ECLI:NL:RBMNE:2026:7232

ECLI:NL:RBMNE:2026:7232

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer C/16/591873 / HA ZA 25-213
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Eindvonnis na tussenvonnis. Vorderingen in conventie en in reconventie worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/591873 / HA ZA 25-213

Vonnis van 7 oktober 2026

in de zaak van

1. [eiser sub 1] ,

te [plaats] ,2. [eiser sub 2],

te [plaats] ,

eisende partijen in conventie,

verwerende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: [eiser sub 1] ,

advocaat: mr. T.J. Roest Crollius,

tegen

1. [gedaagde sub 1] ,

te [plaats] ,2. [gedaagde sub 2],

te [plaats] ,

gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: [gedaagde sub 2] ,

advocaat: mr. R.H.U. Keizer.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 februari 2026 en de daarin genoemde stukken; - de akte van [eiser sub 1] met producties 21 tot en met 25; - de extra ingelaste comparitie van partijen op 2 oktober 2026.

Ten slotte is bepaald dat een eindvonnis wordt uitgesproken.

2. De kern van de zaak

Na het tussenvonnis van 18 februari 2026 (hierna: het tussenvonnis) is op 2 oktober 2026 een extra comparitie tussen partijen gelast. Tijdens deze comparitie heeft [gedaagde sub 2] zijn eis verminderd, waardoor de bewijsopdracht aan [eiser sub 1] uit het tussenvonnis niet meer nodig is. De rechtbank houdt vast aan wat (daarnaast) in het tussenvonnis is geoordeeld en wijst daarom alle vorderingen van partijen af.

3. De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat de vorderingen van [eiser sub 1] moeten worden afgewezen en dat zij niet – zoals [gedaagde sub 2] heeft gevorderd – voor recht verklaart dat de kadastrale erfgrens tussen de percelen van [eiser sub 1] en [gedaagde sub 2] de juridische erfgrens is. Verder heeft de rechtbank in het tussenvonnis geoordeeld dat [eiser sub 1] door (verkrijgende) verjaring eigenaar is geworden van een deel van het perceel: het deel bij de eerste heg en het deel onder de schuur. Tijdens de extra ingelaste comparitie is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat overweging 3.13 van het tussenvonnis in die zin moet worden gelezen dat [eiser sub 1] door verjaring eigenaar is geworden van het stukje grond dat ligt onder de schuur van [eiser sub 1] dat over de kadastrale erfgrens heen is gebouwd.

Daarnaast heeft de rechtbank in het tussenvonnis aan [eiser sub 1] de opdracht gegeven om – kort gezegd – te bewijzen dat de erfgrens bij de tweede heg al twintig jaar feitelijk zo loopt. Tijdens de extra ingelaste comparitie heeft [gedaagde sub 2] zijn eis verminderd in die zin dat dit deel van de vordering komt te vervallen en dat zijn vordering tot staking van onrechtmatig gebruik en ontruiming van de grond alleen nog ziet op de stukken grond bij de eerste heg en de schuur. Die vordering wijst de rechtbank, zoals in het tussenvonnis is overwogen, af. [eiser sub 1] is namelijk door verjaring eigenaar geworden van de stukken grond onder de eerste heg en het stuk grond onder de schuur van [eiser sub 1] dat over de kadastrale erfgrens ligt. Gezien de eisvermindering van [gedaagde sub 2] , waarmee de vordering ten aanzien van de tweede heg is komen te vervallen, hoeft [eiser sub 1] niet meer te bewijzen dat de erfgrens bij de tweede heg al twintig jaar feitelijk zo loopt. De heer [eiser sub 1] heeft tijdens de extra ingelaste comparitie nog wel naar voren willen brengen dat de tweede heg eerder is geplant dan in 2012/2013, zoals dat nu in het tussenvonnis is overwogen. Gelet op de eisvermindering van [gedaagde sub 2] op dit punt, zal de rechtbank hier verder niet op ingaan. Dit betekent dat de rechtbank vasthoudt aan haar oordeel in het tussenvonnis en alle vorderingen van zowel [eiser sub 1] als [gedaagde sub 2] afwijst.

Omdat beide partijen over en weer ongelijk krijgen en buren van elkaar zijn, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten in conventie en reconventie tussen hen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De rechtbank

in conventie

wijst de vorderingen van [eiser sub 1] af,

in reconventie

wijst de vorderingen van [gedaagde sub 2] af,

in conventie en in reconventie

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door C.A.J. van Yperen en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

5718 (MM)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand