ECLI:NL:RBDHA:2026:31537

ECLI:NL:RBDHA:2026:31537

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-10-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer NL26.24860 en NL26.24861
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Dublin, Frankrijk, Tarakhel arrest, medische omstandigheden, beroep gegrond.

Uitspraak

[eiseres] ,

geboren op [geboortedag] 2004, van Sierra Leoonse nationaliteit, eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)

(gemachtigde: mr. A. Berends),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M. IJsbrands).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, alsmede haar verzoek om een voorlopige voorziening. De minister heeft de asielaanvraag van eiseres met het bestreden besluit van 1 mei 2026 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 20 oktober 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk in de Engelse taal is verschenen I.M. Khokhar. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag niet in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Frankrijk een verzoek om overname gedaan. Frankrijk heeft dit verzoek aanvaard.

Bijzondere kwetsbaarheid

5. Eiseres heeft verschillende beroepsgronden ingediend en voert onder andere aan dat verweerder onvoldoende heeft onderkend dat zij een bijzonder kwetsbare vreemdeling is in de zin van het arrest Tarakhel. Eiseres heeft aangifte gedaan van mensenhandel en ervaart medische klachten. Frankrijk is hierover niet geïnformeerd door verweerder. Het staat niet vast dat eiseres de opvang en zorg in Frankrijk zal ontvangen die zij nodig heeft. Daarbij verwijst eiseres naar het AIDA-rapport Frankrijk, update 2025. Volgens eiseres volgt hieruit dat een groot deel van de Dublinclaimanten die terugkeren naar Frankrijk (hierna: Dublinterugkeerders) geen opvang krijgen en dat zorgen bestaan over de situatie voor kwetsbare asielzoekers. Gezien de kwetsbare situatie van eiseres had verweerder aan Frankrijk om aanvullende garanties moeten verzoeken zodat de opvang en zorg van eiseres verzekerd zijn.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat van bijzondere kwetsbaarheid geen sprake is. Eiseres heeft niet onderbouwd dat zij bijzonder kwetsbaar is en dat extra persoonlijke garanties nodig zijn. Het strafrechtelijk onderzoek naar de signalen van mensenhandel is geseponeerd vanwege gebrek aan bewijs. Bovendien ontvangt eiseres geen specialistische medische behandeling en kan Frankrijk dezelfde zorg bieden als Nederland.

De rechtbank overweegt dat uit het arrest Tarakhel volgt dat de verzoekende lidstaat voor bijzonder kwetsbare personen voorafgaand aan de overdracht aanvullende garanties moet vragen aan de ontvangende lidstaat, indien de vreemdeling aantoont dat hij zonder die garanties geen toereikende zorg- en opvangvoorzieningen zal kunnen krijgen. Uit de uitspraak van de Afdeling van 3 december 2015 volgt dat het Tarakhel-arrest naast gezinnen met minderjarige kinderen ook van toepassing kan zijn op andere bijzondere kwetsbare personen indien aannemelijk is gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden, waarbij het geslacht, de leeftijd en de gezondheidstoestand van de vreemdelingen ook van belang kunnen zijn. Verder ligt de bewijslast dat er sprake is van betreffende bijzondere kwetsbaarheid bij de vreemdeling.

De rechtbank oordeelt hierover als volgt. Eiseres heeft als bijzondere omstandigheden, naast haar slachtofferschap van mensenhandel, naar voren gebracht dat zij wegens haar medische problematiek als kwetsbare vrouw moet worden aangemerkt. Zij heeft in dit verband in beroep haar medisch journaal overgelegd. Uit dit journaal blijkt onder meer dat eiseres heeft verklaard te kampen met verschillende medische klachten, dat haar medicatie is voorgeschreven en dat zij op 20 augustus 2026 is doorverwezen naar de GGZ wegens psychische problematiek. De huisarts heeft in dat kader een spoedafspraak met de GGZ gemaakt. Daarnaast heeft de rechtbank ook ter zitting waargenomen, dat eiseres ter plaatse medische hulp nodig had.

Met betrekking tot de toegang tot gezondheidszorg in Frankrijk vermeldt het AIDA-rapport het volgende:

‘The asylum applicant must submit documentary evidence of the 3-month residence requirement, the legality of their stay in France, their marital status and the level of their resources. As a result, during this 3-month period asylum applicants cannot see a doctor for free, except in hospitals in case of emergency, which means a postponement of treatment. Similarly, because of the 3-month residence requirement, the compulsory examination upon entry into the accommodation centres cannot be set up, psychological care is not accessible and vulnerability assessments are rendered more complicated.”

De rechtbank leidt hieruit af dat asielzoekers de eerste drie maanden geen toegang hebben tot de gezondheidszorg, tenzij sprake is van een noodsituatie. De rechtbank acht het daarom niet aannemelijk dat eiseres in deze eerste drie maanden toegang zal hebben tot adequate (psychische) zorg.

Eiseres heeft verder naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat zonder individuele garanties van de Franse autoriteiten onvoldoende is gewaarborgd dat zij na overdracht toegang heeft tot adequate zorg- en opvangomstandigheden. In het AIDA-rapport van 2025 staat in paragraaf 2.7 het volgende over de situatie voor Dublinterugkeerders in Frankrijk:

“Applications of persons returned to France under the Dublin III Regulation are treated in the same way as any other asylum applications. […] Support and assistance to Dublin returnees remains complicated. […] Upon their arrival at the airport, the Border Police issues a safe conduct (sauf-conduit) which mentions the Prefecture where the asylum applicants have to submit their claim. This Prefecture may be located far from Paris, in Bretagne for example. The returnees have to reach the Prefecture on their own as no organisation or official service meets them. The centre cannot afford their travel within the French territory due to funding shortages.”

De rechtbank leidt hieruit af dat aanvragen van Dublinterugkeerders op dezelfde wijze behandeld worden als elk ander asielverzoek. Asielzoekers moeten zelf op eigen kosten naar de Prefectuur reizen voor het asielverzoek. Asielzoekers ontvangen geen assistentie bij deze reis. Uit dezelfde paragraaf volgt daarnaast dat Dublinterugkeerders belangrijke obstakels ervaren in de toegang tot opvangcentra. De rechtbank betrekt verder dat in het AIDA-rapport staat dat – hoewel er een verbeterprogramma is ingevoerd – er in Frankrijk nog altijd knelpunten bestaan met betrekking tot de identificatie en opvang van kwetsbare asielzoekers.

Op grond van voorgaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij als kwetsbaar aangemerkt dient te worden en dat er sprake is van tekortkomingen met betrekking tot de zorg- en opvangomstandigheden voor kwetsbare personen in Frankrijk. Zonder aanvullende individuele garanties staat niet vast dat eiseres in Frankrijk toereikende zorg en opvang zal ontvangen. Verweerder heeft dan ook ten onrechte geen aanvullende garanties aan Frankrijk gevraagd. De beroepsgrond slaagt. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om op de overige beroepsgronden van eiseres in te gaan.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt en verweerder een nieuw besluit moet nemen op eiseres asielaanvraag. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

7. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.

8. Omdat met deze uitspraak op het beroep is beslist, is er geen reden meer om de gevraagde voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe daarom af.

9. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.802,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroep- en een verzoekschrift heeft ingediend en heeft deelgenomen aan de zitting. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.24860:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;

De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.24861:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af:

De rechtbank/voorzieningenrechter, in beide zaken:

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.802,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E. van Bruggen, rechter, in aanwezigheid van

mr. L.J. Haghighi-Farid, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand