ECLI:NL:RBDHA:2026:31233

ECLI:NL:RBDHA:2026:31233

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-10-2026
Datum publicatie 23-10-2026
Zaaknummer NL26.40183 en NL26.40184
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Dublin Spanje. Nu eiser zijn verzoek om internationale rechtsbescherming vóór 12 juni 2026 is geregistreerd, zal de rechtbank conform de Afdeling dus toetsen aan de criteria van de Dublinverordening. Dat houdt onder meer in dat de rechtbank zich dus ook uit zal laten of de minister in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening de verantwoordelijkheid voor het asielverzoek van eiser aan zich had moet trekken. De rechtbank volgt eiser in het standpunt dat het onzorgvuldig is dat de minister heeft getoetst aan de Amb-verordening. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 6:22 van de Awb het geconstateerde gebrek te passeren en het bestreden besluit niet om die reden te vernietigen, omdat aannemelijk is geworden dat eiser daardoor in dit geval niet is benadeeld. Er kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel met Spanje. Er wordt niet voldaan aan de voorwaarden van het arrest C.K. en Tarakhel. Het beroep op artikel 17 van de Dublinverordening slaagt niet. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

[eiser],

geboren op [geboortedag] 1989, van Turkse nationaliteit, eiser en verzoeker, hierna: eiser

(gemachtigde: mr. P. Scholtes)

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. M. Hoppema).

Inleiding

1. Bij besluit van 17 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser van 4 mei 2026 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en daarnaast verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat hij de beslissing op het beroep in Nederland mag afwachten.

De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 7 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en zijn gemachtigde, M. Akar als tolk in de Turkse taal, en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de minister op goede gronden eisers asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is en de voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Juridisch kader

3. Op 12 juni 2026 is de Asiel- en Migratiebeheerverordening(Amb-verordening) in werking getreden. Artikel 83, eerste volzin, van de Amb-verordening bepaalt dat de Dublinverordening met ingang van 12 juni 2026 wordt ingetrokken.

Artikel 84, tweede lid, van de Amb-verordening bepaalt dat de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een vóór 12 juni 2026 ingediend verzoek om internationale bescherming, wordt bepaald volgens de in de Dublinverordening vastgelegde criteria.

In haar uitspraak van 7 oktober 2026 heeft de Afdeling prejudiciële vragen gesteld over hoe het overgangsrecht zoals bepaald in artikel 84, tweede lid, van de Amb-verordening moet worden uitgelegd. De Afdeling heeft ervoor gekozen om, in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen, een ruime uitleg te geven aan de rechtsbescherming van vreemdelingen. Dit houdt in dat alle aanvragen die vóór 12 juni 2026 geregistreerd zijn, zullen worden beoordeeld aan de hand van de criteria uit de Dublinverordening. Deze criteria zijn naar het voorlopig oordeel van de Afdeling niet beperkt tot de materiële criteria voor het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat uit hoofdstuk III van de Dublinverordening in het geval van overname, maar omvatten ook de bepalingen over terugname en de discretionaire en procedurele bepalingen, zoals de artikelen 17 en 29 van de Dublinverordening.

Nu eiser zijn verzoek om internationale rechtsbescherming vóór 12 juni 2026 is geregistreerd, zal de rechtbank dus toetsen aan de criteria van de Dublinverordening. Dat houdt onder meer in dat de rechtbank zich dus ook uit zal laten of de minister in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening de verantwoordelijkheid voor het asielverzoek van eiser aan zich had moet trekken.

Besluitvorming

4. Eiser heeft op 4 mei 2026 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze asielaanvraag met het bestreden besluit niet in behandeling genomen, omdat de autoriteiten van Spanje volgens de minister verantwoordelijk zijn voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Uit EU-VIS is namelijk gebleken dat eiser in Spanje een visum had dat geldig was van 1 mei tot en met 22 mei 2026. Op het moment van de asielaanvraag had eiser dus een geldig verblijfsrecht in Spanje. Daarom heeft Nederland op 2 juli 2026 de autoriteiten van Spanje verzocht eiser over te nemen. Op 7 juli 2026 zijn de autoriteiten van Spanje hiermee akkoord gegaan.

Besluitvorming onzorgvuldig

5. Allereerst stelt eiser zich op het standpunt dat de besluitvorming onzorgvuldig is. Zo heeft de minister ten onrechte zijn aanvraag behandeld met toepassing van de Amb-verordening. De claim is dan ook onjuist en onvoldoende voorbereid zodat Spanje niet volledig en juist is geïnformeerd. Verder heeft de gemachtigde van eiser het verslag van het gehoor Dublin/Amb-verordening (te) laat ontvangen. Pas in beroep heeft de minister het verslag van het gehoor overgelegd. Eiser heeft hierom in de besluitvormingsfase geen correcties en aanvullingen kunnen verrichten op het verslag van het gehoor. Eiser is van mening dat hierom sprake is van een onzorgvuldige besluitvorming in de zin van artikel 3:2 van de Awb.

De rechtbank oordeelt als volgt. Ter zitting heeft de minister uitgelegd dat de werkwijze ten aanzien van de gehoren onder de Amb-verordening niet is veranderd ten opzichte van hoe dit ging onder de Dublinverordening. Het verslag van het gehoor wordt nog steeds voorgelegd aan de vreemdeling voor correcties en aanvullingen. In de zaak van eiser is dit abusievelijk niet gebeurd, maar dat maakt volgens de minister niet dat de besluitvorming onzorgvuldig is. Volgens de minister volgt uit paragraaf C1/5.4.van de Vc namelijk dat de minister kan afzien van het bieden van gelegenheid voor het indienen van correcties en aanvullingen. Dat is in ieder geval mogelijk als dit naar het oordeel van de IND geen wezenlijke bijdrage levert aan de zorgvuldigheid van de besluitvorming of dat er anderszins een belang bestaat bij het spoedig kunnen nemen van een besluit op de aanvraag. De minister stelt zich op het standpunt dat hier sprake van is. In beroep heeft eiser alsnog correcties en aanvullingen ingediend op het gehoor. Deze correcties en aanvullingen leiden volgens de minister niet tot andere inzichten waardoor hij in deze zaak heeft kunnen afzien van het voorleggen van het gehoor voor correcties en aanvullingen. Daar komt bij dat eiser wel een zienswijze heeft gegeven voorafgaand aan het nemen van het bestreden besluit en de minister deze heeft betrokken in de besluitvorming. De rechtbank volgt de minister in dit standpunt en is van oordeel dat deze gang van zaken niet onzorgvuldig is geweest. Er is immers niet gebleken dat eiser met de correcties en aanvullingen omstandigheden heeft ingebracht waardoor het bestreden besluit geen stand kan houden.

De rechtbank volgt eiser in het standpunt dat het onzorgvuldig is dat de minister heeft getoetst aan de Amb-verordening. Zoals de rechtbank onder 3.2. en 3.3. uiteen heeft gezet, moeten aanvragen die zijn geregistreerd vóór 12 juni 2026 worden getoetst aan de Dublinverordening. Dit levert daarom een gebrek op. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 6:22 van de Awb het geconstateerde gebrek te passeren en het bestreden besluit niet om die reden te vernietigen, omdat aannemelijk is geworden dat eiser daardoor in dit geval niet is benadeeld. Eiser heeft niet onderbouwd wat de minister in zijn zaak anders had moeten doen en hoe eiser hierdoor in zijn belangen is geschaad. In de praktijk is er immers niet veel verschil tussen de werkwijze onder de Dublinverordening en onder de Amb-verordening. Zo heeft eiser een gehoor gehad en heeft hij zijn zienswijze naar voren kunnen brengen.

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

6. Daarnaast stelt eiser dat ten aanzien van Spanje niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.

De rechtbank overweegt als volgt. De minister mag er in het algemeen op vertrouwen dat de lidstaten die partij zijn bij de Dublinverordening, waaronder ook Spanje, hun internationale verplichtingen nakomen. Dit betekent dat de minister mag uitgaan van het vermoeden dat de behandeling van eiser na overdracht aan Spanje in overeenstemming is met de bepalingen uit het EVRM, het Handvest en het Vluchtelingenverdrag. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan omdat de asielprocedure in Spanje een fundamentele systeemfout bevat die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt als bedoeld in het arrest Jawo.

De Afdeling heeft in haar uitspraak van 25 november 202516 maart 2026 geoordeeld dat ten aanzien van Spanje kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling heeft in die uitspraak geoordeeld dat het AIDA-rapport update 2024 (april 2025) geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan de informatie waar de Afdeling eerder al over heeft geoordeeld.

Het door eiser aangehaalde AIDA-rapport update 2025 (april 2026) dat in april 2026 is verschenen geeft naar het oordeel van de rechtbank ook geen wezenlijk ander of slechter beeld van de asiel- en opvangsituatie voor Dublinclaimanten ten opzichte van de eerdere rapporten, waardoor niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden. Daar komt bij dat de Spaanse autoriteiten met het claimakkoord hebben gegarandeerd het asielverzoek van eiser in behandeling te nemen in overeenstemming met de Europese asiel- en opvangrichtlijnen. De minister mocht er daarom van uitgaan dat Spanje zijn internationale verplichtingen naleeft. Als eiser in Spanje wordt geconfronteerd met tekortkomingen bij de behandeling van zijn asielaanvraag ligt het op zijn weg hierover bij de Spaanse autoriteiten te klagen. Niet is gebleken dat klagen bij de Spaanse autoriteiten niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is. De beroepsgrond slaagt niet.

Arrest C.K.

7. Ook stelt eiser zich op het standpunt dat de minister onvoldoende heeft onderkend dat hij een kwetsbare vreemdeling is. Hij doet een beroep op het arrest C.K. en stelt dat overdracht aan Spanje een reëel en bewezen risico oplevert van een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn medische situatie. Eiser begrijpt niet waarom de minister, gelet op de ernstige gezondheidsklachten, niet voorafgaand aan het nemen van het overdrachtsbesluit een BMA-onderzoek heeft gestart om te kunnen beoordelen of eiser in staat is om te reizen en of medische reisvoorwaarden noodzakelijk zullen zijn vooraf, tijdens en direct na de reis.

Uit het arrest C.K. volgt dat wanneer een asielzoeker objectieve gegevens overlegt die de bijzondere ernst van zijn gezondheidstoestand en ook de aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen aantonen waartoe een overdracht zelf zou kunnen leiden, de minister bij het nemen van het overdrachtsbesluit moet beoordelen wat het risico is dat die gevolgen zich voordoen.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat uit het medisch dossier weliswaar blijkt dat eiser kampt met angst- en spanningsklachten, maar niet volgt dat overdracht aan Spanje zal leiden tot een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheidstoestand. Daarbij heeft de minister mogen betrekken dat het rapport geen diagnose, prognose of medische beoordeling van een behandelaar bevat waaruit blijkt dat overdracht medisch onverantwoord is. De ingebrachte medische informatie van 28 juli 2026 maakt dit ook niet anders nu hieruit niet is gebleken dat eiser actieve suïcidale gedachten of plannen heeft. De beroepsgrond slaagt niet.

Arrest Tarakhel

8. Tevens stelt eiser zich op het standpunt dat hij als bijzonder kwetsbaar aangemerkt moet worden in de zin van het arrest Tarakhel en dat de minister aanvullende garanties aan Spanje had moeten vragen.

In het Tarakhel-arrest heeft het EHRM overwogen dat de verzoekende lidstaat voor bijzonder kwetsbare personen voorafgaand aan de overdracht aanvullende garanties moet vragen aan de ontvangende lidstaat, indien de vreemdeling aantoont dat hij zonder die garanties geen toereikende zorg- en opvangvoorzieningen zal kunnen krijgen. Uit de uitspraak van de Afdeling van 3 december 2015 volgt dat het Tarakhel-arrest ook van toepassing kan zijn op andere bijzondere kwetsbare personen indien aannemelijk is gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden, waarbij het geslacht, de leeftijd en de gezondheidstoestand van de vreemdelingen ook van belang kunnen zijn. Verder ligt de bewijslast dat er sprake is van betreffende bijzondere kwetsbaarheid bij de vreemdeling.

De rechtbank komt tot de conclusie dat geen sprake is van een vergelijkbare situatie als in het arrest Tarakhel. Eiser heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat hij, zonder het verkrijgen van aanvullende garanties, in Spanje geen adequate zorg- en opvangvoorzieningen zal kunnen krijgen. De rechtbank leidt uit het dossier af dat eiser kampt met angst- en spanningsklachten. Uit het medisch dossier blijkt niet dat eiser actieve suïcidale gedachten of plannen heeft. Ook blijkt uit het medisch dossier dat er zich in de afgelopen maanden geen situatie zich heeft voorgedaan waaruit blijkt dat eiser op dit vlak bijzonder kwetsbaar is. Zoals de rechtbank heeft overwogen onder 6.2. en 6.3. kan ten aanzien van Spanje worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser kan zich bovendien wenden tot de Spaanse autoriteiten wanneer hij problemen ervaart. Gelet hierop zijn in het geval van eiser, anders dan voor de vreemdelingen in de zaak Tarakhel, geen aanvullende garanties van de Spaanse autoriteiten nodig. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel 17 van de Dublinverordening

9. Tot slot stelt eiser zich op het standpunt dat de minister de bevoegdheid had om de asielprocedure ingevolge artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken en dit ten onrechte niet heeft gedaan.

De rechtbank overweegt als volgt. Als een lidstaat niet verplicht is een asielaanvraag in behandeling te nemen, kan die lidstaat een asielaanvraag alsnog onverplicht in behandeling kan nemen. In het beleid van de minister staat dat van deze bevoegdheid terughoudend gebruik wordt gemaakt, onder meer in de situatie dat bijzondere individuele omstandigheden maken dat overdracht van onevenredige hardheid zou getuigen. De rechtbank toetst deze discretionaire bevoegdheid van de minister dus terughoudend.

De rechtbank stelt vast dat de minister alle door eiser benoemde persoonlijke omstandigheden in het bestreden besluit heeft betrokken onder de beoordeling van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, het arrest C.K. en het arrest Tarakhel. De minister hoeft omstandigheden die hij al heeft beoordeeld onder het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet ook onder de bijzondere individuele omstandigheden te beoordelen. Ook heeft eiser geen andere individuele omstandigheden aangevoerd die de minister nog niet in de besluitvorming heeft betrokken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister geen aanleiding heeft hoeven zien om de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

Beslissing

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

11. Nu met deze uitspraak op eisers beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek hiertoe wordt daarom afgewezen.

12. Eiser krijgt vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb wel een vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank stelt de proceskostenvergoeding aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

De rechtbank, in de zaak NL26.40183:

- verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter, in de zaak NL26.40184:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

De rechtbank, in beide zaken:

- bepaalt dat de minister de proceskosten van eiser moet vergoeden tot een bedrag van € 2.802,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L. Kooring, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand