslist, de vordering van [eisende partij] zal toewijzen. Om die reden zal ook de vordering tot herstel van deze gebreken worden afgewezen.

De proceskosten worden gecompenseerd

Gelet op de voormalige relatie tussen [eisende partij] en [A] zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vorderingen van [eisende partij] af;

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

in reconventie

wijst de vorderingen van de bewindvoerster af;

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.W.G.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2026.

13702

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand