ECLI:NL:RBMNE:2025:5770

ECLI:NL:RBMNE:2025:5770, Rechtbank Midden-Nederland, 24-10-2025, 25/4980

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 24-10-2025
Datum publicatie 20-11-2025
Zaaknummer 25/4980
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorzieningen kennelijk niet-ontvankelijk. Griffierecht niet betaald.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 oktober 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

Zaaknummer: UTR 25/4980

en

de Raad van bestuur van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om voorlopige voorziening dat verzoekster op 29 augustus 2025 heeft ingediend tegen het besluit van het Uwv van 10 januari 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoekster heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 53,-.

3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoekster niets aan kan doen.

4. De rechtbank heeft verzoekster op 2 september 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekster het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. De aangetekend verzonden brief is door verzoekster niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, aan verzoekster ter kennisneming per gewone post toegezonden. In deze brief is aangegeven dat de termijn uit de brief van 2 september 2025 niet opnieuw aanvangt.

5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.

6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand