ECLI:NL:RBGEL:2025:9730

ECLI:NL:RBGEL:2025:9730, Rechtbank Gelderland, 27-03-2025, 377336-24

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 27-03-2025
Datum publicatie 20-11-2025
Zaaknummer 377336-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0005289

Samenvatting

de rechtbank veroordeelt een 22-jarige man tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 100 uur voor het belaging en bedreiging van zijn ex-vriendin.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/377336-24

Datum uitspraak : 27 maart 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 2003 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] in [woonplaats 1] .

Raadsman: mr. H. de Boer, advocaat in Zutphen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 10 september 2024 tot en met 2 november 2024 te [plaats] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door

- die [slachtoffer] veelvuldig met berichten via Whatsapp, Instagram, Facebook, TikTok, Snapchat, voicemail en/of e-mail te benaderen, en/of

- die [slachtoffer] veelvuldig, meermalen, (anoniem) te bellen, en/of

- in te loggen op het TikTok account van die [slachtoffer] en/of daarop de berichten van die [slachtoffer] te bekijken, met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 oktober 2024 tot en met 25 oktober 2024 te [plaats] , althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] (via de voicemail) dreigend de woorden toe te voegen

- " ik zeg het je al vast, je gaat politie beveiliging nodig hebben, anders heb ik er wel 5 of 10 voor je, beter ga je onderschuilen want dit is oorlog"

- " je hebt zoveel geluk dat hij weigerde toen je langsreed, ik zweer het ik had je hele kankerkop eraf geblazen, mijn tijd komt nog, het gaat gebeuren. Het is geen bedreiging, het is een belofte. De foto's waar ik het ove rhad, had ik toch wel en staan nu online wacht maar tot die kogel komt", en/of

- " je bent nergens meer veilig. Niet op het werk, niet op school, niet op het station. Je bent de lul en je komt er nog wel achter", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van feit 1 en feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 11 t/m p. 15, met bijlagen;

- het proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie, p. 138;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 171 t/m p. 176;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 maart 2025.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 10 september 2024 tot en met 2 november 2024 te [plaats] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door

- die [slachtoffer] veelvuldig met berichten via Whatsapp, Instagram, Facebook, TikTok, Snapchat, voicemail en/of e-mail te benaderen, en/of

- die [slachtoffer] veelvuldig, meermalen, (anoniem) te bellen, en/of

- in te loggen op het TikTok account van die [slachtoffer] en/of daarop de berichten van die [slachtoffer] te bekijken, met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 oktober 2024 tot en met 25 oktober 2024 te [plaats] , althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] (via de voicemail) dreigend de woorden toe te voegen

- " ik zeg het je al vast, je gaat politie beveiliging nodig hebben, anders heb ik er wel 5 of 10 voor je, beter ga je onderschuilen want dit is oorlog"

- " je hebt zoveel geluk dat hij weigerde toen je langsreed, ik zweer het ik had je hele kankerkop eraf geblazen, mijn tijd komt nog, het gaat gebeuren. Het is geen bedreiging, het is een belofte. De foto's waar ik het over had, had ik toch wel en staan nu online wacht maar tot die kogel komt", en/of

- " je bent nergens meer veilig. Niet op het werk, niet op school, niet op het station. Je bent de lul en je komt er nog wel achter", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

belaging

feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur te vervangen door 50 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de officier van justitie een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand gevorderd met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd en met aftrek van het voorarrest. Verder heeft de officier van justitie oplegging van een 38v Sr maatregel gevorderd in de vorm van een contact- en locatieverbod voor een periode van twee jaar, met per overtreding één week hechtenis. De officier van justitie heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van zowel de bijzondere voorwaarden als van de artikel 38v Sr maatregel gevorderd. Tot slot verzoekt de officier van justitie de opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat een taakstraf van 100 uur teveel is en dat meer rekening gehouden dient te worden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De verdediging kan zich vinden in het advies van de reclassering. De raadsman heeft bepleit dat hij, in lijn met de reclassering, geen indicaties ziet voor het verlengen van het contact- en locatieverbod. Verdachte heeft zich afgelopen maanden goed aan deze verboden gehouden en hij heeft gedurende het schorsingstoezicht overal goed aan meegewerkt.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het belagen en bedreigen van zijn ex-vriendin. Verdachte heeft zijn ex-vriendin, nadat zij de relatie met verdachte had verbroken, ruim 6 weken lang op een zeer indringende en dreigende manier, veelvuldig belaagd met berichten via sociale media en door anoniem te bellen. In deze berichten en voicemails werd zij meerdere malen met de dood bedreigd. Belaging, in het normale spraakgebruik ook wel stalking genoemd, is een zeer hinderlijk en angstaanjagend feit. Stalking heeft een grote impact op slachtoffers, die zich daardoor ernstig beperkt voelen in hun bewegingsvrijheid en constant geconfronteerd worden met ongewenst (en in dit geval beangstigend) contact. Verdachte heeft met zijn gedragingen ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. De rechtbank rekent hem dat aan. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring blijkt dat de belaging en bedreiging – ook in dit geval – grote impact hebben gehad op het slachtoffer. Zij voelt zich nog altijd angstig, is altijd alert op de mogelijke aanwezigheid van verdachte, heeft op advies van de politie een tijd niet thuis kunnen wonen en niet naar school gekund en vreest voor herhaling van de feiten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van 3 februari 2025 van verdachte waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een vergelijkbaar strafbaar feit.

Uit het reclasseringsadvies van 27 februari 2025 volgt dat verdachte in die periode kampte met een forse toename van het gebruik van alcohol en drugs. Daarnaast is verdachte bekend met ADHD. Dit kan leiden tot verlies van impulscontrole, hyperfocus en ontremd gedrag. Het recidiverisico wordt door de reclassering geschat als gemiddeld. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden:

Verdachte heeft tijdens de terechtzitting aangegeven dat hij bereid is om zich aan de voorwaarden te houden.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank verder rekening gehouden met het feit dat verdachte inmiddels enkele maanden – al voordat hij werd aangehouden – geen contact meer heeft gezocht met het slachtoffer, dat hij is gestopt met het gebruiken van drugs, dat hij spijt heeft betuigd en dat hij bereid is om aan zijn problemen te werken.

De rechtbank acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en met aftrek van het voorarrest passend en geboden. De rechtbank zal aan deze voorwaarden een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod voor de [adres 2] te [postcode 2] [plaats] toevoegen. De rechtbank legt daarnaast een taakstraf op van 100 uur. Een korte taakstraf, zoals bepleit, doet onvoldoende recht aan de ernst van de feiten.

De rechtbank zal geen artikel 38v Sr maatregel opleggen, omdat niet aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Dit geldt ook voor het dadelijk uitvoerbaar verklaren van de bijzondere voorwaarden.

Tot slot beveelt de rechtbank de opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met de ten laste gelegde feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 14.074,10 aan materiële schade en € 3.500,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met aftrek van de gevorderde borg van de gehuurde vakantiehuisjes, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard dan wel dat de vordering dient te worden afgewezen wat betreft de materiële schade. De verdediging heeft ten aanzien van de gevorderde huur van de vakantiehuisjes en de benzinekosten bepleit dat het onwaarschijnlijk is om te geloven dat het slachtoffer vreesde dat zij daadwerkelijk in gevaar was en daardoor haar woning moest verlaten en moest onderduiken in vakantiehuisjes. Verdachte was al weken gestopt met zijn delictgedrag en is na zijn aanhouding in bewaring gesteld onder schorsende voorwaarden, waaronder een contact- en locatieverbod. Daarnaast vraagt de verdediging zich af of er geen goedkopere opties waren om te verblijven. Ten aanzien van de gevorderde kosten die zien op de studievertraging stelt de verdediging zich op het standpunt dat er geen causaal verband tussen het delictgedrag en de studievertraging kan worden vastgesteld, nu er een objectieve en onderbouwde professionele verklaring ontbreekt. Met betrekking tot de immateriële schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze dient te worden gematigd omdat er geen actuele objectieve (medische) onderbouwing van psychische schade is overlegd.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

Huur vakantiehuisjes

De rechtbank is van oordeel dat de kostenpost met betrekking tot de huur van de vakantiehuisjes (€ 851,56) voldoende onderbouwd is. Ter zitting is naar voren gekomen dat de benadeelde door de politie werd geadviseerd om een tijd op een andere plek te verblijven. Daarnaast zijn de gevorderde kosten onderbouwd met facturen. De rechtbank zal een bedrag van € 195,00 (3 keer € 65,00) van het gevorderde bedrag aftrekken. Dit betreft de borg die de benadeelde heeft teruggekregen.

Benzinekosten

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde benzinekosten onvoldoende rechtstreeks verband houden met de tenlastegelegde feiten, omdat de kosten niet door de benadeelde zelf zijn gemaakt. Daarnaast is onvoldoende komen vast te staan door wie, wanneer en hoe vaak de benadeelde is bezocht. De benadeelde partij is daarom voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Studievertraging

De rechtbank is van oordeel dat het gevorderde bedrag met betrekking tot de studievertraging (€ 13.112,50) voldoende onderbouwd en toewijsbaar is. Gelet op de toelichting, de brief van [hulpverleningsorganisatie] en de cijferlijst acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat de benadeelde studievertraging heeft opgelopen ten gevolge van de ten laste gelegde feiten. Het feit heeft immers plaatsgevonden in het begin van het studiejaar.

Het totale bedrag aan materiële schade dat de rechtbank toewijst bedraagt daarmee

€ 13.769,06.

Smartengeld

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door het feit heeft benadeelde ernstige psychische schade opgelopen. De belaging en bedreiging hebben een gevoel van angst en onveiligheid veroorzaakt. De aard en ernst van de normschending brengen in dit geval met zich dat de gestelde nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank is aldus van oordeel dat de benadeelde immateriële schade heeft geleden die het rechtstreekse gevolg is van de door de verdachte gepleegde feiten. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 2.500,00 vaststellen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

In totaal zal de rechtbank dus een schadevergoeding toewijzen van € 16.269,06 die bestaat uit:

Verdachte is vanaf 13 november 2024 (datum laatste betaling vakantiehuisje) wettelijke rente over het toegewezen bedrag van € 656,56 aan huur van de vakantiehuisjes verschuldigd. Over de bedragen van € 13.112,50 (studievertraging) en € 2.500,00 (immateriële schade) is verdachte vanaf 2 november 2024 (laatste dag van de tenlastegelegde periode) verschuldigd.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. verdachte zich meldt na het onherroepelijk worden van het vonnis bij de Reclassering Nederland op het adres Rosariumstraat 41, 7311 JR Apeldoorn , om een eerste afspraak te maken. Verdachte blijft zich daarna melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

2. verdachte zich laat behandelen door een instelling als Transfore te Apeldoorn of Trajectum te Zutphen of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start wanneer verdachte als cliënt is geaccepteerd door de instelling. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering/behandelaar nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

3. verdachte meewerkt aan controle van het gebruik op cocaïne, of ieder ander middel (wanneer de ontwikkelingen hier aanleiding toe geven) om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

4. verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2004, wonende te [adres 2] in [postcode 2] [plaats] ;

5. verdachte zich gedurende de proeftijd niet mag bevinden op de [straatnaam] te [plaats] , zolang het openbaar ministerie dit gedurende de proeftijd nodig vindt

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de volgende voorwaarden: 1, 2 en 3 en verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.

Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt op een taakstraf van 100 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Benadeelde partij [slachtoffer]

 verklaart de benadeelde [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en immateriële schade;

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.M.P.T. Blokhuis
  • mr. R.M. Schoo

Griffier

  • mr. D. van Doorn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand