ECLI:NL:RBDHA:2026:31519

ECLI:NL:RBDHA:2026:31519

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-10-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer NL26.63212
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Vervolgberoep – bewaring – gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.63212

(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 17 juli 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 23 oktober 2026 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1998 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 3 september 2026 (in de zaak NL26.49879) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 2 september 2026, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.

4. Eiser voert aan dat indien er geen duidelijkheid komt over de termijn waarbinnen een lp aan eiser wordt afgegeven, geconcludeerd kan worden dat er geen zicht is op uitzetting binnen een afzienbare termijn en dat het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld dient te prevaleren boven het belang van verweerder om tot een uitzetting uit te komen. Eiser verwijst daarbij naar de lp die op 22 juli 2026 voor hem is aangevraagd en zijn geplande presentatie in persoon op 22 oktober 2026. Ook indien wordt aangegeven dat niet kan worden overgegaan tot afgifte van een lp, kan worden geconcludeerd dat geen zicht op uitzetting binnen een afzienbare tijd bestaat. Te meer gelet op de drieënhalve maand dat eiser reeds in bewaring heeft doorgebracht.

De rechtbank oordeelt als volgt.

5. Uit het voortgangsrapportage blijkt dat verweerder in de te beoordelen periode twee keer schriftelijk heeft gerappelleerd over de lp-aanvraag bij de Algerijnse autoriteiten en dat er twee vertrekgesprekken hebben plaatsgevonden. Daarbij heeft verweerder op 22 oktober 2026 een presentatie in persoon gepland voor eiser. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen aanknopingspunten voor het oordeel dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn voor Algerije in het algemeen, of in het bijzonder in het geval van eiser, is komen te ontbreken. Niet is gebleken dat het lp-traject bij de Algerijnse autoriteiten op niets zal uitlopen. Er is op dit moment geen reden om aan te nemen dat voor eiser geen lp zal worden verstrekt.

6. Ook overigens is niet gebleken dat de maatregel van vreemdelingenbewaring op enig moment in de te beoordelen periode onrechtmatig was.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 26 oktober 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. Y. Chakur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand