ECLI:NL:RBMNE:2026:7468

ECLI:NL:RBMNE:2026:7468

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer UTR 26/1578
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Beroep. Wht. Verzoek herbeoordeling kinderopvangtoeslag voor een deel van de toeslagjaren afgewezen. Op de zaak betrekking hebbende stukken.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/1578

(gemachtigde: mr. A. Laghmouchi),

en

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de definitieve vaststelling van de compensatie kinderopvangtoeslag op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Dienst Toeslagen heeft eiseres compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2006, 2007, 2008 en 2015, maar niet voor de toeslagjaren 2009, 2011 en 2013. Eiseres is het er niet mee eens dat zij over toeslagjaren 2009, 2011 en 2013 geen compensatie krijgt. De rechtbank oordeelt dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 14 oktober 2021 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) verzocht om een herbeoordeling van haar aanspraak op kinderopvangtoeslag (KOT) over de toeslagjaren 2006 tot en met 2009, 2011, 2013 en 2015 met het oog op compensatie in het kader van de toeslagenaffaire.

Dienst Toeslagen heeft met het besluit van 20 december 2023 eiseres voor de toeslagjaren 2006, 2007, 2008 en 2015 een compensatie toegekend van € 82.562,- op grond van de hardheidsregeling dan wel op grond van vooringenomen handelen. Voor de toeslagjaren 2009, 2011 en 2013 is de aanvraag afgewezen.

Met het bestreden besluit van 14 januari 2026 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is Dienst Toeslagen bij zijn besluit gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Dienst Toeslagen heeft gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 26 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

Het toetsingskader

3. Op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen kent Dienst Toeslagen op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van kinderopvangtoeslag die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van verweerder of doordat de toepassing van wettelijke regelingen heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als gevolg van de hardheid waarmee het wettelijke systeem werd toegepast. De bewijslast voor het recht op compensatie ligt bij de aanvrager. De compensatie wordt niet toegekend indien de door de aanvrager van een kinderopvangtoeslag geleden schade is te wijten aan ernstige onregelmatigheden die aan hem toerekenbaar zijn.

Heeft Dienst Toeslagen alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd?

4. Eiseres voert aan dat Dienst Toeslagen niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft ingebracht, omdat er geen stukken zijn verstrekt die betrekking hebben op het recht op een tegemoetkoming wegens de kwalificatie O/GS. Eiseres betwist dat er geen kwalificatie O/GS is. Zij vindt dat Dienst Toeslagen nogmaals in de systemen een gerichte zoekslag hadden moeten doen naar stukken die verband houden met O/GS. Zij beroept zich daarbij op de brief van 12 februari 2026 van de staatssecretaris van Financiën (Herstel en Toeslagen) aan de Tweede Kamer van 12 februari 2026.

5. Dienst Toeslagen stelt dat voor geen van de toeslagjaren sprake is van een O/GS kwalificatie. Het Landelijk incassocentrum (LIC) heeft geen stukken aangetroffen die duiden op een verzoek om een persoonlijke betalingsregeling of op een traject in het kader van de Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (MSNP). Het achterliggende onderzoek van het LIC kan op grond van de rechtspraak niet worden aangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken en hoeft daarom niet te worden overgelegd. Eiseres heeft geen aanwijzingen of aanknopingspunten naar voren gebracht die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van de conclusie van het LIC.

6. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat de Dienst Toeslagen niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft toegestuurd.

Dienst Toeslagen mag op grond van de rechtspraak in beginsel afgaan op uitkomsten van het onderzoek van het LIC. Uit het onderzoek van het LIC is gebleken dat er geen aanwijzingen zijn voor een verzoek om een betalingsregeling en er daarom geen sprake is van een O/GS kwalificatie. Eiseres heeft geen concrete punten voor twijfel aangedragen voor haar stelling dat ze vanwege de weigering van een betalingsregeling dan wel om andere redenen over een van de toeslagjaren (eventueel) een kwalificatie O/GS heeft gekregen. De rechtbank heeft daarom geen reden om aan te nemen dat er over een van de toeslagjaren stukken zijn die gaan over een kwalificatie O/GS bij eiseres en die ten onrechte niet zouden zijn overgelegd. Voor een gericht nader onderzoek in de systemen bestaat daarom ook geen aanleiding.

Toeslagjaar 2009

7. Eiseres betwist dat zij op 11 januari 2009 zelf de KOT heeft stopgezet. Twee identieke stopzettingen op één dag binnen korte tijd na elkaar, op een zondagavond en ver buiten de openings- en kantoortijden, wijst volgens eisers eerder op een bulksgewijze verwerking binnen de systemen van DT dan op een bewuste handeling van een individuele ouder. De brief van Dienst Toeslagen van 26 januari 2010 aan gastouderbureau [naam] vormt volgens eiseres een aanwijzing dat sprake is geweest van een collectieve stopzetting. Volgens eiseres had Dienst Toeslagen nader onderzoek moeten doen naar de stopzetting van de KOT.

8. De rechtbank ziet geen reden voor twijfel aan het standpunt van Dienst Toeslagen dat eiseres zelf de KOT heeft stopgezet. Dienst Toeslagen heeft mogen afgaan op de informatie die blijkt uit het XML-bestand van de stopzetting van de KOT. Uit dit XML-bestand blijkt dat het burgerservicenummer van eiseres is gebruikt voor het doorgeven van de wijziging. Dit bestand bevat geen UserID van een ambtenaar van Dienst Toeslagen. Dat zou het geval zijn geweest bij een wijziging van de KOT door Dienst Toeslagen. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de informatie in het XML-bestand niet juist is. Dat heeft zij niet gedaan. Dat de brief van Dienst Toeslagen van 26 januari 2010 verband houdt met de stopzetting van de KOT in februari 2009 blijkt nergens uit. De rechtbank wijst er tot slot op dat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen beschikking van Dienst Toeslagen van 27 januari 2009 waarin de KOT op nihil is beschikt in reactie op de stopzetting van de KOT op 11 januari 2009.

Toeslagjaren 2011 en 2013

9. Eiseres betwist dat zij in 2011 zelf per 1 januari 2011 en 1 september 2011 de KOT heeft stopgezet. Zij vindt dat Dienst Toeslagen nader onderzoek had moeten doen naar deze stopzettingen. Ook had Dienst Toeslagen nader moeten onderzoeken wie op 15 mei 2013 namens haar de KOT heeft stopgezet. Verder voert eiseres aan dat Dienst Toeslagen de grondslag van de reguliere wijzigingen van de KOT in beide toeslagjaren niet inzichtelijk heeft gemaakt.

10. De rechtbank overweegt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat niet zij zelf maar Dienst Toeslagen de KOT in 2011 heeft stopgezet. Eiseres heeft geen stukken overgelegd die daarvoor aanknopingspunten bieden. Uit de informatie die wel voorhanden is, zoals de XML-bestanden van de ontvangen stopzettingen/wijzigingen kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat eiseres zelf de KOT voor het oudste kind op 20 juli 2011 per 1 september 2011 heeft stopgezet en daarna op 6 september 2011 deze stopzetting heeft gecorrigeerd naar een stopzetting per 1 januari 2011. Ook voor de stopzetting op 15 mei 2013 geldt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij dat niet zelf heeft gedaan (of laten doen). Voor nader onderzoek door Dienst Toeslagen bestaat daarom geen reden.

Verder zijn de grondslagen van de reguliere wijzigingen van de KOT in 2011 en 2013 duidelijk terug te vinden in onder meer het Informatie- en beoordelingsformulier en in de beschouwing op het bezwaarschrift van 24 juni 2025 en de aanvullende beschouwing van 3 november 2025 van Dienst Toeslagen.

Immateriële schadevergoeding

11. Eiseres heeft verzocht om een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

12. Volgens vaste rechtspraak vangt de redelijke termijn in beginsel aan op het moment waarop het bestuursorgaan het bezwaarschrift heeft ontvangen. De behandeling van het bezwaar mag maximaal een half jaar duren en de behandeling van het beroep maximaal anderhalf jaar. In totaal gaat het dus om twee jaar. Als de redelijke termijn is overschreden, geldt voor de schadevergoeding als uitgangspunt een tarief van € 500,- per half jaar waarmee die termijn is overschreden (afgerond naar boven).

13. Dienst Toeslagen heeft het bezwaarschrift ontvangen op 8 januari 2024 en daarop beslist bij het bestreden besluit van 14 januari 2026. Tot de datum van deze uitspraak zijn afgerond twee jaar en negen maanden verstreken. De overschrijding is volledig toe te rekenen aan de bezwaarfase. Het voorgaande leidt tot een overschrijding van de redelijke termijn met negen maanden en daarmee tot een vergoeding wegens geleden immateriële schade van € 1.000,-. Gelet hierop zal de rechtbank Dienst Toeslagen veroordelen tot betaling van een vergoeding van immateriële schade van € 1.000,-.

Conclusie en gevolgen

14. De rechtbank concludeert dat Dienst Toeslagen terecht geen aanleiding heeft gezien om compensatie toe te kennen aan eiseres voor de toeslagjaren 2009, 2011 en 2013. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.

15. Omdat het beroep ongegrond is, bestaat er voor een proceskostenvergoeding geen aanleiding. Eiseres krijgt ook geen vergoeding van het griffierecht.

16. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zal worden toegewezen.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt Dienst Toeslagen tot betaling van een schadevergoeding aan eiseres van € 1.000,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.M. van der Linde

Griffier

  • mr. G.M.T.M. Sips

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand