ECLI:NL:RBGEL:2026:8178

ECLI:NL:RBGEL:2026:8178

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer C/05/470610 / ZJ RK 26-653 en C/05/470617 / ZJ RK 26-654
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor kortere duur dan oorspronkelijk verzocht, uitleg waarom vader zonder gezag wel als belanghebbende aangemerkt wordt en uitleg waarom het de dag voor de zitting gewijzigde verzoek niet wordt meegenomen omdat dat in strijd is met de goede procesorde.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Zutphen

Zaaknummers: C/05/470610 / ZJ RK 26-653 en C/05/470617 / ZJ RK 26-654

Datum uitspraak: 30 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling (van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ) en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing (van [minderjarige 2] )

in de zaak van

[instelling] ,

de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] en

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de verzoekschriften met bijlagen, van 23 juli 2026;

de (verwijzings)beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 28 juli 2026;

de berichten van de GI van 23 september 2026;

de berichten van de GI van 24 september 2026 met als bijlagen de [naam] ;

de berichten van de GI van 29 september 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De vader is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling. De kinderrechter stelt vast dat de vader correct is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. [minderjarige 2] heeft zijn mening niet kenbaar gemaakt.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 september 2026 het gezag van de vader over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] beëindigd. Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De kinderrechter van deze rechtbank heeft in de beschikking van 2 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 5 april 2026 en het resterende deel van het verzoek aangehouden.

De kinderrechter van deze rechtbank heeft in de beschikking van 28 oktober 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 5 april 2026.

De kinderrechter van deze rechtbank heeft in de beschikking van 1 april 2026 de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 5 oktober 2026.

De kinderrechter van deze rechtbank heeft in de tussenbeschikking van 3 april 2026 met spoed een machtiging verlengd om [minderjarige 2] uit huis te plaatsten in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 3 mei 2026 en de beslissing op het resterende deel van het verzoek (verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling) aangehouden.

De kinderrechter van deze rechtbank heeft in de beschikking van 15 april 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] verlengd tot 5 oktober 2026.

[minderjarige 1] woont bij de moeder en de stiefvader. [minderjarige 2] verblijft in woonvoorziening van [stichting] .

De rechtbank Midden-Nederland heeft in de beschikking van 28 juli 2026 zich onbevoegd verklaard om van de verzoeken van de GI kennis te nemen en de zaken verwezen naar deze rechtbank.

3. De verzoeken van de GI

De GI verzoekt in de verzoekschriften van 23 juli 2026 om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Bij bericht van 29 september 2026 heeft de GI de verzoeken gewijzigd. De GI verzoekt daarin ten aanzien van [minderjarige 1] om de ondertoezichtstelling niet te verlengen en dus de ondertoezichtstelling te beëindigen. Ten aanzien van [minderjarige 2] verzoekt de GI primair om de maatregelen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing te beëindigen, en subsidiair om de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van drie maanden.

4. De standpunten

De moeder heeft tijdens de zitting aangegeven zij een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] niet nodig vindt, maar van [minderjarige 2] wel. De moeder vindt het prettig dat er nog iemand meekijkt en haar ondersteunt.

Het standpunt van de vader is niet bekend.

5. De beoordeling

Positie van de vader

Bij beschikking van deze rechtbank van 22 september 2026 is het gezag van de vader beëindigd en is de moeder eenhoofdig belast met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Ten tijde van de indiening van het verzoek door de GI en de verwijzingsbeschikking van de rechtbank Midden-Nederland waren de ouders beiden nog belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De kinderrechter heeft de vader op dat moment daarom aangemerkt als belanghebbende in deze procedure.

De GI heeft in de berichten van 23 september 2026 aangegeven dat de uitnodiging voor de zitting aan de vader ingetrokken moet worden omdat de vader geen gezag meer heeft over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De kinderrechter heeft op 24 september 2026 aan de GI bericht dat de uitnodiging aan de vader niet wordt ingetrokken en dat een en ander tijdens de zitting wordt toegelicht/besproken.

Volgens artikel 798 Wetboek van Rechtsvordering (hierna: Rv) wordt onder een belanghebbende verstaan degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft.

Tijdens de zitting is besproken dat de kinderrechter de positie van de vader niet wijzigt van belanghebbende naar informant. Normaliter wordt een ouder zonder gezag door de rechtbank aangemerkt als informant, maar het is niet zonder meer zo dat een ouder zonder gezag geen belanghebbende meer kan zijn. De kinderrechter ziet aanleiding om de vader in deze procedure als belanghebbende te blijven aanmerken. Daarbij neemt de kinderrechter in aanmerking dat het gezag van de vader pas heel recent is beëindigd en de termijn voor het instellen van hoger beroep nog loopt. Doorslaggevend om de vader aan te merken als belanghebbende is dat -in ieder geval ten tijde van het indienen van het verzoek door de GI- een van de voornaamste doelen van de ondertoezichtstelling was om tot contactherstel tussen de vader en de kinderen te komen. Dat betekent dat de verzoeken rechtstreeks betrekking hebben op de rechten of verplichtingen van de vader.

Wijziging verzoeken

Op grond van artikel 5.13 Procesreglement Civiel jeugdrecht, juli 2026, kan een ter zitting gedaan verzoek tot wijziging/aanvulling van het schriftelijke verzoek in de beoordeling worden betrokken indien alle belanghebbenden tijdens de zitting aanwezig zijn en in de gelegenheid zijn gesteld hun mening daarover kenbaar te maken. De GI heeft het verzoek een dag voor de zitting schriftelijk gewijzigd. De kinderrechter kan niet vaststellen of de vader hiervan op de hoogte is en zich heeft kunnen voorbereiden en verweren, zoals een goede procesorde, gelet op artikel 283 jo 130 Rv, verlangt. De vader is tijdens de zitting niet verschenen, zodat de kinderrechter de wijziging van het verzoek niet met de vader heeft kunnen bespreken. Het in behandeling nemen van het gewijzigde verzoek van de GI is in deze situatie dan ook in strijd met de goede procesorde.

De kinderrechter laat daarom het gewijzigde verzoek buiten beschouwing en beslist op de oorspronkelijk ingediende verzoeken van de GI. De kinderrechter neemt dat wat tijdens de zitting is besproken en toegelicht, wel mee in de beoordeling van de voorliggende verzoeken.

Verlenging ondertoezichtstelling [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van zes maanden en wijst het resterende deel van het verzoek af.

De verlenging van de ondertoezichtstelling is naar het oordeel van de kinderrechter nog steeds nodig, ondanks dat de GI heeft aangegeven dat dat niet meer zo is en de ondertoezichtstelling van beide kinderen niet verlengd hoeft te worden.

Uit het gesprek met [minderjarige 1] is naar voren gekomen dat [minderjarige 1] er onverminderd last van heeft dat haar vader over haar grenzen heen gaat door nog steeds contact met haar te zoeken. Daarnaast heeft [minderjarige 1] er last van dat [minderjarige 2] regelmatig ineens thuis bij de moeder en [minderjarige 1] op de stoep staat, tegen de afspraken in. [minderjarige 1] wil graag hulp krijgen bij het verwerken van dingen en is aangemeld voor traumabehandeling. Die behandeling is echter nog niet gestart. [minderjarige 1] wil in de toekomst wel weer contact met de vader, maar daarvoor moet de vader eerst laten zien dat hij haar grenzen accepteert en naar haar luistert. Het is wat de kinderrechter betreft aan de GI om daarover in gesprek te gaan met zowel [minderjarige 1] als de vader, om te bespreken wat er over en weer van elkaar verwacht mag worden en hoe er eventueel in de toekomst wel tot contactherstel gekomen kan worden.

[minderjarige 2] heeft in de afgelopen periode positieve stappen gezet in zijn ontwikkeling en stabiliteit. Er is gewerkt aan contactherstel met de vader en ook daarin zijn positieve stappen gezet. Dit blijft echter wel een kwetsbaar proces en de kinderrechter is van oordeel dat het belangrijk is dat de GI daarin ook de komende periode nog een sturende rol oppakt.

De kinderrechter ziet dat de moeder goed meewerkt en goed in contact is met de GI/jeugdbeschermer, maar er gebeuren nog steeds dingen die buiten de macht van de moeder liggen. Het is belangrijk dat de moeder daarin in ieder geval de komende maanden nog wordt ondersteund en dat er goede afspraken gemaakt worden over voortzetting van de hulpverlening in een vrijwillig kader. Wat de kinderrechter betreft moet dat eerst goed opgezet worden, en is het niet helpend als de ondertoezichtstelling nu ineens binnen een paar dagen afgesloten gaat worden omdat de huidige maatregel enkele dagen na de zitting expireert.

Daarnaast speelt mee dat als de GI van mening is dat een verlenging van de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk is, de GI de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) hiervan op de hoogte moet brengen. De Raad bepaalt vervolgens of de GI een verlengingsverzoek moet indienen. De GI heeft tijdens de zitting aangegeven dat niet aan de Raad is voorgelegd dat de GI voornemens is om de ondertoezichtstelling af te sluiten.

De kinderrechter acht het van belang dat er in de komende zes maanden door de GI nog sturing en regie wordt gegeven op de hierboven genoemde onderwerpen en dat onderzocht gaat worden met welke afspraken en onder welke voorwaarden de hulpverlening overgedragen kan worden naar een vrijwillige kader, waarbij er dan ook een gedegen overdrachtsplan komt. In deze periode dient de GI de voorgenomen beëindiging van de ondertoezichtstelling ter toetsing voor te leggen aan de Raad.

De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

Verlenging uithuisplaatsing [minderjarige 2]

De kinderrechter is van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding of tot onderzoek van zijn geestelijke of lichamelijke toestand.

De GI voert aan mogelijkheden te zien om de benodigde ondersteuning in het vrijwillige kader in te zetten omdat de moeder erachter staat dat [minderjarige 2] binnen een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verblijft. Nu de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] wordt verlengd, is het alleen daarom al nodig dat ook de uithuisplaatsing van [minderjarige 2] middels een machtiging wordt geborgd. Los daarvan, overweegt de kinderrechter dat, ook in de situatie waarin de moeder achter de uithuisplaatsing staat, een gedegen plan opgesteld moet worden ten behoeve van een overdracht van de uithuisplaatsing van [minderjarige 2] naar een vrijwillig kader, met ook een borgingsplan. Dat is er op het moment van de zitting nog niet, en ook daarin ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te verlengen, voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ;

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ;

tot 5 april 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] voornoemd in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het anders of meer verzochte.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026 door

mr. E. Troost, kinderrechter, in aanwezigheid van L. Stoevenbelt als griffier, en op schrift gesteld op 14 oktober 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand