ECLI:NL:RBMNE:2025:5448

ECLI:NL:RBMNE:2025:5448, Rechtbank Midden-Nederland, 01-10-2025, C/16/589093 / JE RK 25-275

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 01-10-2025
Datum publicatie 26-11-2025
Zaaknummer C/16/589093 / JE RK 25-275
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling – Er zijn positieve stappen gezet, maar er zijn ook nog onzekerheden. De moeder heeft nog geen eigen woning en er zijn zorgen over het gedrag van de vader.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/589093 / JE RK 25-275

Datum uitspraak: 1 oktober 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. L.T.C.M. Geurts,

[vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] .

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter heeft op 4 april 2025 een eerdere beschikking gegeven. Voor het verloop van de procedure tot die datum verwijst de kinderrechter naar die beschikking.

Na deze beschikking is nog binnengekomen:

- een update van de GI met daarin de actuele stand van zaken, binnengekomen op

17 september 2025;

- een bericht van de moeder met als bijlage een verslag van haar maatschappelijk werkster, binnengekomen op 30 september 2025.

De behandeling van het verzoek is voortgezet tijdens de zitting van 1 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de heer [A] en mevrouw [B] , namens de GI.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen tijdens de zitting.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij haar moeder.

Bij beschikking van 4 april 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 oktober 2025. De beslissing over het overige deel van het verzoek heeft de kinderrechter toen aangehouden.

3. Het verzoek

De GI handhaaft het verzoek. Dat betekent dat de GI vindt dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verder verlengd moet worden, te weten tot 18 april 2026.

4. De standpunten

De moeder is niet blij met de ondertoezichtstelling en verzoekt om afwijzing van het verzoek. Aan de andere kant ziet de moeder ook in dat zij niet samen met vader tot een veilige en werkende zorgregeling met de vader kan komen. Ze begrijpt daarom dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk kan zijn, wellicht voor een kortere duur. De moeder geeft hierbij wel aan dat zij een plan van aanpak wil met daarin duidelijke doelen voor de komende maanden en dat zij duidelijkheid wil over de omgang tussen de vader en [minderjarige] .

5. De beoordeling

Beslissing

De kinderrechter wijst het aangehouden deel van het verzoek toe. Dat betekent dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] wordt verlengd tot 18 april 2026. De kinderrechter zal deze beslissing hierna uitleggen.

Toelichting

Uit de overgelegde stukken en het gesprek gevoerd tijdens de zitting volgt dat is voldaan aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling.

De kinderrechter ziet ook nu dat er stappen zijn gezet om de situatie van [minderjarige] te verbeteren. De GI heeft naar voren gebracht dat de moeder hard aan zichzelf werkt en reflecteert op haar eigen gedrag. Zij volgt cursussen van het Blijfhuis en heeft ook gesprekken met haar ambulant begeleider en de praktijkondersteuner van de huisarts. Ook is het schoolverzuim van [minderjarige] verbeterd. De moeder doet haar best om [minderjarige] op tijd te brengen en als zij toch te laat is neemt zij contact op met de juf. Er zijn duidelijk afspraken gemaakt en de communicatie is verbeterd.

Naast deze positieve stappen zijn er ook nog onzekerheden. De moeder heeft nog geen eigen woning en dit laat nog minimaal drie maanden op zich wachten. Als de moeder een eigen woning heeft zal [minderjarige] van school moeten wisselen en dit kan enige onrust met zich mee brengen. De belangrijkste zorg is het gedrag van de vader. Voor zover bekend heeft vader de geadviseerde emotieregulatie therapie nog niet gevolgd. Er blijven escalatie tussen de ouders bestaan en is er in juli 2025 nog een Veilig Thuis-melding binnengekomen. Moeder hoopte dat vader en zij samen afspraken konden maken over de contacten tussen [minderjarige] en haar vader. Dat bleek niet te lukken. Vader was weer gewelddadig naar moeder.

De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd omdat de GI op deze manier regie kan voeren op de zorgregeling. Hierbij is het van belang dat de GI een concreet plan opstelt. Mocht de vader zich niet houden aan dit plan kan de GI een schriftelijke aanwijzing geven aan de vader. De kinderrechter is van oordeel dat de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] ziet op de onveiligheid in het contact tussen [minderjarige] en de vader, maar ook in het contact tussen de vader en de moeder. De gestelde doelen binnen de ondertoezichtstelling zijn dan ook niet behaald en daarom is het nodig dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 18 april 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van I. Stooker als griffier, en op schrift gesteld op 14 oktober 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand