RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/711867 / JE RK 26-1548
Datum uitspraak: 22 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. N. Schiettekatte uit Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 september 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
[naam 1] namens de Raad;
de vader met mr. M. Krol (namens zijn advocaat);
de moeder;
[naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
[naam 3] en [naam 4] vanuit Middin, ter ondersteuning van de ouders.
2. De feiten
[minderjarige] is gedurende het huwelijk van de ouders geboren.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij de ouders.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er bestaan grote zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige]. De ouders kampen met persoonlijke problematiek en deze persoonlijke problematiek van de ouders heeft elk op een eigen manier een uitwerking op de opvoedvaardigheden van de ouders. Het lukt de ouders daardoor onvoldoende om aan te sluiten bij de opvoed- en ontwikkelbehoeftes van [minderjarige] en [minderjarige] te bieden wat zij nodig heeft. De ouders hebben onvoldoende probleembesef en inzicht in de ontwikkeltaken van [minderjarige]. Dit bemoeilijkt het om aan de gestelde doelen te werken en de zorgen over het veilig opgroeien weg te nemen. Daarnaast bestaan er zorgen over [minderjarige]. [minderjarige] heeft moeite om zich te concentreren en mee te komen in de klas. Zij heeft één-op-één begeleiding nodig om toe te komen aan werken. In het nieuwe schooljaar zal zij starten op het speciaal basisonderwijs, waarin de klassen kleiner zijn en de aangeboden lesstof meer op haar kan worden afgestemd. [minderjarige] laat verder een hoge mate van zelfstandigheid zien voor haar leeftijd en zij krijgt veel ruimte om dingen zelf te bepalen. [minderjarige] komt weinig buiten, op sociaal vak herkent zij signalen niet en zij vindt geen aansluiting bij leeftijdsgenoten. De Raad heeft zorgen dat als er niets in de opvoedsituatie van [minderjarige] verandert, [minderjarige] onvoldoende wordt voorzien in haar basisbehoeften en hierdoor onvoldoende ruimte heeft op zich op sociaal-emotioneel en cognitief vlak te ontwikkelen. Gezien de ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige] en de complexe problematiek en (on)mogelijkheden van de ouders, acht de Raad hulpverlening vanuit het vrijwillig kader niet langer toereikend. Het is van belang dat een neutrale persoon in de vorm van een jeugdbeschermer naast [minderjarige] en de ouders komt te staan, zorgdraagt voor een open communicatie tussen instanties en regie gaat voeren over de (benodigde) hulpverlening.
4. De standpunten
Door en namens de ouders is ingestemd met het verzoek. De ouders erkennen dat de hulpverlening vanuit het vrijwillig kader onvoldoende toereikend is. Zij hebben in de begeleiding vanuit het vrijwillig kader ook onvoldoende vertrouwen. De ouders zijn het daarbij niet eens met wat in het raadsrapport is opgenomen. Volgens de ouders staan er dingen in het raadsrapport opgenomen die niet kloppen. Voor de ouders is het belangrijk dat zij op ‘0’ beginnen en dat de opgeschreven informatie niet het uitgangspunt is. Ook geeft het de ouders veel druk en stress dat is opgenomen dat er binnen drie maanden verandering moet komen, omdat anders een machtiging tot uithuisplaatsing wordt overwogen. Volgens de advocaat is drie maanden te kort om de benodigde stappen te zetten. De advocaat verzoekt daarom om deze termijn los te laten en de ouders de kans te geven om positieve stappen te zetten. De ouders werken goed mee met de hulpverlening. Middels een ondertoezichtstelling kan worden gekeken wat nodig is voor [minderjarige] en de ouders.
De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en staat achter het verzoek van de Raad.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. De kinderrechter onderschrijft de door de Raad naar voren gebrachte zorgen. Bij beide ouders is sprake van persoonlijke problematiek, waardoor zij minder (emotioneel) beschikbaar zijn voor [minderjarige]. De ouders zijn verminderd in staat om tegemoet te komen in de behoeftes van [minderjarige] en haar de structuur, rust, duidelijkheid en begrenzing te bieden die zij nodig heeft. Ook wordt er kind-eigen problematiek bij [minderjarige] waargenomen. Zo komt zij minder goed mee op school, laat zij een hoge mate van zelfstandigheid zien en komt zij weinig buiten. Hoewel de kinderrechter ziet dat de ouders veel van [minderjarige] houden en ontzettend hun best doen om haar te bieden wat zij nodig heeft, lukt het de ouders, vanwege hun beperkingen en uitdagingen, niet zelfstandig om te bieden wat [minderjarige] nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen en de zorgen over haar weg te nemen. De hulpverlening vanuit het vrijwillig kader is daarvoor onvoldoende toereikend gebleken. De kinderrechter vindt het daarom noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer bij [minderjarige] betrokken raakt. De jeugdbeschermer moet zicht houden op de ontwikkeling van [minderjarige], regie voeren over de (benodigde) hulpverlening en de ouders ondersteunen in de opvoeding en verzorging van [minderjarige]. Gelet op de zorgen en de tijd die nodig is om de zorgen weg te nemen, acht de kinderrechter een ondertoezichtstelling voor de verzochte duur van een jaar passend en geboden.
Ten overvloede merkt de kinderrechter op dat zij de geuite zorgen van de ouders dat een ondertoezichtstelling mogelijk kan leiden tot een uithuisplaatsing begrijpt. De kinderrechter benadrukt dat dit niet het doel is van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter verwacht van de gecertificeerde instelling dat de komende tijd wordt gekeken wat nodig is om [minderjarige] bij de ouders te laten opgroeien en is van oordeel dat de door de Raad genoemde termijn van drie maanden onvoldoende is om tot een bestendige verandering van de situatie te komen. De komende tijd moet dan ook, samen met de ouders, worden gekeken welke hulpverlening nodig is om de zorgen over [minderjarige] weg te nemen en om haar in staat te stellen om zich positief te ontwikkelen.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 22 september 2026 tot 22 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026 door mr. C.L. Strop, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Goossen als griffier, en op schrift gesteld op 15 oktober 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.