RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12202905 \ ME VERZ 26-52
Beschikking van 12 oktober 2026
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonend in [plaats 1] ,
verzoekster, hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: [A]
tegen
VERENIGING VAN EIGENAREN VAN HET FLATGEBOUW [.],
gevestigd in [plaats 2] ,
verweerster, hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. A. Latta.
1. De procedure
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
- het verzoekschrift, met 10 producties;
- het verweerschrift, met 9 producties;
- de nagekomen producties 11 tot en met 15 van [verzoekster] ;
- de nagekomen productie 10 van de VvE.
Op 31 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verzoekster] was aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde [A] . Namens de VvE waren aanwezig de heer [B] en de heer [C] (bestuursleden), bijgestaan door mr. Latta. Partijen hebben ter zitting hun standpunten kunnen toelichten. [A] en
mr. Latta hebben dat gedaan aan de hand van spreekaantekeningen, die zij hebben voorgedragen. De spreekaantekeningen zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen is besproken.
Op de mondelinge behandeling is bepaald dat op 28 september 2026 uitspraak zal worden gedaan. Na de zitting is aan partijen medegedeeld dat de beschikking zal volgen op
12 oktober 2026.
2. De kern van de zaak
[verzoekster] is eigenaar van het appartementsrecht, staande en gelegen aan de [adres] in [plaats 2] . [verzoekster] is van rechtswege lid van de VvE. Op de algemene ledenvergadering (hierna: ALV) van 25 maart 2026 stond de verkiezing van drie nieuwe bestuursleden van de VvE op de agenda. [verzoekster] heeft zich op 9 maart 2026 voor die functie kandidaat gesteld. De leden van de VvE hebben tegen de benoeming van [verzoekster] als bestuurslid gestemd. De heer [C] en de heer [D] hebben zich op de vergadering kandidaat gesteld en zijn wel benoemd als bestuurslid. [verzoekster] is het niet eens met de gang van zaken aangaande de stemming. Zij verzoekt in deze procedure
– kort gezegd – besluiten van de VvE nietig te verklaren of te vernietigen. De kantonrechter wijst die verzoeken af. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel komt.
3. De beoordeling
[verzoekster] heeft verzocht om drie besluiten die op de ALV van 25 maart 2026 zijn genomen, nietig te verklaren of te vernietigen, omdat die besluiten in strijd zouden zijn met de bepalingen in het splitsingsreglement. [verzoekster] wijst op de besluiten om:
- de stemming met een meerderheid van stemmen schriftelijk te laten plaatsvinden, terwijl unanimiteit van stemmen daarvoor is vereist en bij die schriftelijke stemming geen toezicht werd gehouden door een stemcommissie,
- de heren [C] en [D] als kandidaten mee te nemen in de stemming, terwijl hun kandidaatstelling voorafgaande aan de vergadering niet is aangekondigd,
- de heren [C] en [D] als bestuursleden te benoemen, terwijl niet alle leden voor hun benoeming waren.
De VvE heeft na ontvangst van het verzoekschrift van [verzoekster] een nieuwe ALV uitgeschreven, die op 28 augustus 2026 is gehouden. Op de agenda van die ALV stond opnieuw de verkiezing van bestuursleden. Uit de conceptnotulen van de vergadering blijkt dat [verzoekster] zich voor de stemming als kandidaat-bestuurslid heeft teruggetrokken. Dat [verzoekster] dit heeft gedaan, heeft zij op de mondelinge behandeling bevestigd. De vergadering heeft daarom alleen schriftelijk gestemd over de kandidaatstelling van de heren [C] en [D] . Zij zijn door de vergadering beiden gekozen als bestuurslid van de VvE en ook als zodanig door de VvE benoemd. Volgens mr. Latta is [verzoekster] door dit nieuwe besluit niet-ontvankelijk dan wel moeten haar verzoeken worden afgewezen.
De kantonrechter is van oordeel dat [verzoekster] ontvankelijk is en de verzoeken van [verzoekster] moeten worden afgewezen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel komt.
[verzoekster] is ontvankelijk in haar verzoeken
De VvE heeft eerst verzocht om [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken om de besluiten van de ALV van 25 maart 2026 nietig te verklaren dan wel te vernietigen. Volgens de VvE heeft [verzoekster] geen belang meer bij haar verzoeken, omdat de vergadering op 28 augustus 2026 een nieuw besluit heeft genomen over de benoeming van de bestuursleden. De kantonrechter is het daar niet mee eens. Op grond van artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek moet verzoekster een voldoende belang hebben om de ingestelde rechtsvordering te kunnen rechtvaardigen. De VvE heeft pas na ontvangst van het verzoekschrift besloten om de bestuursverkiezing opnieuw te houden. Dit betekent dat [verzoekster] op het moment dat zij haar verzoekschrift indiende een voldoende belang had. [verzoekster] is daarom ontvankelijk.
Verzoeken worden afgewezen
Besluiten van de VvE moeten voldoen aan de procedureregels die de wet, de statuten en het splitsingsreglement voorschrijven. De VvE is van mening dat de besluiten die op de ALV van 25 maart 2026 zijn genomen en waarvan [verzoekster] de nietigheid of vernietiging verzoekt aan die procedureregels voldoen. De VvE heeft op de ALV van
28 augustus 2026 nieuwe bestuursverkiezingen gehouden om de discussie over het al dan niet strijdig zijn van de genomen besluiten met wet, statuten en/of splitsingsreglement weg te nemen. Het nieuwe besluit op de vergadering van 28 augustus 2026 tot benoeming van de heren [C] en [D] als bestuursleden is door de nieuwe verkiezingen in de plaats gekomen van de besluiten die eerder op de ALV van 25 maart 2026 aangaande de verkiezingen van bestuursleden zijn genomen. Door de nieuwe besluiten op 28 augustus 2026 zijn de besluiten van 25 maart 2026 dus niet meer aan de orde. [verzoekster] heeft op de mondelinge behandeling toegelicht dat zij blijft bij de verzoeken die zij heeft gedaan. Zij heeft haar verzoekschrift niet aangevuld. [verzoekster] verzoekt daardoor de nietigheid of vernietiging van besluiten die niet meer bestaan. Omdat [verzoekster] zich als kandidaat heeft teruggetrokken heeft zij ook geen belang meer bij de vernietiging van een besluit aangaande de stemming over de kandidaten voor het bestuur. De kantonrechter wijst de verzoeken van [verzoekster] om deze redenen af.
Proceskosten
[verzoekster] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op € 577,00 aan salaris gemachtigde.
4. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten van € 577,00.
Deze beschikking is gewezen door mr. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2026.
41264