RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12413377 \ UV EXPL 26-263 RJ/58605
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 13 oktober 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. H.F.C. Hoogendoorn,
tegen
[gedaagde] ,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Utrecht.
De zaak wordt behandeld door mr. V.E.J.A. Boots, kantonrechter, bijgestaan door
mr. M.R. Jassies als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser] ,
- de heer mr. H.F.C. Hoogendoorn, gemachtigde van [eiser] ,
- [gedaagde] ,
- mevrouw [A] , dochter van [gedaagde] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Aan het eind van de zitting heeft de rechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van die uitspraak.
1. De kern van de zaak
[eiser] huurt een kamer van [gedaagde] . Volgens [eiser] mocht hij afgelopen dinsdag die kamer niet meer in van [gedaagde] en werd hem verteld dat het slot zou worden vervangen. Hij kan nergens anders terecht en zijn spullen liggen nog in zijn kamer, zoals zijn medicijnen en de oplader van zijn scootmobiel. Met deze procedure wil hij bereiken dat hij weer gebruik kan maken van zijn kamer. Volgens [gedaagde] klopt het dat [eiser] zijn kamer niet meer in mocht. Dat was volgens [gedaagde] omdat [eiser] zelf per 1 oktober 2026 de huur had opgezegd.
2. De beoordeling
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. Dat is hier het geval. [eiser] leeft nu al een week op straat omdat hij zijn kamer niet in kan.
[gedaagde] verhuurt een kamer aan [eiser] . Daarbij hoort dat [eiser] toegang moet hebben tot zijn kamer. [gedaagde] heeft dat tegengehouden. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] mondeling opgezegd. Volgens [eiser] klopt dat niet. [eiser] krijgt gelijk. Dat betekent dat de vorderingen worden toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Voor de rechter staat niet vast dat [eiser] mondeling heeft opgezegd. Dit blijkt namelijk nergens uit. Als [eiser] inderdaad mondeling had opgezegd had het voor de hand gelegen dat [gedaagde] dat schriftelijk had bevestigd, zeker omdat volgens de wet opzegging van een huurovereenkomst schriftelijk moet gebeuren en ook omdat al een hele tijd tussen partijen een conflict speelt.
De rechter gaat er daarom van uit dat [eiser] niet heeft opgezegd. Dit betekent dat de huurovereenkomst nog steeds loopt en dat [eiser] zijn kamer moet kunnen gebruiken tot het moment dat de huurovereenkomst wel eindigt. De huurovereenkomst kan eindigen door een schriftelijke opzegging of door de rechter. [gedaagde] mag dus niet meer het recht in eigen hand nemen. Als [gedaagde] iets wil doen om de huur met [eiser] te beëindigen, moet hij dit via de rechter doen.
De rechter zal de vorderingen van [eiser] onder I en II daarom toewijzen. De vordering onder III heeft [eiser] tijdens de zitting ingetrokken. Ook de dwangsommen worden toegewezen. Dat betekent dat als [gedaagde] [eiser] geen toegang geeft tot zijn kamer, dat hij dan een dwangsom moet betalen, voor iedere dag dat [eiser] niet in zijn kamer kan. De dwangsommen zijn gemaximeerd, dat betekent dat deze niet oneindig kunnen oplopen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
€
93,00
- salaris advocaat
€
577,00
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
814,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De rechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
3. De beslissing
De kantonrechter:
gebiedt [gedaagde] de toegang tot het gehuurde van [eiser] aan de [adres] in [woonplaats] zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 2 uur na het wijzen van dit vonnis te herstellen op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] na betekening van dit vonnis in gebreke blijft aan dit gebod te voldoen, met een maximum van € 15.000,00;
verbiedt [gedaagde] om na het verlenen van toegang aan [eiser] die toegang tot de kamer van [eiser] aan de [adres] in [woonplaats] opnieuw te ontnemen door het vervangen van de sloten of de toegang anderszins te belemmeren zolang de huurovereenkomst van kracht is, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] na betekening van dit vonnis dit verbod overtreedt, met een maximum van € 15.000,00;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 13 oktober 2026 om 10.30 uur.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.