ECLI:NL:RBMNE:2025:5444

ECLI:NL:RBMNE:2025:5444, Rechtbank Midden-Nederland, 20-10-2025, 593035 JE RK 25-683

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 20-10-2025
Datum publicatie 27-11-2025
Zaaknummer 593035 JE RK 25-683
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Verzoek om de beschikkingsdatum te verbeteren. De rechtbank wijst het verzoek af. De beschikking is gedagtekend op 9 juli 2025 en verzonden op 31 juli 2025. Op grond van de wet moet de uitspraak in het openbaar geschieden. Aan dit vereiste is voldaan als de uitspraak in geschreven vorm op de griffie aanwezig is vanaf een bepaalde, aan partijen tevoren bekendgemaakte dag en zowel partijen als derden een afschrift van die beschikking konden krijgen. Aan dit vereiste was op 9 juli 2025 voldaan. De griffie heeft vervolgens verzuimd aan de verplichting van artikel 290 lid 3 Rv om aan belanghebbenden zo spoedig mogelijk een afschrift van de beschikking te sturen. Dit verzuim kan echter niet met het wijzigen van de datum van de uitspraak worden rechtgezet.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/593035 / JE RK 25-683

Beschikking van 20 oktober 2025

in de zaak van:

de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland,

gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. A.M. Beuwer,

[vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] .

1. De verdere procedure

De moeder heeft de rechtbank op 31 juli 2025 verzocht de beschikking van deze rechtbank van 9 juli 2025 te verbeteren.

De rechtbank heeft de vader en de GI in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek tot het geven van een herstelbeschikking. Zij hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2. De beoordeling

De moeder vraagt om de datum van de beschikking te verbeteren. In de ondertekening van de beslissing staat ‘deze beslissing is gegeven door mr. H.E. Spruit, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025’. De beschikking is echter pas op 31 juli 2025 aan partijen kenbaar gemaakt. De datum van de beschikking moet daarom 31 juli 2025 zijn en niet 9 juli 2025.

De rechtbank wijst het verzoek tot verbetering af. De rechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in zijn beschikking verbeteren. Van een kennelijke fout is sprake als voor partijen en anderen direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval geen sprake van een kennelijke fout.

De beschikking in deze zaak is gedagtekend op 9 juli 2025. Vast staat dat de beschikking niet op die dag, maar (pas) op 31 juli 2025 door de griffie aan partijen is verzonden. De vraag is, of dit betekent dat niet op 9 juli 2025, maar op 31 juli 2025 uitspraak is gedaan. De rechtbank is van oordeel van niet.

Op grond van (onder andere) artikel 29 lid 1 Rv geschiedt de uitspraak in het openbaar. Aan dat vereiste is ook voldaan als de uitspraak in geschreven vorm op de griffie aanwezig is vanaf een bepaalde, aan partijen tevoren bekendgemaakte dag en zowel partijen als derden een afschrift van die beschikking kunnen verkrijgen (zie Hoge Raad 21 april 2023, ECL:NL:2023:658). Aan dit vereiste was voldaan op 9 juli 2025. De kinderrechter heeft op de mondelinge behandeling van 11 juni 2025 immers aangekondigd vier weken na de zitting een beslissing te nemen. Partijen wisten dus dat zij vanaf vier weken ná 11 juni 2025 een afschrift van die beschikking konden krijgen.

De griffie van de rechtbank heeft vervolgens verzuimd aan de verplichting van artikel 290 lid 3 Rv om aan belanghebbenden zo spoedig mogelijk een afschrift van de beschikking te sturen. Dit verzuim kan echter niet met het wijzigen van de datum van de uitspraak recht worden gezet.

3. De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om de beschikking van 9 juli 2025 te verbeteren af.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. H.E. Spruit, kinderrechter, in samenwerking met mr. A. Minkjan als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025 door mr. N. Chedra, kinderrechter.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Minkjan als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand