RECHTBANK DEN HAAG
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
[betrokkene],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711960 / FA RK 26-9021
Datum beschikking: 22 september 2026
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. L.S.J. de Korte te Den Haag.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 september 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 27 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een niet ingevulde zorgkaart;
- een zorgplan van 21 augustus 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 1 september 2026;
- een brief van de officier van justitie van 3 augustus 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft;
- een Signalering Interventie Plan van 10 augustus 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en ondersteund door de tolk Engels;
- de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige [naam 2], namens [zorginstelling];
- de vader van betrokkene.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft aangegeven dat het beter met hem gaat. Hij zal de medicatie innemen volgens afspraak, maar zou willen dat de zorgmachtiging in duur wordt beperkt.
De advocaat verzoekt om de duur van de machtiging te beperken tot zes maanden. Er is sprake geweest van een eenmalige crisis waaruit de zorgen zijn ontstaan. Sindsdien heeft betrokkene grote stappen gezet en gaat het beter met hem. Daarbij is de vader van betrokkene arts en kan hij voortijdig signaleren als betrokkene opnieuw decompenseert. Toewijzing voor de duur van twaalf maanden is daarom niet proportioneel en doelmatig.
De sociaalpsychiatrisch verpleegkundige heeft naar voren gebracht dat betrokkene een heftige psychose heeft doorgemaakt. Er is bij betrokkene sprake van een verminderd ziekte-inzicht ten aanzien van de eerdere gebeurtenissen. Daarbij is betrokkene recent gewisseld van medicatie, zodat het effect daarvan de aankomende periode nauwlettend in de gaten moet worden gehouden. Gezien de kwetsbaarheid van betrokkene wordt er op dit moment ingeschat dat behandeling binnen het vrijwillig kader niet toereikend zal zijn.
De vader van betrokkene heeft verklaard dat de psychose waarschijnlijk is veroorzaakt door het gebruik van drugs. Betrokkene wil zijn leven oppakken en zijn studie afronden. Zijn vader erkent dat betrokkene zorg nodig heeft, maar geeft aan dat een periode van zes maanden toereikend zal zijn.
Beoordeling
Op 3 april 2026 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 3 oktober 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten autismespectrumstoornis en een psychosegevoeligheid.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
-maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat er ten tijde van de laatste psychotische ontregeling bij betrokkene sprake was van auditieve hallucinaties, achterdocht, agitatie en gedragsontregeling. Dit uitte zich in verbale agressie richting naasten en vernieling van goederen in zijn woning. In de voorgeschiedenis is eerder sprake geweest van herhaalde ontregelingen waarbij er op deze momenten een verminderd ziektebesef en -inzicht is, wat de behandeling bemoeilijkt. Door de psychische ontregelingen lijkt er een achteruitgang in het functioneren te zijn. Betrokkene heeft moeite met het afronden van zijn studie en woont opnieuw bij zijn vader. Bij terugval in cannabisgebruik, medicatieontrouw, stress en slaaptekort bestaat risico op hernieuwde ernstige psychotische ontregeling.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene lijkt ambivalent in zijn behandelwensen en lijkt de ernst van de doorgemaakte psychose minder gevaarlijk in te schatten. Op basis hiervan is het ziekte-inzicht niet volledig aanwezig. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend. De rechtbank ziet aanleiding om de zorgmachtiging te verlenen voor een kortere duur dan is verzocht. Het perspectief voor betrokkene is hiertoe redengevend, temeer nu al een verbetering zichtbaar is en betrokkene zijn leven graag verder wil oppakken. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats], [geboorteland],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 maart 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.