RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Almere
zaaknummer: C/16/613443 / FL RK 26-741
Voorlopige voorzieningen
Beschikking van 1 oktober 2026
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende in [plaats 1] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. E.R.J. Helmantel,
tegen
[de man] ,
wonende in [plaats 2] ,
hierna te noemen: de man.
1. De procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift van de vrouw (met bijlagen), binnengekomen op 19 juni 2026;
het bericht (met bijlage) van de vrouw van 14 september 2026.
De verzoeken zijn behandeld tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 17 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
de vrouw met haar advocaat,
de man en zijn ambulant begeleider [A.] ,
[B.] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna: de GI) is ook opgeroepen, maar niet ter zitting verschenen.
De rechtbank heeft aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de zoon en dochter van partijen, gevraagd wat zij van het verzoek vinden. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben (apart van elkaar) op 15 september 2026 met de rechter gesproken.
2. Waar deze procedure over gaat
Partijen zijn met elkaar getrouwd op [datum huwelijk] 2007 in [plaats 3] .
Partijen hebben samen kinderen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] .
De kinderen zijn op 13 mei 2026 onder toezicht gesteld van de GI tot 13 mei 2027.
Partijen willen scheiden. De vrouw vraagt de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen. Dat zijn tijdelijke maatregelen die gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure.
De vrouw verzoekt de rechtbank om:
I. de kinderen aan haar toe te vertrouwen;
II. te beslissen dat de man kinderalimentatie moet betalen van € 224,- per kind per maand.
De man is het niet eens met de verzoeken van de vrouw.
3. De beoordeling
De rechtbank beslist dat:
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de vrouw worden toevertrouwd;
de man met ingang van 19 juni 2026 kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen van € 224,- per kind per maand.
Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissingen neemt.
De zorg voor de kinderen
De rechtbank vertrouwt de kinderen toe aan de vrouw. Dat betekent dat vrouw de (dagelijkse) zorg over de kinderen krijgt. De rechtbank neemt deze beslissing, want dat is de feitelijke situatie. Eerder woonde [minderjarige 1] bij de man en zijn nieuwe partner in [plaats 2] , maar na een incident in de zomervakantie verblijven zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] bij de vrouw.
Dit neemt niet weg dat de rechtbank zich ernstige zorgen maakt over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , omdat de kinderen sinds het incident in de zomervakantie (escalatie tussen [minderjarige 2] en de partner van de man) en na een – niet goed verlopen herstelgesprek - geen omgang meer met de man hebben. Zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] gaan niet naar school en [minderjarige 1] is ook niet betrouwbaar in het naar zijn werk gaan. Er is bij de vrouw intensieve ambulante gezinsbegeleiding ingezet, maar dit leidt niet tot verbetering. De Raad denkt dat er grotere en intensievere zorg nodig is voor de kinderen, zoals ontheffing bij de leerplicht en een gezinsopname. De rechtbank vertrouwt erop dat de GI de komende tijd passende hulp zal inzetten.
De kinderalimentatie
De rechtbank beslist dat de man voorlopig een bedrag van € 224,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen. De bijdrage voor [minderjarige 2] gaat in op 19 juni 2026 en de bijdrage voor [minderjarige 1] op 1 september 2026. Dit betekent dat het verzoek van vrouw grotendeels wordt toegewezen. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissingen neemt. Daarbij gaat zij in op de standpunten van partijen, voor zover die voor de beoordeling van belang zijn. De berekeningen die de rechtbank heeft gemaakt zijn als bijlagen aan deze beschikking toegevoegd. Bij de berekeningen rondt de rechtbank af op hele euro’s.
De ingangsdatum
Voordat de rechtbank kan gaan rekenen, moet zij weten welke gegevens en belastingtarieven zij moet gebruiken bij die berekening. Daarom moet de rechtbank eerst beslissen vanaf welk moment de kinderalimentatie gaat gelden.
De rechtbank hanteert als ingangsdatum voor de bijdrage van [minderjarige 2] 19 juni 2026, omdat de vrouw toen haar verzoekschrift heeft ingediend. Voor [minderjarige 1] hanteert de rechtbank 1 september 2026 als ingangsdatum, omdat [minderjarige 1] tot voor kort bij de man heeft gewoond. Daar is in augustus 2026 (na het incident tijdens de zomervakantie) verandering in gekomen.
De behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind zijn. Dat wordt de ‘behoefte’ van het kind genoemd. De rechtbank stelt de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vast op een bedrag van € 598,- per kind per maand. Zij heeft dat als volgt berekend.
De hoogte van de behoefte hangt af van de hoogte van het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI). Hoe meer ouders te besteden hebben, hoe meer zij kunnen uitgeven aan hun kind. De rechtbank moet daarom eerst vaststellen wat de ouders te besteden hadden toen zij nog bij elkaar waren. Hierbij zal de rechtbank uitgaan van de inkomens van de ouders in 2025, omdat de vrouw zegt van deze gegevens uit te gaan en de man heeft daar geen verweer tegen gevoerd.
Voor het inkomen van de man in 2025 gaat de rechtbank uit van de salarisspecificaties over juli tot en met september 2025 bij [bedrijf] , waarop een inkomen van € 3.432,18 bruto per maand is vermeld. Verder wordt rekening gehouden met 8% vakantietoeslag, de ingehouden (pensioen)premies, de correcties op het bruto loon en de netto inhouding Whk. Het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de man bedroeg dan in 2025 € 2.863,- per maand.
Voor het inkomen van de vrouw in 2025 gaat de rechtbank uit van de uitkeringsspecificaties van het UWV over augustus en september 2025, waarop een WIA-uitkering van € 2.274,83,- bruto per maand is vermeld. Verder wordt rekening gehouden 8% vakantietoeslag. De rechtbank houdt geen rekening met arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, omdat de vrouw daar toen geen recht op had. Het netto besteedbaar inkomen van de vrouw bedroeg dan in 2025 € 1.826,- per maand.
Naast hun eigen inkomsten ontvingen de ouders in 2025 een kindgebonden budget van € 276,- per maand. Het netto besteedbaar gezinsinkomen van de ouders bedroeg dan € 4.965,- per maand in 2025.
Nu de rechtbank weet wat de ouders te besteden hadden, kan de rechtbank berekenen welk gedeelte daarvan ongeveer aan de kinderen werd uitgegeven en wat dus de behoefte van de kinderen is. Daarvoor maakt de rechtbank gebruik van de tabellen die het Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) heeft ontwikkeld. Uit die tabellen volgt dat ouders bij een netto besteedbaar gezinsinkomen van € 4.965,-, gemiddeld € 1.142,- per maand uitgaven voor hun kinderen in 2025, dus per kind € 571. Gecorrigeerd in verband met de inflatie (geïndexeerd) is dat in 2026 totaal € 1.195,- per maand, dat is afgerond € 598,- per kind per maand.
De man heeft tijdens de zitting aangevoerd dat [minderjarige 1] in zijn eigen behoefte kan voorzien, nu hij deels naar school gaat en deels aan het werk is. De rechtbank volgt de man hierin niet, omdat uit de wet volgt dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van hun minderjarige kinderen. Omdat [minderjarige 1] nog maar 16 jaar is, ziet de rechtbank geen mogelijkheid om van het wettelijk uitgangspunt af te wijken.
De draagkracht van de ouders
Bij de berekening van de kinderalimentatie moet vervolgens worden vastgesteld wat ieder van de ouders kan betalen. Dat wordt de ‘draagkracht’ van de ouders genoemd. Volgens de wet moeten de ouders namelijk naar draagkracht in de behoefte van hun kinderen voorzien.
Voor het bepalen van de draagkracht van de ouders past de rechtbank de methode die de Expertgroep Alimentatie van de Rechtspraak heeft ontwikkeld toe. Het netto besteedbaar inkomen van een ouder is daarbij het uitgangspunt. Vervolgens bekijkt de rechtbank welk deel van dat inkomen kan worden gebruikt om bij te dragen in de kosten van de kinderen.
Bij een netto besteedbaar inkomen vanaf € 2.200,- per maand in 2026 maakt de rechtbank daarvoor gebruik van de zogenoemde ‘draagkrachtformule’. In die formule wordt uitgegaan van een woonbudget van 30% van het netto besteedbaar inkomen per maand. De ouders worden geacht vanuit het woonbudget alle redelijke lasten voor een woning passend bij hun inkomen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt rekening gehouden met een forfaitair (vaststaand) bedrag voor redelijke kosten van levensonderhoud, dat ieder jaar wordt bijgesteld. In 2026 is dat een bedrag van € 1.365,- per maand. Deze twee posten vormen samen het ‘draagkrachtloos inkomen’. Na aftrek van die posten van het netto besteedbaar inkomen blijft dan de ‘draagkrachtruimte’ over. Daarvan is 70% beschikbaar voor kinderalimentatie. De berekening van de draagkracht ziet er dan als volgt uit: 70% [NBI – (0,3 x NBI + 1.365)].
De draagkracht van de man
De draagkracht van de man berekent de rechtbank op € 456,- per maand. De rechtbank legt hierna uit hoe zij aan dat bedrag is gekomen.
Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van het inkomen zoals genoemd onder 3.10., maar dan berekend met de tabellen over 2026. Het netto besteedbaar inkomen is dan € 2.881,- per maand.
Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2026 heeft de man een draagkracht van (70% [2.881 – (0,3 x 2.881 + 1.365)]=) € 456,- per maand.
De draagkracht van de vrouw
De draagkracht van de vrouw berekent de rechtbank op € 335,- per maand. De rechtbank legt hierna uit hoe zij aan dat bedrag is gekomen.
Voor het inkomen gaat de rechtbank uit van het inkomen zoals genoemd onder 3.11., maar dan berekend met de tabellen van 2026. Verder wordt rekening gehouden met een kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop van € 9.540,- per jaar. Het netto besteedbaar inkomen is dan € 2.633,- per maand.
Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2026 heeft de vrouw een draagkracht van (70% [2.633 – (0,3 x 2.633 + 1.365)]=) € 335,- per maand.
De verdeling van de kosten
Als de ouders samen genoeg draagkracht hebben voor alle kosten van hun kinderen, dan moet de rechtbank berekenen wie welk deel van de kosten voor zijn rekening moet nemen. Dat wordt de ‘draagkrachtvergelijking’ genoemd.
Een vergelijking is hier niet nodig omdat de ouders samen niet genoeg draagkracht hebben voor alle kosten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Hun gezamenlijke draagkracht is € 791,- per maand, terwijl de kosten van de kinderen € 1.195,- per maand zijn. De ouders komen dus samen een bedrag van € 404,- per maand tekort. Zij moeten daarom ieder hun volledige draagkracht gebruiken. Dat betekent dat de man met € 456,- per maand moet bijdragen in de kosten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
De zorgkorting
De rechtbank kan de bijdrage van de man verlagen met een percentage van de behoefte van de kinderen of een deel daarvan: de ‘zorgkorting’. Er is op dit moment geen contact tussen de man en de kinderen. Bovendien is er sprake van een groot tekort aan draagkracht. Daarom past de rechtbank bij een groot tekort aan draagkracht geen zorgkorting toe. Dit betekent dat de man een bedrag van € 456,- per maand, dus € 228,- per kind per maand, aan kinderalimentatie kan betalen. De vrouw heeft verzocht om een bijdrage van € 224,- per kind per maand. De man kan dit betalen, zodat dit verzoek wordt toegewezen.
Alimentatie vooruitbetalen
De rechtbank beslist dat de man de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand moet betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in die maand gemaakt zullen worden en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.
4. De beslissing
voor de duur van de echtscheidingsprocedure
De rechtbank:
vertrouwt de kinderen toe aan de vrouw;
beslist dat de man vanaf 19 juni 2026 een bedrag van € 224,- per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 2] ;
beslist dat de man vanaf 1 september 2026 een bedrag van € 224,- per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] ;
beslist dat de man vanaf vandaag deze kinderalimentatie steeds vóór de eerste van de maand moet betalen;
wijst de verzoeken van de vrouw voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. D. van Bloemendaal, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. J.J. Terpstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.
Bijlage 1: netto besteedbaar inkomen van de man
Partij
Alimentatieplichtige
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde
Berekening
Kinderalimentatie vovo
Tarieven
2025-2
Datum uitdraai
21-09-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
€
41.186
44
Vakantietoeslag
€
3.295
Bruto inkomsten
€
44.481
Premies (51-59)
Pensioenpremie
51
Ingehouden pensioenpremie
-
€
1.780
53
Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat
-
€
603
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
€
42.098
Specificaties voor post: 51 (Gemiddelde)
Juli 2025
€
1.728
jaar
Augustus 2025
€
1.836
jaar
September 2025
€
1.776
jaar
Specificaties voor post: 53 (Optellen)
Correctie bruto loon SR
€
132
jaar
Correctie bruto loon SO
€
3
jaar
SAZAS Plus
€
468
jaar
Premies werknemersverzekeringen
55
Premie WW
€
36
Totaal premies werknemersverzekeringen
-
€
36
59
Inkomsten
€
42.062
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
€
42.062
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
42.062
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
€
13.769
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817
€
1.357
95
Inkomensheffing box 1
€
15.126
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
42.062
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
15.126
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
€
7.780
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
€
7.346
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
34.716
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
€
2.203
jaar
Arbeidskorting
€
5.577
jaar
Af: Netto premie (WGA/WHK)
€
360
Totale inkomsten
€
34.716
Af: netto uitgaven
-
€
360
120
Besteedbaar inkomen
€
34.356
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
34.356
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
2.863
Bijlage 2: netto besteedbaar inkomen van de vrouw
Partij
Alimentatiegerechtigde
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde
Berekening
Kinderalimentatie vovo
Tarieven
2025-2
Datum uitdraai
21-09-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
43
Bruto uitkering andere sociale verzekeringswetten
€
27.288
44
Vakantietoeslag
€
2.183
Bruto inkomsten
€
29.471
Premies (51-59)
Pensioenpremie
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
€
29.471
59
Inkomsten
€
29.471
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
€
29.471
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
29.471
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
€
10.556
95
Inkomensheffing box 1
€
10.556
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
29.471
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
10.556
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
€
3.001
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
€
7.555
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
21.916
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
€
3.001
jaar
Totale inkomsten
€
21.916
120
Besteedbaar inkomen
€
21.916
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
21.916
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
1.826
Bijlage 3: netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding en eigen aandeel kosten kinderen
NBGI voor scheiding
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
NBI voor scheiding Alimentatieplichtige
€
2.863
NBI voor scheiding Alimentatiegerechtigde
€
1.826
Bij: Kindgebonden budget voor scheiding
€
276
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
€
4.965
Eigen aandeel kosten kinderen
Eigen aandeel kosten kinderen
Ouders hebben in gezinsverband geleefd
ja
NBGI voor scheiding
€
4.965
Tabel aantal kinderen
2
Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel
€
1.142
#
Indexeren
ja
Startjaar
2025
Eindjaar
2026
Eigen aandeel ouders geïndexeerd
€
1.195
Bijlage 4: draagkracht van de man
Partij
Alimentatieplichtige
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde
Berekening
Kinderalimentatie vovo, draagkracht
Tarieven
2026-2
Datum uitdraai
21-09-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
€
41.186
44
Vakantietoeslag
€
3.295
Bruto inkomsten
€
44.481
Premies (51-59)
Pensioenpremie
51
Ingehouden pensioenpremie
-
€
1.780
53
Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat
-
€
603
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
€
42.098
Specificaties voor post: 51 (Gemiddelde)
Juli 2025
€
1.728
jaar
Augustus 2025
€
1.836
jaar
September 2025
€
1.776
jaar
Specificaties voor post: 53 (Optellen)
Correctie bruto loon SR
€
132
jaar
Correctie bruto loon SO
€
3
jaar
SAZAS Plus
€
468
jaar
59
Inkomsten
€
42.098
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
€
42.098
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
42.098
- Schijf 1, 35,75% (17,85%) over € 0 t/m € 38.882 (€ 41.123)
€
13.900
- Schijf 2, 37,56% over € 38.883 (€ 41.124) t/m € 78.426
€
1.207
95
Inkomensheffing box 1
€
15.107
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
42.098
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
15.107
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
€
7.942
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
€
7.165
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
34.933
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
€
2.325
jaar
Arbeidskorting
€
5.617
jaar
Af: Netto premie (WGA/WHK)
€
360
120
Besteedbaar inkomen
€
34.573
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
34.573
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
2.881
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
€
2.881
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
€
1.365
123a
Woonbudget
€
864
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
€
2.229
136a
Draagkrachtruimte
€
652
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
€
456
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
€
456
Bijlage 5: draagkracht van de vrouw
Partij
Alimentatiegerechtigde
Zaak
Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde
Berekening
Kinderalimentatie vovo, draagkracht
Tarieven
2026-2
Datum uitdraai
21-09-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
43
Bruto uitkering andere sociale verzekeringswetten
€
27.288
44
Vakantietoeslag
€
2.183
Bruto inkomsten
€
29.471
Premies (51-59)
Pensioenpremie
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
€
29.471
59
Inkomsten
€
29.471
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
€
29.471
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
29.471
- Schijf 1, 35,75% (17,85%) over € 0 t/m € 38.882 (€ 41.123)
€
10.535
95
Inkomensheffing box 1
€
10.535
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
29.471
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
10.535
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
€
3.115
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
€
7.420
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
22.051
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
€
3.115
jaar
Bij: Kindgebonden budget
€
9.540
120
Besteedbaar inkomen
€
31.591
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
31.591
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
2.633
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
€
2.633
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
€
1.365
123a
Woonbudget
€
790
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
€
2.155
136a
Draagkrachtruimte
€
478
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
€
335
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
€
335