RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/287582-25
Datum uitspraak : 8 september 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] ,
wonend aan [adres] in [woonplaats] ,
raadsman: mr. M.P. Smit, advocaat in Almelo.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte (hierna ook: [verdachte] ) is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 10 oktober 2025 te Winterswijk
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[aangever 1] en/of [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van schoenen, JBL oordopjes, sleutels, een horloge (merk Regal), een armband, Apple Airpods Pro 2, een Iphone 14, een ID-kaart, en/of een fietssleutel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of een derde toebehoorde(n), door
2. De bewezenverklaring
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Bewezen kan worden dat:
hij op of omstreeks 10 oktober 2025 te Winterswijk
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een anderen wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[aangever 1] en/of [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van schoenen, JBL oordopjes, sleutels, een horloge (merk Regal), een armband, Apple Airpods Pro 2, een Iphone 14, een ID-kaart, en/of een fietssleutel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of een derde toebehoorde(n), door
De rechtbank heeft taal- of schrijffouten in de tenlastelegging verbeterd. [verdachte] is hierdoor niet in zijn belang geschaad.
De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van die onderdelen van de tenlastelegging die niet zijn bewezen.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen .
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van [verdachte] geheel uitsluiten. [verdachte] is strafbaar.
7. De motivering van de straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de rechtbank gevraagd om het jeugdstrafrecht toe te passen. Zij heeft geëist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 4 dagen, met aftrek van de tijd die hij in verzekering heeft doorgebracht.
Daarnaast heeft de officier van justitie een werkstraf geëist van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk. De officier van justitie eist daarbij een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank gevraagd om het jeugdstrafrecht toe te passen. Hij heeft te kennen gegeven dat hij zich kan vinden in de eis van de officier van justitie.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan [verdachte] moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en met de inhoud van de volgende stukken:
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Strafblad
De rechtbank stelt vast dat [verdachte] niet eerder door een rechter is veroordeeld voor strafbare feiten.
De ernst van het feit
[verdachte] heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een straatroof. Terwijl de slachtoffers ( [aangever 2] en [aangever 1] ) dachten dat ze een afspraak hadden met [persoon] , is [verdachte] samen met twee anderen naar de locatie van de afspraak gegaan. Hier heeft hij [aangever 2] bij zijn arm vastgepakt en meegenomen naar een donkere steeg. [aangever 1] werd door een van de medeverdachten bij zijn keel en jas gegrepen en ook meegenomen. Hierbij is geslagen en geschopt. In de steeg moesten [aangever 2] en [aangever 1] spullen die zij bij zich hadden afstaan. Daarna zijn [verdachte] en de medeverdachten vertrokken en hebben zij [aangever 1] en [aangever 2] in de steeg achtergelaten. Een straatroof als deze zorgt voor veel angst en onrust bij de slachtoffers. Bovendien leiden feiten als deze tot onrust en angst in de maatschappij. Dit rekent de rechtbank [verdachte] aan.
De rechtbank overweegt dat [verdachte] al snel na de straatroof contact heeft gehad met [aangever 2] om de huissleutels van [aangever 2] terug te geven en zijn excuses aan te bieden. Ook tijdens de zitting heeft de rechtbank de indruk gekregen dat [verdachte] inziet dat hij niet goed heeft gehandeld. Daar komt bij dat [verdachte] zich goed heeft gehouden aan de afspraken met de reclassering tijdens het schorsingstoezicht en dat hij zich inzet voor de behandeling bij Transfore. De rechtbank weegt dit mee in het voordeel van [verdachte] .
Het advies van de reclassering
De reclassering adviseert de rechtbank om het jeugdstrafrecht toe te passen. De reclassering heeft de indruk dat [verdachte] de gevolgen en risico’s van zijn eigen handelen nog niet goed kan inschatten en dat hij zich laat beïnvloeden door zijn vrienden. De reclassering heeft geen contra-indicaties gesignaleerd voor toepassing van het jeugdstrafrecht.
Toepassing jeugdstrafrecht
Ten tijde van de straatroof was [verdachte] pas net meerderjarig. De rechtbank zal het jeugdstrafrecht toepassen, zoals door de reclassering is geadviseerd. Dit doet de rechtbank omdat uit het advies van de reclassering en ook op zitting de indruk is ontstaan dat [verdachte] impulsief heeft gehandeld, zich heeft laten beïnvloeden door de medeverdachten en dat hij de gevolgen van wat hij deed bij het plegen van het strafbare feit niet goed kon overzien. Ook lijkt beïnvloeding door vrienden een rol te hebben gespeeld. De rechtbank is van oordeel dat een pedagogische en gestructureerde aanpak in het kader van het jeugdstrafrecht het best aansluit bij de ontwikkeling en behoefte van [verdachte] .
Alles afwegende vindt de rechtbank een straf zoals door de officier van justitie is geëist passend voor [verdachte] . Dit komt neer op een jeugddetentie van 4 dagen, met aftrek van de tijd die [verdachte] in verzekering heeft doorgebracht. Dit betekent dat [verdachte] deze dagen al heeft uitgezeten en dus niet meer terug hoeft naar de gevangenis.
Naast de jeugddetentie legt de rechtbank [verdachte] een werkstraf op van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke deel van de werkstraf verbindt de rechtbank een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden die zijn geadviseerd door de reclassering, te weten: een meldplicht bij de reclassering, de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden (indien nodig), ambulante behandeling, meewerken aan middelencontrole en een contactverbod met [aangever 2] en [aangever 1] .
De rechtbank zal het inmiddels geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van [verdachte] opheffen, gelet op de duur van de voorlopige hechtenis die hij al heeft ondergaan.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat [verdachte] het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen wat [verdachte] meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart [verdachte] hiervoor strafbaar;
veroordeelt [verdachte] wegens het bewezenverklaarde tot:
bepaalt dat van die werkstraf 60 (zestig) uur niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaar onder de algemene voorwaarde dat [verdachte] zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en
stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte] gedurende de proeftijd:
1. zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met [verdachte] opnemen voor de eerste afspraak;
2. deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, voor zover en zolang de reclassering de training nodig vindt. [verdachte] houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer. Mocht de gedragsinterventie veel overlap hebben met de ambulante behandeling of de combinatie zorgt voor overvraging, dan zal de gedragsinterventie komen te vervallen;
3. meewerkt aan een behandeling door Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling is gericht op het versterken van het zelfbeeld van [verdachte] en het verwerken van zijn pestverleden;
4. meewerkt aan controle op het gebruik van alcohol en drugs om het gebruik te leren beheersen. De controles kunnen bestaan uit urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest). De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
5. zich onthoudt van -direct of indirect- contact met de aangevers: [aangever 1] , geboren op [geboortedag] 2007 en [aangever 2] , geboren op [geboortedag] 2010, zolang het Openbaar Ministerie (OM) dit contactverbod nodig vindt;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden 1 tot en met 4 en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die [verdachte] in verzekering heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;
heft het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis op.