RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/709151 / JE RK 26-1239
Datum uitspraak: 22 september 2026
Beschikking van de kinderrechter tot verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2].
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 september 2026. Daarbij was aanwezig:
- [naam], namens de gecertificeerde instelling.
De vader heeft zich afgemeld voor de zitting. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.De moeder heeft tijdens de zitting kort telefonisch contact gehad met de jeugdbeschermer. Via die verbinding is zij uitgenodigd om via beeldbellen aan de zitting deel te nemen; daar heeft de moeder geen gebruik van gemaakt.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven. [minderjarige] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter, met toestemming van [minderjarige], kort samengevat wat [minderjarige] heeft verteld.
2. De feiten
[minderjarige] is erkend door de vader.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij de moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 23 september 2026.
3. Het verzoek en de gronden
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek als volgt. De ouders zijn niet in staat duurzaam een veilige en stabiele opvoedomgeving voor [minderjarige] te bieden. De moeder heeft vanwege psychische klachten moeite met het consequent nakomen van afspraken en aanvaarden van hulpverlenging. Ambulante Spoedhulp is niet van de grond gekomen aangezien de moeder aangaf geen hulpvraag te hebben. Sinds een jaar is er een ambulante hulpverlener bij [minderjarige] betrokken. KOPP-training heeft [minderjarige] vroegtijdig beëindigd omdat zij hier onvoldoende voor gemotiveerd was. Het lukte vanwege de onrust in de thuissituatie niet om [minderjarige] te versterken en haar zelfvertrouwen te vergroten. De hulp richt zich nu voornamelijk op praktische ondersteuning. Positief is dat [minderjarige] weer naar school gaat en dat er aandacht zal zijn voor het vinden van een stageplek. Die ontwikkeling is echter nog te pril om de hulpverlening al over te dragen naar het vrijwillig kader. Een verlening van de maatregel is noodzakelijk om zicht te krijgen op de onderliggende patronen en deze te doorbreken. Het afgelopen half jaar is het niet gelukt om hieraan te werken vanwege het wegvallen van de vaste jeugdbeschermer. Het komende jaar wordt gekeken of het haalbaar is om de hulp over te dragen naar het vrijwillig kader en hoe dit op een veilige manier geborgd kan worden.
4. De beoordeling
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling voor korte duur verlengen, te weten tot 15 december 2026, en het verzoek voor de resterende duur aanhouden. De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
De kinderrechter is van oordeel dat op dit moment aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] is ook nu nog onverminderd aanwezig. Uit de -summiere- motivering van het verzoek leidt de kinderrechter af dat [minderjarige] opgroeit met een moeder die vanwege haar persoonlijke problematiek periodes heeft gehad waarin zij onvoldoende (emotioneel) beschikbaar voor [minderjarige] is geweest en nog steeds niet altijd kan zijn. [minderjarige] heeft al op vroege leeftijd verantwoordelijkheden op zich moeten nemen die niet passend zijn voor haar leeftijd. Daarbij heeft [minderjarige] moeite met het accepteren van het gezag van de ouders. Hulpverlening om gezinspatronen te doorbreken is tot op heden nog onvoldoende van de grond gekomen. Ook de individuele behandeling van de moeder komt moeizaam van de grond, omdat de moeder structureel een patroon laat zien waarbij zij afspraken afzegt of niet komt opdagen. Het is dan ook nog niet gelukt om de kern van de problematiek aan te pakken.
Voor een verlenging van de maatregel voor de verzochte duur van een jaar ziet de kinderrechter evenwel (nog) onvoldoende grond. Ter zitting is toegelicht dat er sinds april 2026 geen vaste jeugdbeschermer betrokken is bij het gezin. De kinderrechter stelt vast dat in de overgelegde stukken en de toelichting op zitting essentiële informatie ontbreekt over hoe er de afgelopen maanden uitvoering is gegeven aan de ondertoezichtstelling, welke hulpverlening is ingezet, wat het verloop hiervan is en hoe het met [minderjarige] en de ouders gaat. Het gezinsplan is incompleet, er zijn geen doelen van de ondertoezichtstelling geformuleerd en er is geen informatie opgenomen over recente ontwikkelingen, noch over een voorgenomen aanpak voor uitvoering van de ondertoezichtstelling in de komende periode. Ter zitting heeft de waarnemend jeugdbeschermer ook niet kunnen toelichten wat de plannen zijn voor de concrete invulling van de ondertoezichtstelling in het komend jaar. Dit vindt de kinderrechter kwalijk, nu een ondertoezichtstelling een zware maatregel is die diep ingrijpt in de gezagspositie van ouders. Op basis van de thans voorhanden informatie kan onvoldoende worden beoordeeld of de verzochte verlenging van de duur van een jaar noodzakelijk en doelmatig is om de ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] weg te nemen.
Dit leidt er toe dat de kinderrechter de ondertoezichtstelling voor slechts korte duur zal verlengen -met aanhouding van het resterend deel van het verzoek- en de gecertificeerde instelling de gelegenheid zal bieden om op de hierna te melden zitting het verzoek inhoudelijk nader toe te lichten. Voorafgaand aan die zitting wordt de gecertificeerde instelling verzocht om een compleet en aangevuld gezinsplan en een schriftelijke update aan de rechtbank en de ouders te zenden, met in het gezinsplan in ieder geval opgenomen op welke manier er het afgelopen half jaar uitvoering is gegeven aan de ondertoezichtstelling en wat de doelen zijn van de ondertoezichtstelling. Daarbij wordt concrete informatie verwacht over welke hulp is ingezet, wat de voortgang hiervan is en welke aanvullende hulpverlening nodig wordt geacht. Het staat de gecertificeerde instelling vrij ook al hetgeen zij verder van belang vindt in de schriftelijke update naar voren te brengen.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 15 december 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting in deze rechtbank van 11 december 2026 om 13.00 uur bij mr. M.H. Rochat;
vraagt de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
- de gecertificeerde instelling;
- de vader;
- de moeder;
draagt de gecertificeerde instelling op om uiterlijk één week voorafgaand aan de voornoemde zitting een compleet gezinsplan en een schriftelijke update, een en ander zoals hiervoor overwogen onder 4.3. aan de rechtbank, de vader en de moeder te zenden.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026, in aanwezigheid van mr. D.W.E. van Reisen als griffier. De schriftelijke uitwerking daarvan is vastgesteld op 15 oktober 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.