ECLI:NL:RBGEL:2026:7931

ECLI:NL:RBGEL:2026:7931

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 12-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 05/166078-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Vrijspraak van het opzettelijk afleveren, verstrekken, dan wel aanwezig hebben van hoeveelheden cocaïne en heroïne.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/166078-26

Datum uitspraak : 12 oktober 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

Raadslieden: mr. R.A.M. Koolen en mr. T.A. van der Kloos.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting

van 28 september 2026.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 4 april 2026 tot en met 5 april 2026 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,- ongeveer 5.886,59 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne en/of- ongeveer 13.954,31 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne,(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit.

3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Uit het dossier blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] op 5 april 2026 om 01.45 uur staande is gehouden op de rijksweg A1 ter hoogte van het knooppunt Beekbergen richting Deventer. In de auto bleken onder de bestuurdersstoel en de bijrijdersstoel verborgen ruimten ingebouwd te zijn, waarin pakketten werden aangetroffen die leken op drugspakketten. Het ging om 21 blokken, één gesealde beige zak van ongeveer 500 gram en 5 zwarte zakken van ongeveer 500 gram per stuk. Door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) werden monsters van de pakketten positief getest op heroïne en cocaïne. Uit het onderzoek van het NFI blijkt dat in de auto in totaal 5.886,59 gram heroïne en 13.954,31 gram cocaïne werd aangetroffen.

In de bij de medeverdachte in beslag genomen Samsung telefoon zijn chatberichten aangetroffen waaruit de rechtbank afleidt dat de medeverdachte de opdracht krijgt om op 4 april 2026 om 20.00 uur in Amsterdam te zijn. De medeverdachte stuurt meerdere berichten die gaan over het ‘laden’. Zo stuurt hij op 4 april 2026 ‘waar gaan we laden’ en ‘Kam je kijke plek om te lade idb van [adres]’. Om 18:49 uur stuurt de medeverdachte dat hij aan het laden is. Op dat moment straalt de bij hem in beslag genomen iPhone uit op de [adres] in Amsterdam.

Uit het DNA-onderzoek blijkt dat op de drugspakketten DNA-sporen zijn aangetroffen die overeenkomen met het DNA-profiel van verdachte. Verder onderzoek heeft uitgewezen dat verdachte aan de [adres] in Amsterdam woont. Verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij in of omstreeks de periode van 4 tot en met 5 april 2026 de hiervoor genoemde hoeveelheden heroïne en cocaïne opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt, dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad.

De rechtbank overweegt als volgt. Hoewel DNA-sporen op de drugspakketten zijn aangetroffen die overeenkomen met het DNA-profiel van verdachte en het erop lijkt dat de drugs in de straat waar verdachte woont zijn opgehaald, is de rechtbank van oordeel dat dit onvoldoende is om vast te stellen dat verdachte de drugs in of omstreeks de periode van 4 tot en met 5 april 2026 aan de medeverdachte heeft verstrekt dan wel afgeleverd. Ook heeft de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat verdachte de drugs in de tenlastegelegde periode voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht het tenlastegelegde daarom niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte vrijspreken.

4. De beslissing

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W.H.S. Duinkerke
  • mr. A.T.G. van Wandelen

Griffier

  • mr. J. Hut

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand